TERUG NAAR OVERZICHT

Waarom vindt de ene starter sneller werk dan de ander?

Uit het jongste schoolverlatersrapport van de VDAB blijkt dat 11,7 procent van de schoolverlaters een jaar later nog niet aan het werk is. We vroegen aan UA-rector Herman Van Goethem waar het volgens hem misloopt in de overgang van studie naar job.

 

Herman Van Goethem, rector van de Universiteit Antwerpen: “Als je het cijfer uit het schoolverlatersrapport verder ontleedt, dan zie je dat het vooral laaggeschoolde jongeren zijn die een jaar na hun inschrijving bij de VDAB niet aan de slag zijn. (Bij jongeren die geen getuigschrift secundair onderwijs van de tweede graad hebben, ligt het op 42,5 procent, nvdr) Naar hen moet maatschappelijk gezien de grootste zorg uitgaan. Zonder diploma zal het in de toekomst alsmaar moeilijker zijn om aan de bak te raken. Jongeren die hun opleiding aan de hogeschool of universiteit hebben afgerond, belanden doorgaans wel op hun pootjes. Dat wil niet zeggen dat het voor hooggeschoolden vanzelf gaat, maar hun kaarten liggen toch beter.”

 

Behalve het diploma zijn er nog andere factoren die de start op de arbeidsmarkt beïnvloeden. Wie als student bijvoorbeeld een studietoelage kreeg, heeft meer kans om een jaar later aan het werk te zijn dan anderen. Verrassend?

“Het is alleszins interessant om vast te stellen dat een studietoelage responsabiliseert. Ik had er nog niet bij stilgestaan, maar eigenlijk is het logisch. Wie een studietoelage krijgt, weet wat het is om in een financieel precaire situatie te zitten. Omdat die jongeren beter beseffen welke waarde hun diploma heeft, gaan ze ook alles uit de kast halen om het zo snel mogelijk te verzilveren. Bij jongeren die geen geldzorgen hebben en op hun ouders kunnen terugvallen, komt het eigenlijk niet op een maand meer of minder.”

 

Werken tijdens de studies maakt de overgang ook makkelijker.

“Klopt, en er zullen nog wel meer linken te vinden zijn. Ik denk aan in een jeugdbeweging zitten, een vakantiejob doen of een teamsport beoefenen, allemaal dingen die jongeren uit hun tent lokken en vormen. Misschien moeten we jongeren daar meer attent op maken: er zijn zoveel dingen die je kunt doen om vaardigheden en competenties aan te leren die je latere leven zullen vergemakkelijken.”

 

Wat met jongeren met buitenlandse roots? Zij hebben het duidelijk moeilijker om een baan te versieren. 

“Veel heeft te maken met de opleidingsgraad van die jongeren. Na het middelbaar stromen ze minder vaak dan andere jongeren naar het hoger onderwijs door. In Antwerpen zien we dat heel duidelijk. De doorstroming naar het hoger onderwijs ligt hier lager dan in de rest van Vlaanderen, net omdat hier veel jongeren met buitenlandse roots wonen. Er bestaan al programma’s die bijvoorbeeld op talenkennis inzetten, maar die blijken onvoldoende om de instroom aanzienlijk te verhogen. De komende jaren wil ik daar zeker meer geld voor vrij maken, al denk ik wel dat we die problematiek samen met de hogescholen moeten aanpakken. Aan de andere kant, de uitstroom, voorzien we momenteel geen speciale begeleiding voor kansengroepen. Wel zijn we als universiteit waakzaam voor discriminatie en trachten we te sensibiliseren.”

 

Schoolverlaters voelen zich niet altijd klaar om de arbeidsmarkt op te gaan. Zie je vanuit de universiteit mogelijkheden om de drempels weg te nemen?

“Met de BaMa-hervorming zijn een aantal algemeen vormende vakken uit het curriculum verdwenen. Dat zou ik graag veranderd zien, want als universiteit moeten we meer doen dan specialisten afleveren. Een samenleving – en ook een werkgever – heeft nood aan mensen die in de wereld staan en hem begrijpen. Een vak als ‘interculturaliteit’ kan elke student vandaag gebruiken, zelfs een fysicus of een ingenieur in spe. En ook een vrijwillige stage bij een ngo zou studenten de ogen kunnen openen. Het gaat telkens om ervaringen die losstaan van hun eigenlijk studiekeuze, maar die ze wel de rest van hun leven zullen meedragen. Ik denk dat we hen met zo’n aanbod een grote dienst zouden bewijzen.”

 

 

Heb jij een streepje voor op de arbeidsmarkt?

Dat een diploma je kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk verhoogt, wisten we al langer. Minder bekend is dat ook je afkomst, je financiële en je gezinssituatie je een duwtje in de rug geven. Onderzoekster Sarah Vansteenkiste van het Steunpunt Werk legt uit hoe de vork aan de steel zit.

 

Je woont alleen. Jongeren die Hotel Mama vaarwel zwaaiden, blijken een jaar na afstuderen vaker aan de slag dan anderen. Vansteenkiste: “Wellicht trekt een aanzienlijk deel van de schoolverlaters het huis uit zodra de job gevonden is. Maar het kan ook omgekeerd. Jongeren die eerder al alleen waren gaan wonen en zelf hun boontjes moeten doppen, ervaren meer druk om een job te zoeken en zullen allicht sneller tot resultaat komen.”

 

Je kreeg een studietoelage. Opnieuw is het de financiële druk die speelt. “Wie een studietoelage krijgt, heeft het mogelijk moeilijker om rond te komen. Dit vergroot de noodzaak om werk te vinden.”

 

Je ouders werken. Zien werken, doet werken. Jongeren die in een gezin opgroeien waar ouders werken, hebben meer kans om een jaar na hun studies aan het werk te zijn dan anderen. “Het netwerk en de kennis van de ouders kan daarin een rol spelen.”

 

Je werkte al tijdens je studies. “Ervaring loont, zoveel is duidelijk. Wie met een regulier contract werkte, ziet zijn tewerkstellingskansen nog meer stijgen dan wie als jobstudent aan de slag ging.”

 

Je bent een Belg. “Helaas, ook de herkomst blijft een rol spelen bij de zoektocht naar werk. Schoolverlaters met buitenlandse roots blijken langer aan de kant te staan dan anderen.”

 

 

Een vliegende start

12 % van de jongeren afgestudeerd in 2015 was een jaar later nog werkzoekend. Meisjes vinden vaker binnen het jaar werk dan jongens: 10 % van de vrouwen was na een jaar nog werkzoekend, tegenover 14 % van de mannen.

 

4 % van de schoolverlaters had een jaar na het behalen van het diploma nog geen enkele werkervaring opgedaan.

 

27 % van de afgestudeerde film- en theaterwetenschappers was een jaar later nog niet aan het werk. Van alles masterdiploma’s scoort deze het minst goed op de arbeidsmarkt. De masterstudies waarmee je het snelst werk vindt, zijn verpleegkunde en vroedkunde, tandheelkunde, ingenieurswetenschappen - elektrotechniek en biowetenschappen - voedingsindustrie. Alle afgestudeerden hadden binnen het jaar een contract beet.

 

 

Lees aansluitend:

Hoeveel salaris krijg je als starter?

De populairste beroepen die starters willen uitoefenen

Van schoolbank naar werkvloer: pas op voor deze 6 valkuilen

Wie in een klein bedrijf werkt, blijft minder snel ziek thuis

Opvallend: volgens een onderzoek van Acerta stijgt het langdurig ziekteverzuim naarmate de grootte v...

Zeg, heb je al een account?

Registreer nu en word snel gevonden door interessante werkgevers.

Innovatie in Vlaanderen: de harde cijfers

Niet alleen wij maken goede voornemens, ook de overheid stelt zich al eens een nobel doel voor ogen....

“Ik kan me geen uitdagender werk voorstellen”

Ontdek hoe het is om als IT'er bij Infrabel te werken.

Een nieuw jaar, nieuwe kansen!

De start van het nieuwe jaar is altijd een goed moment om eens terug te blikken op je carrière. Maar...

Mis geen enkele tip voor je carrière!

Schrijf je nu in op onze nieuwsbrief.

Minder vrouwen in topfuncties bij de Vlaamse overheid

Het aantal vrouwen in een topfunctie bij de Vlaamse overheid is de voorbije twee jaar gedaald tot 21...

10 mobiele apps die je werkdag eenvoudiger (kunnen) maken

Met de hipste apps kun je niet alleen met je vrienden chatten en mooie foto’s maken, veel apps zijn ...