3 x hard werken aan de toekomst
De eerste zoekt hardnekkig naar die ene verlossende job, de tweede kiest bewust voor een leven als huisman en de derde wil niets liever dan werken maar kan niet door een slepende ziekte. 3 x hard werken aan de toekomst, ieder op zijn manier.
En ze zijn verre van alleen.
België telde in april 2006 459.881 ingeschreven werklozen (175.997 in Vlaanderen, 213.013 in Wallonië en bijna 71.000 in Brussels hoofdstedelijk Gewest).
Uit onderzoek van SD Worx bij ruim 445.000 werknemers was het ziekteverzuim (van enkele dagen tot langer dan 1 jaar) in 2005 4,88% t.o.v. de totale arbeidstijd.
En hoeveel huisvaders telt België? In 2004 waren ze met 16.537. Ten opzichte van de huismoeders (647.802) zijn ze dus nog flink in de minderheid.
Bronnen cijfers: RVA, NIS, FOD economie en SD Worx
DE HARDWERKENDE HUISMAN.
Bart Cabanier (36) zorgt voltijds voor eenjarig dochtertje Belle
Heel wat mannen praten erover. Ex-journalist Bart Cabanier doet het gewoon. Hij zette zijn (media)carrière 'on hold' en ontfermt zich fulltime over zijn eenjarige dochtertje Belle. “Zelf je kind haar eerste fruitpapje geven, dat is toch onbetaalbaar?”
Bart Cabanier, huisman: “Heel soms, zo halverwege de ochtend wanneer de vaatwas vredig draait en ik alweer een wasmachine vol kleren heb gestopt, heb ik het gevoel dat ik alles netjes onder controle heb.”
Zestien maanden is ze, maar onbevangen en met een gezonde dosis argwaan staart ze ons aan. Veilig op papa's arm. Wie is die vreemde snuiter die de perfecte harmonie tussen vader en dochter tracht te doorbreken? Ze, dat is Belle. Meteen ook de voornaamste reden waarom Bart Cabanier (36) ruim een jaar geleden zijn bestaan een totaal nieuwe wending besloot te geven. Hij zwaaide de stress en zijn carrière in de media vaarwel, ruilde Brussel in voor Turnhout en verdiepte zich in de geheimen van pampers, gezonde voeding en kreukvrije vrouwenbloesjes.
“Voor ik in 2004 een tijdelijk contract aangeboden kreeg bij Sporza, werkte ik onder meer voor het muziekmagazine RifRaf en voor P-Magazine,” klinkt het. “Na de lange sportzomer van 2004 kon ik bij de VRT aan de slag blijven, maar telkens op basis van tijdelijke contracten. Toen Belle begin 2005 geboren werd, heb ik eerst enkele maanden ouderschapsverlof opgenomen. Die eerste levensmaanden van ons eerste kindje, die wilde ik echt wel heel bewust meemaken. In die periode thuis is het me pas echt beginnen dagen: ik was de ratrace en de dagelijkse helletocht naar Brussel meer dan zat. Bovendien was daar ook Belle, die het nu plots heel zinvol maakte om thuis te blijven. Eind juni 2005 liep mijn contract bij de VRT af. En toen heb ik de stap gezet waar ik stiekem al vijftien jaar van droomde: ik werd voltijds huisvader. Een contractverlenging bij de VRT had er toen misschien wel ingezeten, maar die enkele maanden thuis hadden me gewoonweg veel kieskeuriger gemaakt. Dagelijks drie uur in de file, pas 's avonds laat thuis, het zei me allemaal niets meer.”
Een zonovergoten dag, een knusse woning, een uitnodigende tuin. De scène lijkt zo uit een vakantiebrochure geplukt: papa op het terras, kopje koffie in de hand, dochterlief op een houten driewieler in de tuin, waar ze keer op keer de wetten van de zwaartekracht trotseert. Of hij nu gelukkiger is? De vraag stellen, is ze beantwoorden. Bart glimlacht. “Ik ben een luxepaard, en dat besef ik maar al te goed. We moeten daar ook niet flauw over doen: zonder het uitstekende sociale vangnet in ons land had ik deze keuze wellicht nooit kunnen maken. Ik ontvang vandaag een werkloosheidsuitkering, maar voel me daar niet bepaald schuldig over. Jarenlang heb ik zelf mijn steentje bijgedragen tot de financiering van de sociale zekerheid. Nu pluk ik er ook een tijdlang de vruchten van. En nee, ik voel me helemaal geen profiteur of luiwammes. Integendeel, mijn dagen zijn doorgaans bijzonder goed gevuld. Je moet dit leventje helemaal niet onderschatten.”
Zijn woorden zijn amper koud of dochter Belle geeft aan dat het nu wel even welletjes is geweest met al die aandacht voor die indringer. “Oei, bijna half elf, hoog tijd voor een stukje fruit. Een haastig te hulp geroepen banaan én een zitje op papa's knie blijken wonderen te doen, zodat Bart zijn verhaal kan voortzetten. “Mijn vriendin is enkele jaartjes jonger dan ik en staat pas aan het begin van haar carrière. Ze heeft dan ook nooit ernstig overwogen om zelf haar baan op te geven om voor Belle te zorgen. In die zin lag het voor de hand dat ik een stapje terug zou zetten. Al kijk ik daar persoonlijk niet zo tegen aan. Onze levenskwaliteit is er het voorbije jaar met sprongen op vooruit gegaan. En daar draait het uiteindelijk toch allemaal om. Natuurlijk zijn er goede crèches of attente onthaalmoeders. Maar je kind zelf haar eerste fruitpapje geven, haar met je eigen ogen de eerste pasjes zien zetten, dat is toch onbetaalbaar?”
Luiers, en luieren
Huisvader of niet, uitslapen is er ook voor Bart niet bij. “Rond half acht staan we met ons drietjes op, zodat we samen kunnen ontbijten. Wanneer Mieke een uurtje later naar het werk vertrekt, verhuis ik samen met en Belle naar het bureau, waar ik mijn webstek bijwerk. Intussen verbouwt Belle meestal het bureau (grijnst). Echt doorwerken is er dus niet bij, maar dat stoort me ook niet. Vorig jaar ben ik gestart met enkele eigen weblogs, waarin ik onder meer het lokale nieuws opvolg en wat commentaar geef bij de actualiteit. Daarnaast ben ik ook sterk geëngageerd in het lokale socio-culturele leven. Dat houdt me niet enkel bezig, het zorgt ook voor het nodige sociaal contact. Ik mag dan wel vaak hele dagen thuiszitten, luieren of lanterfanten is er echt niet bij. Mensen die me wat beter kennen, weten dat ook. Vandaar wellicht dat ik van familie of vrienden weinig of geen negatieve reacties gekregen op mijn keuze om huisvader te worden. Al speelt het feit dat we ons voornamelijk in een milieu bewegen waarin de geitenwollen sokken nogal goed vertegenwoordigd zijn daar misschien ook een rol in (grinnikt). Alle gekheid op een stokje: zo'n kleine dreumes, daar heb je de handen echt wel mee vol. Daarnaast ben ik dagelijks ook enkele uurtjes zoet met de huishoudelijke klussen. Wat een huisvrouw kan, kan ik ook. Toegegeven, strijken is niet echt mijn favoriete bezigheid, maar ik trek wel behoorlijk mijn plan. Vanmorgen heb ik de keuken en de living nog een beurt gegeven en straks wacht de tuin. Ik beschouw dit allemaal als een echte job, zo wordt het ook een stukje leuker. Persoonlijk heb ik de indruk dat ik de hele dag door met zinvolle en waardevolle dingen bezig ben, maar maatschappelijk wordt dat niet echt naar waarde geschat. Een onbetaalde bezigheid, dat telt niet echt, dat wordt niet voor vol aanzien. In die zin kan ik me ook wel vinden in het politieke discours om ook huisvrouwen of huismannen een soort van basisloon uit te keren.”
Onbetaald of niet, op de keukentafel lonken enkele manden boordevol wasgoed verlangend naar het strijkijzer. Bovendien komt ook de lunch vervaarlijk dichterbij. Hoog tijd dus om boodschappen te gaan doen. Niet meteen het favoriete tijdverdrijf van de meeste mannen. Maar Bart ziet er geen graten in en vist in een recordtempo de noodzakelijke ingrediënten uit de rekken. Opnieuw thuis verdwijnt Belle enkele uurtjes in bed en stort papa zich vol overgave op het middagmaal. Klokslag half een maakt Mieke, die enkele honderden meters verderop in CC De Warande werkt, immers haar opwachting. “Best grappig, we eten nu elke middag warm, soms voel ik me opnieuw een kind van de jaren vijftig,” lacht Bart terwijl hij een dampende pastaschotel op tafel tovert. Belle in bed, eten op tafel en de beentjes van mama onder tafel. Alles loopt op wieltjes, en daar voelt ook Mieke zich bijzonder goed bij. “Bart en Belle vormen een ongelooflijk hecht team. Daar kan ik me toch enkel maar gelukkig bij voelen? Toen Bart nog bij de VRT werkte, klopte hij soms bijzonder lange dagen. Ik was zelf ook blij toen hij besliste om daar mee te kappen. Ikzelf werk vandaag bijzonder hard, maar dat kan enkel omdat Bart er altijd is voor Belle. Die twee doen gewoonweg alles samen. Wanneer Bart ergens een afspraak heeft, dan gaat Belle mee. Zo eenvoudig is dat.”
Weblog als visitekaartje
Een leuke job met een al even aantrekkelijk inkomen enerzijds, sociale status anderzijds: het zijn vaak twee handen op één buik. Hoe ga je daar dan als huisvader mee om? “Ik heb mijn status nooit uit mijn inkomen gehaald. Ik wil me professioneel vooral goed in mijn vel voelen, dat maakt werken de moeite waard. Het valt me op dat mensen de laatste jaren almaar meer uit hun job willen halen. Terwijl een job voor mij in eerste instantie een instrument is om aan een aantal basisbehoeften te kunnen voldoen. Het kantoor is geen pretpark, alle kunstmatige en opgeklopte hypes ten spijt. Mensen die daar wel van uitgaan en zich volop in de dagelijkse ratrace storten, komen achteraf vaak bijzonder gefrustreerd thuis. Het echte geluk zit in kleine dingen, dat beseffen we hier nog al te weinig.” Klinkt goed, maar er moet natuurlijk wel brood op de plank komen? “Financieel heeft mijn stap terug voor ons weinig of geen gevolgen gehad. We leven hier op wandelafstand van het centrum en kunnen het dus met één auto rooien. Daarnaast moeten we ook geen kast van een villa afbetalen. Dit huis hebben we ooit nog van mijn grootmoeder gekocht, maar wat mij betreft voldoet het perfect. Ons huidige inkomen laat ons toe om goed te leven, zonder meer.”
Net wanneer we Barts kookkunsten aan een streng, maar rechtvaardig oordeel willen onderwerpen, gaat de bel. “Iemand van een productiehuis die blijkbaar regelmatig mijn weblogs leest en me een voorstel wil doen om ook iets dergelijks voor de VRT te gaan doen,” klinkt het wat geheimzinnig. “Zo zie je maar hoe zelfs een bezigheid die in eerste instantie niets oplevert op termijn toch vruchten kan afwerpen. Mijn weblogs, hoe vrijblijvend ook, beschouw ik als een soort visitekaartje. Binnenkort wil ik, op freelancebasis en zonder al te veel verplichtingen, opnieuw in de media aan de slag. Niet echt voltijds, want ik wil ook voor mijn dochter blijven zorgen. Ik ben in alle opzichten veel kieskeuriger geworden, net omdat ik nu geleerd heb dat ik het geluk niet uit mijn werk moet halen. Een stresserende job of ellenlange werkdagen, daar pas ik resoluut voor. Ook een 9-5 baantje is niets voor mij, ik ben nogal op mijn zelfstandigheid gesteld geraakt. Alleen zit het me niet lekker om elke maand zomaar een uitkering te ontvangen zonder dat ik daar zelf iets voor doe. Ik wil niet dat mensen me op termijn als een profiteur gaan bestempelen.”
Luilekkerleven?
Genoeg gepalaverd nu, want ook voor de namiddag oogt Barts agenda meer dan behoorlijk gevuld: Belle uit bed halen en eten geven, een bezoekje brengen aan het containerpark, een nieuwe laptop afhalen en het gras maaien. Een luilekkerleventje als huisman? Bart grinnikt. “Heel soms, zo halverwege de ochtend wanneer de vaatwas vredig draait en ik alweer een wasmachine vol kleren heb gestopt, heb ik het gevoel dat ik alles netjes onder controle heb. Alleen duurt dat besef nooit heel lang.”
Hardzoekende vrouw.
Isabelle (31) zoekt vruchteloos naar nieuwe baan
“Soms voel ik me sociaal totaal waardeloos”
Tien jaar lang sukkelde Isabelle (31) als kleuterleidster van de ene interim-opdracht in de andere tijdelijke klus. Van de regen in de drop. In september vorig jaar vond ze het welletjes en schreef ze zich in als werkzoekende bij de VDAB. Via opleiding investeert ze nu in een hopelijk rooskleuriger toekomst. Het relaas van een schier uitzichtloze zoektocht naar een nieuwe baan.
Een doordeweekse ochtend in het VDAB-opleidingscentrum in Temse. Buiten lonkt de zon, maar daar hebben de cursisten op de tweede verdieping weinig oog voor. Zij hebben de handen en het hoofd vol met de soms vreemde kronkels die de taal van Voltaire maakt. “Een absolute noodzaak, willen ze hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten”, weet lesgeefster Ellen Verschueren. “De cursisten hier hebben vaak jarenlang geen letter Frans gesproken en dat breekt hen meestal zuur op wanneer ze opnieuw moeten gaan solliciteren. De meeste kandidaten schrijven zich spontaan in, anderen worden door hun vaste trajectbegeleider naar hier doorverwezen.”
Klokslag 12 uur. Genoeg geworsteld met le pronom personnel, les conjugaisons en andere taalkundige ongerijmdheden. In een mum van tijd stroomt het leslokaal leeg. “Alweer ietsje wijzer geworden”, glimlacht Isabelle, wanneer we samen naar haar knusse woonst in Hamme afzakken, een tiental kilometer verderop. Nadat ze enkele weken terug al een intensieve opleiding administratief bediende met succes afrondde, schreef Isabelle zich prompt in bij de VDAB voor een cursus Frans. Elke ochtend wordt ze er om 8u30 stipt in het opleidingslokaal verwacht. Cursisten die twee minuten te laat opdagen, krijgen prompt een verwittiging aan hun been. Na een tweede verwittiging vliegen ze er onherroepelijk uit. “Behoorlijk streng, inderdaad, maar ik heb daar hoegenaamd geen probleem mee. Integendeel, ik kijk elke dag uit naar die lessen. Als werkloze zorgt die routine opnieuw voor wat structuur in je leven. Bovendien helpt het me ook de verveling tegen te gaan.”
Het klinkt allemaal wat wrang, maar Isabelle heeft vandaag dan ook weinig reden om vrolijk door het leven te gaan. Negen maanden geleden gaf ze haar job in het onderwijs op. “Tien jaar lang heb ik meegedraaid als kleuterleidster. Doodmoe werd ik daar uiteindelijk van, letterlijk en figuurlijk. Een weekje hier, drie dagen daar, nooit enige stabiliteit, nooit de kans om een hechte band op te bouwen met de collega's. De laatste jaren had ik echt de indruk meegesleurd te worden in een soort van tredmolen. Een andere onderwijsmethodiek in elke school, almaar meer papierwerk: ik kon echt niet meer mee. Bovendien werd het me ook geleidelijk aan duidelijk dat ik niet echt in de wieg gelegd was voor zo'n job. Het enthousiasme was compleet zoek. In september vorig jaar heb ik de knoop definitief doorgehakt. Ik heb me meteen ingeschreven bij Cevora om een eerste, zes maanden durende, administratieve opleiding te volgen. Negen op de tien mensen die daar een opleiding volgen, kunnen achteraf bijna meteen aan het werk, zo werd me verteld.” Dat klonk natuurlijk bijzonder verleidelijk, maar de realiteit bleek iets grauwer. Na haar afsluitende stage in een brouwerij kreeg Isabelle te horen dat er daar voorlopig geen vacatures waren. Daar stond ze dan, een diploma op zak waar ze geen kant meer mee uit kon, totaal vervreemd van de arbeidsmarkt na tien jaar in het onderwijs, geen vaste partner om op terug te vallen en enkel uitzicht op een werkloosheidsuitkering van zowat 800 euro per maand. Toch heeft ze nog steeds geen spijt van haar beslissing.
“Enkele maanden terug had ik een eerste afspraak met mijn vaste trajectbegeleider bij de VDAB. Toen ik mijn situatie daar uitlegde, kreeg ik heel veel begrip. Je kan niet blijven meedraaien in een baan of sector waarin je je helemaal niet meer thuis voelt en uiteindelijk zelfs met tegenzin naar het werk gaat. Op termijn eindig je dan in een depressie. Of ik oorspronkelijk dan de verkeerde keuze heb gemaakt? Wellicht wel, maar vergissen is menselijk, zeker als je amper 18 bent en dan al een zo fundamentele keuze moet maken. Van mensen die me wat minder goed kennen, krijg ik vaak dezelfde reactie. Hoe haal je het in je hoofd om een schitterende job in het onderwijs, behoorlijk betaald en vakantie bij de vleet, zomaar op te geven? Alsof de vele vakantiedagen een job de moeite waard maken...”
500 euro per maand
Hopen vrije tijd, maar geen geld om die op een leuke en zinnige wijze in te vullen: het lijkt het eeuwige dilemma waar zowat alle werklozen vroeg of laat mee af te rekenen krijgen. Isabelle zucht. “Dat klopt. Elke dag kom ik rond half één thuis van de cursus Frans. Daarna tracht ik wat te koken of ga ik voor mijn ouders koken, ik doe wat boodschappen en knap het huishoudelijk werk op. Dat moet natuurlijk ook gedaan worden, maar ik kan toch niet blijven kuisen? Ik heb momenteel geen partner, heb geen kinderen om voor te zorgen en ben dus constant op zoek naar een doel in mijn leven. Misschien is dat nog het allerergste: ik wil zo graag iets te betekenen hebben, maar net omdat ik een hele dag niets om handen heb, voel ik me soms ronduit minderwaardig. Ik wil dolgraag aan de slag, maar krijg voorlopig nergens de kans om dat ook te bewijzen. Daarnaast is er natuurlijk die knagende onzekerheid: iets plannen op lange termijn is er nooit bij, al was het maar omdat ik schrik heb om op termijn ook nog mijn huidige uitkering te verliezen. Omdat ik nu in de zomermaanden twee dagen per week met een ijskarretje rondrijd, ben ik teruggevallen op een uitkering van zowat 500 euro per maand. Ik kan je verzekeren: ver spring je daar niet mee. Noodgedwongen ben ik de voorbije maanden ook heel anders gaan leven. Uitgaan in het weekeind is er helemaal niet meer bij en wanneer ik boodschappen doe, is het echt wel uitkijken geblazen. Vandaag heb ik vooral schrik voor de dag dat ik verplicht zou worden om om het even welke baan aan te nemen. De laatste jaren in het onderwijs ben ik vrijwel dagelijks tegen mijn zin gaan werken. Dat wil ik geen tweede keer meemaken. Ik besef natuurlijk ook dat er net zo goed werklozen zijn die niets liever doen dan op hun luie kont zitten en die dus best wat aangepord worden, maar je kan toch niet iedereen over eenzelfde kam scheren?”
Actief zoeken of geen uitkering meer
Sinds kort heeft Isabelle van de VDAB ook een persoonlijke trajectbegeleider toegewezen gekregen. Daarmee heeft ze een contract afgesloten dat haar verplicht om constructief mee te werken aan de zoektocht naar een nieuwe baan. Werklozen die dat niet doen, dreigen hun uitkering te verliezen. “Elke mail, elke sollicitatiebrief die ik schrijf, houd ik zorgvuldig bij. Dagelijks surf ik naar verschillende jobsites op het net en elke week doorsnuffel ik Vacature en de Streekkrant. Ook dat wordt op termijn een bijzonder frustrerende bezigheid: solliciteren en dan maar wachten op een antwoord dat er heel vaak nooit zal komen. Om de muren van op te lopen! Onlangs stuurde de VDAB me een vacature door die beantwoordde aan mijn profiel. Ik heb daar meteen op gereageerd, maar geen antwoord. Om heel eerlijk te zijn: de meeste bedrijven leggen de lat vandaag bijzonder hoog. Voor de meest doordeweekse administratieve baantjes moet je haast perfect tweetalig zijn, de nodige ervaring kunnen voorleggen, aantonen dat je wel degelijk supergemotiveerd bent én uitleggen waarom jij nu precies geknipt bent voor die job. Vorige week ben ik nog gaan solliciteren in Aarschot, wat voor mij nu niet bepaald vlakbij de deur is. Alleen al het feit dat ik daar sta, geeft toch wel aan dat ik gemotiveerd ben? Ik heb de voorbije maanden al enkele sollicitatiegesprekken gehad waarvan ik echt met een voldaan gevoel huiswaarts keerde. Als het dan achteraf toch weer niets blijkt, tja, echt motiverend is dat natuurlijk niet. Misschien ligt het wel aan de wijze waarop ik solliciteer, wist ik het zelf maar. In het onderwijs heb ik natuurlijk nooit moeten solliciteren. Iets meer begeleiding voor mensen zoals ik zou dus misschien wel aangewezen zijn.”
Uitzendkantoren bieden weinig soelaas
Een snelle hap en heel wat weinig opbeurende verhalen verder, trek ik samen met Isabelle naar Accent Interim in Sint-Niklaas. “Een van de zes uitzendkantoren waar ik al een tijdlang ingeschreven ben”, vertelt ze. “Voorlopig zonder enig tastbaar resultaat. Nochtans zie ik op de websites van al die uitzendkantoren regelmatig vacatures die me wel op het lijf geschreven lijken, maar ik hoor daar weinig of niets van. Ooit kreeg ik, van een ander uitzendkantoor dan dit weliswaar, een sms'je met een vacature voor orderpiksters. Kan je nagaan, terwijl ik ingeschreven ben voor een administratieve functie.”
De ontvangst in Sint-Niklaas is allerhartelijkst, maar bevestigt meteen alle verhalen die Isabelle me die ochtend ook al uitgebreid uit de doeken had gedaan. “Of ze haar talen wel voldoende beheerst? Of ze wel in staat zou zijn om een rechtstreeks gesprek te voeren in het Frans? Of ze nu zelf eens kan vertellen welke kwaliteiten ze precies bezit en waarom een klant haar dan wel zou moeten aanwerven?” Isabelle ondergaat het eerder gelaten. “Nee, mijn talenkennis is verre van perfect, maar ik heb al een intensieve administratieve opleiding gevolgd en ben nu ook een cursus Frans aan het volgen. En voor de rest wil ik vooral zo snel mogelijk opnieuw aan het werk en ben ik bereid er echt voor te gaan.” Of ze dan zelf eventueel een aantal bedrijven uit de regio kan suggereren waar ze graag aan de slag zou gaan? Nee, dat kan ze niet. “Geen man overboord, we zullen er alles aan doen om je zo snel mogelijk een leuke job te bezorgen”, klinkt het nog bemoedigend. Tien minuten later, een belofte rijker en een illusie armer, staat Isabelle opnieuw op de stoep. “In mijn laatste jaren als kleuterleidster voelde ik me af en toe sociaal totaal waardeloos. Dat gevoel overvalt me nu ook steeds meer.”
Zieke werknemer.
Lutgarde Michiels (45) lijdt aan het Chronisch Vermoeidheidssyndroom
“Mijn grote droom is opnieuw kunnen werken”
Lutgarde lijdt aan het Chronisch Vermoeidheidssyndroom. Ze is in behandeling bij verschillende artsen en therapeuten en beseft dat ze nooit meer zal genezen. “Maar ik wil wel zoveel mogelijk herstellen van CVS en weer een job vinden.” Het verhaal van een vrouw die niet opgeeft en haar lot ondanks alles in eigen handen blijft nemen.
Wanneer ik voor het huis van Lutgarde stop, zwaait de deur open en maak ik kennis met een goed verzorgde, slanke vrouw. Boven lopen drie honden en drie katten rond. Het huis is mooi ingericht en in de gang staan fitnesstoestellen. Woont hier iemand die lijdt aan het Chronisch Vermoeidheidssyndroom? Vandaag gaan een paar cliché's naar de haaien, zoveel is zeker. Lutgarde overstelpt me met informatie, anekdotes, dagboeken en dossiers van onderzoeken. “Ik weet dat ik nooit kan genezen, maar ik kan wel voor een groot stuk mijn levenskwaliteit verbeteren. Dat moet ik doen, de artsen en therapeuten kunnen me alleen maar helpen. Daarna kan ik misschien terug aan werken denken.”
De dagen van Lutgarde zijn tot op de minuut ingedeeld. Tijd voor spontane 'uitspattingen' is er niet. “Soms is het moeilijk om te aanvaarden dat mijn leven zo moet verlopen. Ik heb periodes gekend dat ik dacht 'dit hoeft voor mij niet meer', 'waarom ben ik wakker geworden'?”
Ze volgt seminaries en conferenties over CVS op de voet. Wat vond ze van de reportage in Koppen enkele dagen geleden? (verontwaardigd) “Zo zielig. Je zelfs niet aankleden om voor de camera te komen. Ik kan mij ook laten gaan en hier rondhangen. Na verloop van tijd kun je niets meer.” De ellende begon in 1991. “Toen ik als mama thuis werkte – met vier kleine kindjes - raakte ik betrokken bij een zwaar verkeersongeval. In het ziekenhuis merkten de dokters dat ik barstjes in mijn schedel had. Ik was ook twee tanden kwijt, mijn rechteroor moest gereconstrueerd worden, mijn sleutelbeen was gebroken en dagenlang kon ik mijn rechterbeen niet meer bewegen.” Wat dat de factor die CVS 'wakker maakte? “Ik weet het niet, maar ik denk het wel. Zodra mijn lichaam genezen was mocht ik naar huis. Maar ik voelde me absoluut niet beter. Ik heb samen met mijn dochter Leen, die toen in het eerste leerjaar zat, opnieuw leren lezen en schrijven.”
Werken met pijn en stress
“Tijdens de volgende twee jaar werden de klachten steeds erger. Lutgarde kon steeds minder in huis doen. “Ik vergat de kinderen naar de muziekschool te brengen, ik kon me niet langer dan een kwartiertje concentreren en dus ook autorijden. Na nog eens twee jaar sukkelen was ik een wrak. Ik besloot om zelf actie te ondernemen. Weet je dat ik toen vier valiums per dag nam om de pijn onder controle te houden?” Lutgarde zocht en vond hulp bij kinesiste Maria Van den Bossche. “Ik kon niet langer dan vijf minuten rechtstaan, ik had bijna geen kracht meer in mijn rechterarm.” De kinesiste heeft toen stap voor stap al die vastzittende zenuwen en spieren gedeblokkeerd.” Voor haar rechterarm bezocht Lutgarde een andere kinesist, die de spieren van die arm prikkelde. “Dat was een harde revalidatie, verschillende zenuwen waren afgeklemd. Ik werd met laserstralen en ultrasoongeluiden behandeld.”
De finale inzinking
In 1998 scheidde Lutgarde en om rond te komen ging ze halftime werken bij een garage. “Ofwel kon ik mijn kinderen alles geven wat ze nodig hadden ofwel gingen we 'overleven' op mijn uitkering en alimentatie. Ik zeg altijd: wie wil werken, die vindt werk. Het lukt mij met mijn jaren oude grafische opleiding, en ondanks de medische problemen en jarenlange afwezigheid van de arbeidsmarkt.” Ze werkte halftijds als administratief bediende in een garage. Een jaar later vond Lutgarde een betere job, als loketbediende in een bank. “Ik genoot van het werk, heel afwisselend en ik had een goed contact met collega's en klanten. Na één maand werd het kantoor overvallen. Ik werd wel onmiddellijk opgevangen door iemand van Slachtofferhulp, maar die kwamen al snel tot de conclusie dat verdere begeleiding niet nodig was. Voor de dokters was het ook normaal dat mijn hele lichaam weigerde te functioneren, 'dat kwam door de schok'. Wat me erg heeft geraakt waren de ondervragingen door de agenten. Ik voelde me bijna zelf een verdachte. Ze bleef toch nog 20 maanden bij diezelfde bank werken maar haar gezondheid ging van kwaad naar erger. “Iedereen toonde veel begrip toen ik vertelde dat ik niet meer kon werken wegens de angstaanvallen. Ik kreeg een C4 waarmee ik een uitkering kon aanvragen.”
“Een maand later belde de VDAB, ze hadden een job voor mij gevonden. Toch niet bij een bank, vroeg ik, want dat was de enige voorwaarde die ik had gesteld. 'Euh ja, toch wel, antwoordde de consulente.' Maar het was goed betaald en ik dacht aan mijn kinderen die hogere studies wilden aanvangen. Ik heb nu drie kinderen die op kot zitten en een hogere opleiding volgen. Bij Dexia werd ik enorm goed onthaald. Op mijn veertigste kreeg ik carte blanche. Ik mocht zes maanden lang opleidingen volgen, ik kreeg alle kansen. Dat was een grote stimulans om het niet op te geven. Ik wilde mezelf bewijzen dat ik het vertrouwen van mijn werkgever waard was. Dat was voor mij belangrijker dan mijn salaris.” Lutgarde werkte dan ook hard, eigenlijk veel te hard. Na twee jaar kwam de grote klap,. “Ik crashte. Ik kon niets meer, ik stond stijf van de stress. Toen ik zes maanden thuis was, zei ik tegen mijn baas dat ik het volkomen zou begrijpen mocht hij mij ontslaan. Maar dat wilde hij niet. 'We willen dat je beter wordt en terugkomt', zei hij. Ik ben dus nog steeds in dienst van Dexia. Een prachtgebaar. Ik denk dat de meeste werkgevers héél anders zouden hebben gereageerd. Het geeft me moed om beter te proberen worden. Ik zou doodgraag teruggaan, tonen dat ik het vertrouwen van mijn bazen waard ben. Daar streef ik naar. Dat houdt me recht.”
Altijd moe zijn is duur
“Wanneer je lichaam niet mee wil, gaat je moraal omlaag. Ik begon me af te vragen of ik het me allemaal inbeeldde, of ik gek was. Geen enkele dokter had zelf al aan CVS gedacht. Ik ben toen zelf informatie gaan vragen en boekte een afspraak bij een specialist. Ik wilde uitsluitsel.” Uit de bloedtesten bleek dat er geen twijfel mogelijk was: ze leed aan CVS. “Eigenlijk functioneerde mijn immuunsysteem niet meer zoals het hoort, net zoals bij kanker- of aidspatiënten. Ik had nu een duidelijke diagnose maar ik miste een gerichte behandeling. Ik besloot daarom uit eigen zak bijkomende laboratoriumtesten te betalen. Ik heb bijvoorbeeld een grafische opleiding gehad, maar mijn visueel geheugen was bijna nihil. “
Lutgarde besteedt meer dan 2000 euro's per maand aan behandelingen en medicatie. Ik heb ook ons grote huis verkocht en we zijn kleiner gaan wonen. Mijn ziekte kost me heel wat, en ik wilde mijn kinderen hun opleiding laten afmaken.
“Ik zit nu wel thuis, maar eigenlijk is revalideren mijn huidige job. Dat en de kinderen komen voor mij op de eerste plaats. Ik help mijn kinderen zoveel ik kan en ik heb een lieve vriend die me begrijpt. Mijn dagschema is echt mijn houvast.” Lutgarde leeft volgens een strikt schema, dat per 20 minuten is ingedeeld. “Twintig minuten inspanning, gevolgd door 10 minuten rust, anders houd ik het niet vol. Ik, de perfectioniste, heb moeten aanvaarden dat het nu eenmaal niet anders kan. Bij het koken ben ik niet meer in staat om tegelijkertijd groenten en aardappelen klaar te maken. Ik kan mijn aandacht niet meer verdelen. Dus: eerst de groenten, dan de aardappelen. Of: douchen, maar mijn haar niet droogföhnen, dat is te zwaar. Ik heb ook lijstjes van alles, zodat ik niets vergeet. Medicijnen nemen, bijvoorbeeld, of naar een bepaalde dokter gaan.”
Vandaag zit de agenda goed vol. We beginnen 's ochtends met een bezoek aan kinesiste Maria, die Lutgarde een lymfedrainage geeft om afvalstoffen te helpen elimineren. Na een snelle lunch worden we verwacht bij kinesist Verbesselt, gespecialiseerd in de behandeling van CVS patiënten. Lutgarde begint met een mentale stimulatiesessie, waarbij ze kijkt naar verschillende kleuren en luistert naar afwisselende toonhoogtes. Daarna krijgt ze weer een lymfedrainage. Een andere kinesist maakt de spieren in nek en schouders los. Lutgarde neemt me mee naar de gymzaal, waar ze op de loopband stapt. Op een fiche worden hartslag, ritme en andere gegevens bijgehouden. Vandaag merken we dat ze voor dezelfde inspanning veel hogere waarden scoort, en dat ze dus minder fit is dan vorige keer. Logisch, want ze heeft stress omdat ik er vandaag bij ben. Ze praat veel te snel en vertelt me alles door elkaar. Ook dat is een teken dat het nog veel te vroeg is om aan werken te denken. De dag eindigt met aquagym. Ik moet even – heel oneerbiedig – denken dat het toch allemaal maar traag gaat en dat de oefeningen me wel heel makkelijk lijken. Maar ik merk dat de meeste deelnemers bijna uitgeput zijn na de sessie. Op het einde van de namiddag is Lutgarde echt doodmoe en heeft ze nood aan rust. Haar dagschema voor vandaag heeft ze volkomen omgegooid, en daar gaat ze nog dagen last van hebben. Ze verlangt naar haar bed. Is solliciteren of opnieuw gaan werken nog wel mogelijk? Lutgarde: “Nu niet. Ik wil mijn toestand eerst stabiliseren en mijn conditie opbouwen. Mijn ideale job zou er een zijn zonder prestatiedruk, van pakweg een uur of twee per dag. Maar of dat mogelijk is? Ik blijf er in elk geval 100% voor vechten.”
(24-05-2006)








- 
