TERUG NAAR OVERZICHT

Steeds meer flexi-jobs, maar worden we daar ook beter van?

 

De federale regering zette de voorbije legislatuur heel wat stappen om de arbeidsmarkt te flexibiliseren. Via flexi-jobs kunnen we onbelast bijverdienen in de horeca of detailhandel. Wie dat wenst, kan ook aan gunstige voorwaarden bijklussen in het verenigingsleven, bij particulieren en in de deeleconomie. Worden we daar met z’n allen beter van? Of zijn kwetsbare groepen eens te meer de sigaar?

In het eerste kwartaal van 2019 waren ruim 53.000 Belgen met een flexi-contract aan de slag, liefst 20.000 of 65% meer dan het jaar daarvoor. Het systeem lijkt daarmee definitief te zijn doorgebroken. Al is lang niet iedereen daar even blij mee. Professor Ive Marx, sociaal-econoom en armoedespecialist aan de Universiteit Antwerpen, vindt het alvast fundamenteel onrechtvaardig dat flexi-jobbers onbeperkt kunnen bijverdienen, terwijl mensen die in hun vaste job overuren doen of in een andere sector een bijbaan aanvaarden wél op die extra inkomsten worden belast. Die ongelijke behandeling staat voor hem haaks op het principe dat iedereen belastingen volgens zijn draagkracht betaalt.

Tip: Bekijk hier de openstaande vacatures voor flexi-jobs.

Kritisch Rekenhof

Maar wat Ive Marx nog veel kwalijker vindt, is dat flexi-jobs speciaal in het leven werden geroepen voor loontrekkenden en gepensioneerden die zo nodig nog een extraatje willen. Dat kan volgens hem ten koste gaan van laaggeschoolde werklozen die in de horeca of de verkoop perfect op hun plaats zouden zijn. Het Rekenhof - de financiële waakhond van de regering - stelde in zijn doorlichting van het Horecaplan van 2015 dan weer dat 35% van de gecreëerde flexi-jobs in feite de plaats van bestaande banen hadden ingenomen. Aangezien zij de sociale zekerheid sowieso veel minder opbrengen - de werkgever betaalt alleen een verlaagde bijzondere bijdrage van 25% - loopt de overheid zo dus eigenlijk een pak geld mis. Bovendien lijkt het zwartwerk in de horeca nauwelijks gedaald en zou het systeem de leefbaarheid van de sector amper verhogen.

Al durft Geert Vermeir, manager bij het Juridisch Kenniscentrum van hr-dienstenleverancier SD Worx, dat laatste toch wel in twijfel te trekken: “Je kan de flexi-arbeid in de horeca niet los zien van enkele andere maatregelen om de sector te professionaliseren, zoals de invoering van de witte kassa en de uitbreiding van studentenarbeid buiten de traditionele zomerperiode. Flexi-jobs zijn een belangrijk puzzelstuk om de personeelskost onder controle te houden en zo de tewerkstelling te verduurzamen. De werkgever wil vooral personeel kunnen inzetten wanneer dat nodig is. De werknemer wil daarentegen een bepaalde mate van zekerheid. Het systeem komt tegemoet aan beide verzuchtingen. Los daarvan is het nog te vroeg om nu al te kunnen besluiten dat er sprake is van een echt verdringingseffect. De intrede van de flexi-jobs ging zelfs gepaard met een stijging van de reguliere tewerkstelling in de horeca. Daarom lijkt het me sterk om te beweren dat laaggekwalificeerde krachten daar nu massaal naar de uitgang worden geduwd. Het probleem is eerder dat inactieven soms de nodige flexibiliteit missen, de onregelmatige werkuren en het hoge ritme niet aankunnen of niet over de vereiste kennis blijken te beschikken. De werkzaamheid bij laaggeschoolden is inderdaad te laag, maar de flexi-jobs zijn daar noch de oorzaak van noch de oplossing voor. En hoewel de VDAB en de sector tal van opleidingen aanbieden, hebben veel horecazaken het moeilijker dan ooit om degelijk vast personeel te vinden.”

Lees ook: Wat moet er gebeuren met de hardnekkige knelpuntberoepen?

Geen Duitse toestanden a.u.b.

Ook arbeidsmarkteconoom Stijn Baert (UGent) ziet wel wat positieve elementen in flexi-arbeid: “Enige flexibiliteit is belangrijk voor een arbeidsmarkt. Wanneer arbeidscontracten te streng zijn en werkgevers moeilijk afscheid kunnen nemen van werknemers die niet naar verwachting presteren, zullen zij minder geneigd zijn om bijkomende aanwervingen te doen. Anderzijds moeten we oppassen om de arbeidsmarkt op twee snelheden niet verder te versterken. Die is namelijk nu al sterk ‘gesegmenteerd’ tussen enerzijds werknemers met vaste contracten, hogere lonen en betere werkomstandigheden en anderzijds een groep die al die voordelen niet heeft. Tussen beide categorieën is er amper enige mobiliteit. Daarom zou ik het systeem van flexi-jobs zeker niet zomaar uitbreiden naar andere sectoren. Evenmin zou ik de voorwaarde laten vallen dat je al een volwaardige job moet hebben om er flexi-arbeid te kunnen bijnemen. We moeten absoluut situaties zoals in Duitsland vermijden, waar mensen soms vier of vijf van die mini-jobs moeten aanvaarden om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Ook in Nederland hebben 600.000 werkenden twee of meer banen nodig om rond te komen. Als werk niet langer een remedie tegen armoede blijkt, kunnen we dat moeilijk een positieve evolutie noemen.”

Hoe dan ook was het systeem van de flexi-jobs dit voorjaar een stevig discussiepunt in de verkiezingsdebatten. Groen wil er liefst helemaal van af en pleit in ruil voor een algemene verlaging van de lasten op arbeid. Zo zouden meer kwetsbare mensen een ‘echte’ baan in de wacht kunnen slepen. Open VLD wil dan weer dat de hele private sector voortaan flexi-jobbers aan het werk kan zetten: meer helpende handen, eenvoudig en betaalbaar, zo luidt het daar. Geert Vermeir verwacht voor de nabije toekomst evenwel geen al te grote aanpassingen: “Een volledige afschaffing zou in de horeca een enorm probleem doen ontstaan. Maar ik geloof evenmin in een verdere uitrol naar andere sectoren. De detailhandel is er nu wel bijgekomen, maar daar is het succes toch duidelijk minder groot. De horeca blijft echt wel een heel apart verhaal, met het algemene streven naar meer ‘verwitting’. Wel zie ik dat Vlaanderen momenteel goed is voor meer dan 90% van de flexi-jobs. In Brussel en Wallonië is er veel minder campagne rond gevoerd. Daar zit dus nog behoorlijk veel rek op.”

Tot 6.250 euro onbelast bijklussen

Sinds 15 juli 2018 hebben loontrekkenden, gepensioneerden en zelfstandigen in hoofdberoep met te veel tijd en een te laag inkomen nog een andere uitweg. Ook bij verenigingen, openbare besturen en particulieren kunnen ze nu onbelast bijklussen. Het gaat daarbij om niet-professionele diensten zoals de medewerking aan culturele activiteiten, speelpleinwerking of de begeleiding van schooluitstappen. Onder occasionele diensten van burger aan burger worden onder meer sporadisch tuinonderhoud, bijlessen, kinderoppas en kleine herstellingen verstaan. Tot vorig jaar bevonden klussers die op die manier een centje bijverdienden zich ietwat in een grijze zone. Zwartwerk mag uiteraard niet, maar anderzijds gaat het vaak om activiteiten waarvoor je op de vrije markt gewoon niemand vindt. De overheid besloot daar iets aan te doen, naar eigen zeggen om de sociale verbanden tussen burgers te versterken en clubs en verenigingen toe te laten om zich verder te professionaliseren. Wel zijn er een aantal voorwaarden aan verbonden. Net als bij de flexi-jobs moeten loontrekkenden in hun reguliere job minstens 80% aan de slag zijn. Zelfstandigen mogen zich alleen aan activiteiten wagen die buiten het kader van hun hoofdberoep vallen. Per jaar mag bijklussen sowieso maximaal 6.250 euro opleveren.

Toch is ook de bijkluswet allesbehalve onomstreden. Ondernemersorganisaties Unizo en NSZ en de landbouworganisatie Boerenbond stapten zelfs naar het Grondwettelijk Hof. Zij vinden de gunstmaatregel onrechtvaardig tegenover ondernemers die voor vergelijkbare activiteiten wél belast worden. Geert Vermeir van SD Worx voelt wel iets voor hun argumenten: “Als je om je haag te scheren voortaan je buurman inschakelt in plaats van een tuinaannemer kan je niet zeggen dat niemand daar het effect van voelt. Confederatie Bouw zit trouwens ook op die lijn. Anderzijds ging het in het eerste jaar hooguit om 15.000 Belgen, die langs die weg zo’n 30 miljoen bijverdienden. Bovendien bleek het in hoofdzaak om activiteiten voor sportclubs te gaan. Zo marktverstorend is het voorlopig dus allemaal niet.”

Erkende deelplatformen

Tot slot kan je ook nog in de deeleconomie een extra centje opstrijken. Dat houdt in dat je niet-commerciële diensten levert via een erkend platform, zoals Deliveroo, Uber Eats en Helpper. Het gaat bijvoorbeeld om de levering van maaltijden of de praktische ondersteuning van hulpbehoevenden. Er is geen maandplafond en je wordt pas belast als je in een jaar tijd meer dan 6.250 euro bijverdient. Opgelet: je inkomsten via de deeleconomie worden opgeteld bij de betaalde prestaties die je via de bijkluswet levert. Hét grote verschil met die andere activiteiten is echter dat deelplatformen ook openstaan voor studenten, werkzoekenden en huisvrouwen en -mannen. Volgens de FOD Financiën verdienden 800 mensen in 2017 833.702,01 euro in de deeleconomie of een gemiddelde van 1.042,13 euro. Maar aangezien de deelplatformen pas sinds vorig jaar een echt explosieve groei kenden, zullen we pas een actueel beeld op de zaak hebben als ook die cijfers bekend zijn.

 

Bron: vacature.com. Tekst: Piet Verbeest. Publicatiedatum: augustus 2019.


Lees ook:

Minder kans op burn-out door meer voldoening in je job

De ene werknemer heeft een lager risico op burn-out dan de andere. Veel hangt af van de job die je u...

Laat je salaris niet afhangen van het lot

Check het salariskompas van vacature.com en ontdek welk loonpakket iemand met jouw profiel mag verwachten.

 

Vijftigplussers versus de arbeidsmarkt: "Speel je troeven uit"

Werk vinden na je vijftigste, een verloren zaak? Verre van. “Het is moeilijk omdat er veel vooroorde...

Een hart voor de zorg?

Wij vonden 5 werkgevers uit de zorg die zowel voor hun patiënten als hun medewerkers een tandje bijsteken.
Benieuwd naar hun vacatures?

- Sponsored

Werken zoals de Zweden

Ook werkgevers kunnen iets opsteken van de manier van werken in Zweden. Marijke Van Cauteren en haar...

Word gevonden

Toon jouw profiel aan meer dan 400 werkgevers die elke dag nieuwe kandidaten zoeken in onze database.

Vlaamse werkgevers maken (te) weinig werk van werkbaar werk

Sinds augustus 2015 weten we dat de wettelijke pensioenleeftijd in 2025 en 2030 telkens met een jaar...

Voel je beter op het werk met deze vijf tips

Je slecht voelen op het werk kan tal van oorzaken hebben: je hebt te veel werk, je bent steeds afgel...

Last van een opgejaagd gevoel op het werk? Zo ga je ermee om

Heb jij vaak een opgejaagd gevoel op je werk? Dat wil nog niet noodzakelijk zeggen dat je met een bu...