TERUG NAAR OVERZICHT

Op hoeveel werkloosheidsuitkering heb je nu eigenlijk recht?

Over de werkloosheidsuitkering bestaan heel wat mythes en sterke verhalen, terwijl maar weinig mensen in de praktijk weten hoe de vork echt in de steel zit. Bovendien is het voor iedereen anders. Een pasklaar antwoord op de vraga 'hoeveel bedraagt mijn werkloosheidsuitkering?' bestaat er dus niet. Hieronder geven we wel enkele voorbeelden.

Onlangs gehoord op de trein:

“Vanaf volgende maand mag ik gaan stempelen.”
“Echt? Oei, dat is schrikken, ik dacht dat je daar een vast contract had.”
“Herstructureringen; ik ben een van de oudste werknemers, ze laten me gaan. Gelukkig valt ‘den dop’ wel mee. Ik krijg 1600 euro per maand.”
“Voor een jaar?”
“Hoezo voor een jaar?”
"Ja, dat bedrag vermindert toch na een jaar?”
“Ik weet het niet.”
“Ik zou daar toch maar eens voor informeren.”

Het is een gesprek dat dagelijks plaatsvindt. Mensen worden werkloos en krijgen in het beste geval stempelgeld. Meestal weten ‘nieuwe werklozen’ precies hoeveel de staat maandelijks op hun rekening zal storten, maar vraag hen niet of ze ook weten hoe de overheid aan dat bedrag komt. Het is voor iedereen anders. Maar hoe wordt de werkloosheidsuitkering nu precies berekend? Welke criteria en parameters hanteert de RVA om uw uitkering te berekenen? We lichten hier even vier verschillende cases toe.

1. Sofie is een alleenstaande mama. Ze heeft twee kinderen, en kreeg na 25 jaar werken voor een callcenter haar ontslag. Ze verdiende 2300 euro bruto.

 Sofie is gezinshoofd. Gesteld dat ze werkloos is sinds 11 februari 2016 dan krijgt ze na 26 dagen (een gemiddelde maand) haar eerste uitkering. Die zal 1501,24 euro zijn. Het bedrag dat Sofie krijgt, verkleint om de drie maanden:

vanaf 11/02/16                  57,74€/d

vanaf 11/05/16                  53,30€/d

vanaf 11/08/16                  53,30€/d

vanaf 11/02/17                  50,20€/d

Aangezien Sofie single is én gezinshoofd is er geen bedrijfsvoorheffing; haar netto-uitkering is dus gelijk aan haar bruto-uitkering. Mocht ze samenwonen, dan is er een bedrijfsvoorheffing van 10,09 % van toepassing.

2. Mark is truckchauffeur. Hij is getrouwd, heeft twee kinderen. Na 5 jaar werken voor dezelfde werkgever wordt hij plots technisch werkloos. Het bedrijf zit in het slop en de opdrachten blijven uit. Hij verdiende 3600 euro bruto.

Mark woont samen met Ingrid. Vanaf dag één van zijn werkloosheid krijgt hij 62,44 euro (per dag). Na een week heeft hij recht op zes uitkeringen en krijgt hij 374,64 euro. Tijdelijke werkloosheid betekent geen verschil in bedrijfsvoorheffing, wat de gezinssituatie ook mag zijn. Die bedraagt 26,75 %, wat bij Mark neerkomt op een netto-uitkering van 272,42 euro. Per zes dagen.

3. Tom is een ondernemer. Hij heeft een muziekclub uit de grond gestampt; zijn zaak draaide goed, maar na een paar jaar is het vet van de soep. Wanbeheer, te veel investeringen en het ontbreken van een langetermijnplan doen hem de das om. Hij gaat failliet.

Als Toms bedrijf failliet gaat, dan heeft Tom enkel recht op een werkloosheidsuitkering als hij voordien gewerkt heeft in dienstverband. Is dat niet het geval, dan heeft hij geen recht op een uitkering.

De uitzondering is wel dat jonge zelfstandigen (jonger dan 25 jaar) wel aanspraak kunnen maken op een inschakelingsuitkering. Maar dat moet uiteraard eerst onderzocht worden. Als er voor de zelfstandigheid wel een tewerkstelling was, dan heeft de zelfstandigheid een verlengend effect op de referteperiode met een minimum van 6 maanden en maximum van 15 jaar.
Bijvoorbeeld: iemand die vier jaar in loondienst werkt, dan zes jaar als zelfstandige is en werkloos wordt, zal recht hebben op een uitkering.

4. Amélie is vrijgezel, 27 jaar en heeft een goedbetaalde job als productmanager. Na een jaar werken, krijgt ze geen nieuw contract. Streep door de rekening, want ze verdiende 4250 euro bruto.

Aangezien Amélie één jaar gewerkt heeft, heeft ze recht op een werkloosheidsuitkering. Omdat ze 27 is, moet ze bewijzen dat ze 312 dagen gewerkt heeft in een referteperiode van 18 maanden, wat in haar geval bewezen is. Als ze haar werkloosheidsuitkering aanvraagt op 11 februari 2016, dan is ze net voorbij de referteperiode van 18 maanden (10 augustus 2014 – 10 februari 2016).

Voor een alleenstaande geldt het volgende:

vanaf 11/02/16                  62,44€/d

vanaf 11/05/16                  57,63€/d

vanaf 11/08/16                  53,71€/d

vanaf 11/02/17                  45,01€/d

vanaf 11/04/17                  45,01€/d

vanaf 11/06/17                  37.39€/d             

Gesteld dat Amélie werkloos is sinds 11 februari 2016 dan krijgt ze na 26 dagen (een gemiddelde maand) haar eerste uitkering. Die zal 1623, 44 euro zijn. Het bedrag dat Amélie krijgt, verkleint om de drie maanden. Bij gezinshoofden en alleenstaande is er geen bedrijfsvoorheffing van toepassing. Bruto is gelijk aan netto.   

Goed om te weten!

Het brutobedrag van je uitkering wordt berekend op basis van een aantal parameters.

  • Je gezinstoestand: samenwonend met gezin, alleenwonend of samenwonend zonder gezin
  • Je laatste verdiende loon: het loon van je laatste tewerkstelling van ten minste 4 aansluitende weken bij dezelfde werkgever. Ook daar zijn enkele voorwaarden aan gekoppeld: het loon moet gelijk zijn aan het bruto minimumloon (1.501,82 euro) en je werkgever moet socialezekerheidsbijdragen hebben betaald.
  • Je beroepsverleden: als je jonger bent dan 36 jaar moet je minstens 12 maanden voltijds gewerkt hebben vooraleer je recht hebt op een uitkering. Ben je tussen 36 en 49 moet je 18 maanden gewerkt hebben en als je 50 jaar of ouder bent, moet je 24 maanden gewerkt hebben.

Een evolutie

Je werkloosheidsuitkering zal na verloop van tijd zakken. Je doorloopt drie vergoedingsperiodes. Tijdens de eerste periode, die loopt over 12 maanden, ontvang je tijdens de eerste 3 maanden van werkloosheid 65% van je laatst verdiende loon. Vanaf 3 maanden zakt je werkloosheidsuitkering. De tweede periode bedraagt maximaal 36 maanden en de derde 48 maanden. Vanaf dan ontvang je als werkloze een forfaitaire uitkering. Het bedrag hangt af van je gezinssituatie en niet langer van je laatst verdiende loon. Het bedrag daalt ook afhankelijk van het aantal jaren dat je gewerkt hebt. Heb je bijvoorbeeld maar 2 jaar gewerkt, dan ontvang je na 1,5 jaar werkloosheid het minimumbedrag. Heb je 11 jaar gewerkt, krijg je pas na 3 jaar het minimumbedrag.

Wanneer zakt je werkloosheidsuitkering niet?

  • Je hebt minstens 22 jaar in loondienst gewerkt (de vereiste loopbaanjaren zullen de komende jaren wel nog oplopen, vanaf 1 november 2017 ligt dit op 25 jaar).
  • Je bent minstens 33% blijvend arbeidsongeschikt.
  • Je bent 55 jaar.

 

 


Lees ook:

Eindejaarspremie en ontslag

Binnenkort is het in ons bedrijf zover, we krijgen onze 'dertiende maand'. Is dit trouwens hetzelfde...

Word gevonden

Toon jouw profiel aan meer dan 400 werkgevers die elke dag nieuwe kandidaten zoeken in onze database.

Wat houdt een concurrentiebeding in?

Een concurrentiebeding is een clausule in een arbeidsovereenkomst die verhindert dat de werknemer na...

 

 

Tijd voor de ideale job

Zoek jobs op jouw maat en maak een job alert aan.

 

 

 

Totaalpakket voor langdurig werkzoekenden

Mensen die niet kunnen of willen werken? Vlaams minister van Werk Philippe Muyters gelooft er niet i...

Mis geen enkele tip voor je carrière!

Schrijf je nu in op onze nieuwsbrief.

Dossier Langdurige Werkloosheid: Aan de arbeid!

Jobs, jobs, jobs: de federale regering-Michel liet er bij haar aantreden eind 2014 geen twijfel over...

Gids ontslag volgens de letter van de wet

Opzegtermijn, ontslagvergoeding en uitkeringen: bij een ontslag stel je jezelf heel wat praktische v...

Gids soorten ontslag

Een ontslag is niet altijd een donderslag bij heldere hemel. Als je op straat staat omdat het bedrij...