6 hervormingen die de ambtenarij op z'n kop zullen zetten

Onze ambtenarij staat aan de vooravond van een bijzonder drastisch hervormingsproces. Dat daarbij nogal wat heilige huisjes zullen sneuvelen, lijdt geen twijfel. En dat heel wat maatregelen niet zonder slag of stoot aanvaard zullen worden, staat al evenzeer in de sterren geschreven.

Met 800.000 zijn ze in dit land. Goed 120.000 ambtenaren werken op het federale niveau, de rest – inclusief de leerkrachten – werkt voor de lokale overheden, de gemeenschappen, de provincies en de gewesten. Toeval of niet, zowel op federaal als op Vlaams niveau hebben de bevoegde ministers (respectievelijk Hendrik Bogaert van CD&V en Geert Bourgeois van N-VA) een ambitieus hervormingspakket klaar voor de ambtenarij. Hendrik Bogaert: “Ik wil een blik onontgonnen potentieel opentrekken, en hoop zo flink wat ambtenaren opnieuw gelukkig te maken in hun job. Tegelijk wil ik het respect van de brede bevolking voor ‘de ambtenaar’ terugwinnen. Uit gesprekken met mijn voorgangers heb ik geleerd dat het geen zin heeft om als een beeldenstormer met een groots, allesomvattend plan te komen aandraven. Ik wil de federale overheid dan ook project per project moderniseren. Een aantal van die projecten is intussen ook al goedgekeurd door de ministerraad en op de rails gezet. Zo zijn er sinds kort quota voor vrouwelijke topambtenaren, kunnen medewerkers van de federale overheid nu ook na hun 65ste blijven doorwerken als ze dat willen en worden alle ambtenaren voortaan jaarlijks geëvalueerd.

Bij Geert Bourgeois valt eenzelfde geluid te horen. “De tijd van de vastgeroeste, onaantastbare bureaucratie is voorbij. We moeten evalueren naar een kennisgedreven overheid, knappe koppen die kunnen meedenken in een snel evoluerende wereld. Zij bepalen mee het concurrentieniveau van een land of regio. Concreet betekent dat meer ambtenaren van niveau A en B (masters of bachelors, FMI), die dus behoorlijk betaald moeten worden. En het impliceert ook het einde van het klassieke, hiërarchische model, waarin mensen verloond worden op basis van anciënniteit.” Met het oog daarop leg Bourgeois binnenkort een behoorlijk ambitieuze nota voor aan de vakbonden, waarin het HR-beleid voor de Vlaamse ambtenaren volledig wordt hertekend.

De zes werven van Bogaert en Bourgeois

1. Contractuelen versus statutairen: gelijke rechten voor gelijke plichten

Bij de federale overheid is vandaag zowat één op de vijf ambtenaren contractueel (niet vast benoemd, FMI). Op Vlaams niveau loopt dat aantal al op tot vier op de tien, en bij de lokale overheden is vaak meer dan de helft van het personeel contractueel. Zij hebben – niet zelden voor identiek hetzelfde werk – een veel minder gunstige regeling voor ziekteverlof , hebben geen of minder promotiekansen en genieten een veel minder gunstige pensioenregeling dan de vastbenoemde ambtenaren, zegt Ria Janvier, professor aan de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de UA. “Ik pleit er al lang voor om dit onderscheid weg te werken, want het is niet meer van deze tijd.”

Hendrik Bogaert beaamt dat, maar zegt niets te kunnen doen aan het grote financiële verschil in de pensioenregeling tussen beide categorieën. “Daarvoor zijn er momenteel gewoonweg geen centen beschikbaar. Wel wil ik de volledige loopbaan van contractuelen en statutairen gelijkschakelen. Vandaag is het zo dat een contractuele ambtenaar bij de federale overheid wel komt werken, maar dat hij voor de rest bitter weinig rechten heeft in vergelijking met zijn vastbenoemde collega’s. Dat wil ik volledig omgooien.”

Geert Bourgeois: “Daar waar het wettelijk mogelijk is, zullen statutaire en contractuele personeelsleden ook bij de Vlaamse overheid dezelfde rechten en plichten krijgen. Dan hebben we het concreet over bevorderingen, ontslagregeling of ziekteverlof. Het kan in de toekomst niet meer de bedoeling zijn dat mensen die exact dezelfde job doen, op tal van vlakken anders behandeld worden.”

2. Ziekteverzuim ja, schuldig verzuim nee

“Niet opgenomen ziektedagen kan je kapitaliseren over al je werkjaren heen.” Zo staat het tot vandaag letterlijk op de website van de FOD Personeel en Organisatie, onder het hoofdstuk ‘recht op ziekteverlof’. Een bepaling die de voorbije decennia mee aan de basis lag van het ontstaan van een typische ambtenarenkwaal: ‘pensionitis’, ofte het massaal opnemen van ziektedagen in de aanloop naar het pensioen.

Kamerlid Reinilde Van Moer (N-VA) beet zich vast in het ziekteverzuim bij federale ambtenaren, en dat leverde behoorlijk hallucinante cijfers op. Zo blijken ze – over alle federale overheidsdiensten heen – een slordige 2,2 miljoen ziektedagen te hebben openstaan. “Sterker nog: in het kader van de modernisering van de overheid krijgt elke statutaire federale ambtenaar sedert 2011 een overzicht van het gekapitaliseerde saldo van ziektedagen. Dit voedt  op zijn minst de perceptie dat het hier om een opgespaard recht gaat dat men best niet verloren laat gaan,” aldus Van Moer. “En een ambtenaar ouder dan 60 die 365 dagen onafgebroken ziek is, wordt ambtshalve op pensioen gesteld. Dit gaat dan weer lijnrecht in tegen de nieuwe pensioenmaatregelen van de regering-Di Rupo, die de minimumleeftijd voor vervroegde pensionering op 62 jaar leggen.”

Lakse controles

Die zogenaamde ‘pensionitis’ bij sommige ambtenaren is al langer een teer punt. “Op het federale niveau geldt als regel dat een statutaire ambtenaar per werkjaar 21 dagen ziekteverlof aan anciënniteit opbouwt,” vertelt Ria Janvier. “Bij de Vlaamse overheid heeft men er bij de invoering van het nieuwe personeelsstatuut al voor gekozen om elke statutaire ambtenaar sowieso een ziektekrediet van 666 werkdagen te geven, voor de volledige loopbaan, en niet gekoppeld aan enige anciënniteit. Dit komt neer op zowat drie jaar. Dat verschil is niet onbelangrijk, omdat het betekent dat je als federale ambtenaar eigenlijk al heel jong met vervroegd pensioen kan worden gestuurd, als je nog niet veel anciënniteit hebt en je ziektekrediet uitgeput is.

Bij de Vlaamse overheid kan je momenteel drie jaar lang – met behoud van salaris – afwezig zijn, alvorens eventueel vroegtijdig met pensioen te worden gestuurd. Wie voor de federale overheid werkt en geen ziektekrediet meer overhoudt, terwijl hij toch niet opnieuw aan de slag kan, belandt in ‘disponibiliteit’. Concreet: je behoudt 60 procent van een onbegrensde wedde, tot hervatting of vervroegde pensionering. Bij de Vlaamse overheid bestaat dit systeem niet, wat impliceert dat een statutaire ambtenaar bij wie alle 666 dagen ziektekrediet uitgeput zijn met behoud van wedde thuis blijft zitten, tot hij definitief ongeschikt voor zijn ambt wordt bevonden. Het controleorganisme van de Vlaamse overheid beslist daarover.”

Volgens Janvier schort er nochtans nog wel een en ander aan het controlesysteem, zowel op Vlaams als op federaal niveau. “Zijn die oudere ambtenaren die ziektedagen opnemen wel echt ziek? Door de te lakse controles heeft de overheid er zelf toe bijgedragen dat ambtenaren het opsparen van ziektedagen stilaan als een recht zijn beginnen te beschouwen. Dit is ook bijzonder frustrerend voor de mensen die de personeelsbudgetten beheren: statutaire medewerkers die maandenlang afwezig blijven, blijven op de payroll staan en kunnen niet vervangen worden. Toch wil ik ook waarschuwen voor de perceptie als zouden alle ambtenaren profiteurs zijn die op het einde van hun carrière rustig al hun ziektekrediet opnemen. Dat is sterk overtrokken. Ik pleit hier voor meer begeleidende maatregelen, ook met het oog op de verhoging van de pensioenleeftijd. Wie niet langer kan of wil werken, zal sowieso achterpoortjes vinden. In de privésector kan dat resulteren in ontslag, in de openbare sector in het massaal opnemen van ziektedagen, maar in beide gevallen is het resultaat identiek: de overheid zal besparen op pensioenen, maar tegelijk meer uitgeven aan werkloosheidsuitkeringen of vergoedingen bij arbeidsongeschiktheid. Je verschuift gewoon het probleem en het uitgavenpatroon.” Een toch niet onbelangrijke nuance in deze: ambtenaren die hun ziektekrediet uitputten, blijven hun volledig loon ontvangen zolang ze niet met verplicht pensioen worden gestuurd. Werknemers uit de privé die als oudere werklozen aan de kant worden geschoven, moeten financieel stevig inboeten.

Gevangenissen

Hendrik Bogaert: “De ambtenaar in kwestie moet natuurlijk nog altijd een doktersbriefje kunnen voorleggen, maar het systeem is zeker aan herziening toe. Als ik hoor dat het absenteïsme in bepaalde gevangenissen oploopt tot 14 procent, tja, dan zullen er natuurlijk altijd cipiers te kort zijn. Naast dat absenteïsme zijn er ook nog eens grote regionale verschillen die moeilijk verklaarbaar zijn. Ik mag dat misschien niet hardop zeggen, maar in Henegouwen ligt het absenteïsme onder ambtenaren driemaal zo hoog als in West-Vlaanderen. Zoiets kan niet meer. ‘Last but not least’: te veel ambtenaren maken er nog altijd een gewoonte van om, als ze een controlearts op bezoek kregen maar niet thuis waren, zich achteraf niet opnieuw aan te melden bij die controlearts. Op een jaar tijd waren er vijfduizend van die gevallen. Dit kan niet door de beugel. In eerste instantie wil ik dus veel striktere controles binnen het huidige systeem, op langere termijn moet dit systeem gewoon verdwijnen.”

Ook Geert Bourgeois erkent dat het systeem met ziektedagen niet echt meer van deze tijd is, maar van het opsparen van ziektedagen om zo een stuk vroeger op pensioen te kunnen gaan, is er volgens hem bij de Vlaamse overheid amper sprake. “De medische controles zijn behoorlijk streng, en dat resulteert nu al in een gemiddelde pensioenleeftijd van 61,6 jaar bij onze ambtenaren. Toch willen we grondig sleutelen aan het ziekteverlofsysteem. De vakbonden weten dat dit er zit aan te komen, maar het is nog te vroeg om daarover in detail te treden.”

 

Ziekteverzuim bij ambtenaren blijft opvallend hoog

Federale ambtenaren kunnen tweemaal per jaar een dag afwezig zijn zonder dat daarvoor een medisch attest moet worden voorgelegd. Uit de meest recente cijfers over het ziekteverzuim blijkt alvast dat de federale ambtenaren het in 2011 niet opvallend slechter of beter deden dan het jaar daarvoor: het ziekteverzuimpercentage bleef met 6,84 procent nagenoeg op hetzelfde niveau als in 2010. Toch doet de federale ambtenarij het daarmee nog altijd opvallend slechter dan de privésector, waar het verzuimpercentage op 5,82 procent bleef steken. De Vlaamse overheid presteert iets beter dan de federale collega’s met een verzuimpercentage van 6,39 procent in 2011.

3. Ambtenaren gaan lokaal, regionaal, federaal én internationaal

Gedaan met de ambtenaar die, na 45 jaar trouwe dienst op zijn departement, uitgewuifd wordt door zijn overste met een fraaie gouden polshorloge.” Geert Bourgeois windt er geen doekjes om: de nieuwe ambtenaar zal mobiel zijn, of zal niet zijn. “Vandaag al kunnen alle ambtenaren van de ene overheid naar de andere overstappen. Van lokaal naar Vlaams, van Vlaams naar federaal, noem maar op, alle drempels zijn weg. Toch blijven onze ambtenaren veel te weinig mobiel, en dat moet veranderen. Binnenkort zullen ze ook een tijdje internationale ervaring kunnen opdoen, bijvoorbeeld in een kantoor van ‘Flanders Investment and Trade’ in het buitenland, maar net zo goed bij de Oeso of Unesco. We moeten leren over het muurtje te kijken, en zowel de ambtenaar zelf als de Vlaamse overheid hebben daar enkel maar bij te winnen.”

Hendrik Bogaert zit op dezelfde lijn. “Vandaag bestaat er op federaal niveau al een interne markt, waarbij alle vacatures intern worden gepost en voor iedereen toegankelijk zijn. De selectieprocedures bij Selor worden ingekort van zowat zes maanden naar maximaal drie maanden en vacatures kunnen voortaan ook worden opengesteld voor externen. Daarnaast hebben we ook een soort ‘special forces’ in het leven geroepen, ambtenaren die tijdelijk een bepaalde dienst kunnen komen versterken. Vroeger werden er in zo’n geval meestal gewoon wat extra mensen aangeworven, die na afloop van de klus doorgaans bleven zitten op de dienst waar ze waren terechtgekomen. Globaal willen we de ambtenarij dus ontvetten, maar hier en daar moeten we onze spieren versterken: daar waar nu te veel volk zit, kunnen mensen verschuiven naar diensten die onderbemand zijn.”

4. Nog een opleiding, iemand?

104 miljoen euro. Dat was het bedrag dat de federale overheid tot nog toe jaarlijks uittrok om de financiële bonussen te betalen van ambtenaren die een opleiding hadden gevolgd. Welke opleiding precies, en of die ook nuttig was met het oog op het eigen takenpakket of bevoegdheidsdomein, daar lag niemand wakker van. Meer nog, het systeem was dermate ontspoord dat een aantal ambtenaren er een nationale sport van maakte om de ene opleiding na de andere te volgen. Dat dikt ook aardig aan: per afgeronde opleiding ontvangt een federale ambtenaar een competentiepremie die kan oplopen tot 100 euro per maand. En dat gedurende zes tot acht jaar na het volgen van de opleiding.

“Hiermee wil ik komaf maken,” stelt Hendrik Bogaert. “Zelfs de vakbonden hebben toegegeven dat dit systeem totaal achterhaald is, niet het minst omdat het cursusaanbod zo uitgebreid geworden is dat vele cursussen totaal niet meer afgestemd zijn op de competenties waaraan een moderne ambtenarij nood heeft. Ik zal geen euro besparen op het budget, maar het systeem zelf moet volledig anders. Ik geloof heilig in opleidingen, maar het gaat niet langer op om zomaar competentiepremies te betalen aan ambtenaren die met die competenties niets doen, of er geen nood aan hebben in hun job.”

5. Meer met minder

Op federaal vlak wordt er sinds het begin van de huidige legislatuur in de administratie nog slechts één op de drie vertrekkers vervangen. “Daardoor zitten we nu al aan 1.500 ambtenaren minder dan in 2011”, klinkt het bij Hendrik Bogaert. “Dit gebeurt niet lineair, want het aantal cipiers en douaniers bijvoorbeeld wordt net opgetrokken. Het plan is dat er aan het einde van deze regeerperiode goed 4.000 federale ambtenaren minder zullen zijn.

Eenzelfde verhaal op Vlaams niveau. Tegen juni 2014 wil de Vlaamse overheid het met zes procent minder ambtenaren doen. In concreto betekent dit dat er in 2014 nog 27.000 Vlaamse ambtenaren zullen overblijven, 1.700 minder dan in 2009. “Naakte ontslagen zijn daarbij evenwel niet aan de orde,” verzekert Geert Bourgeois.

6. Nieuwe loopbaan, sneller op straat

Het is een even bekende als bedenkelijke uitspraak: vast benoemde ambtenaren moeten minstens hun baas vermoorden, willen ze toch een minimale kans maken om ontslagen te worden. En hoewel Hendrik Bogaert voorlopig geen plannen heeft om volledig komaf te maken met het concept ‘statutaire ambtenaar’, zal dat soort jobzekerheid in de toekomst grondig veranderen: “Het evaluatiesysteem moet stevig op de schop. Als je bedenkt dat er de voorbije tien jaren welgeteld tien statutaire ambtenaren ontslagen werden op een totaal van 80.000, dan besef je dat dit niet meer van deze tijd is. Onbegrensde jobzekerheid tot in het oneindige, waarin ondermaats presterende ambtenaren van departement tot departement worden doorgeschoven, dat kan niet meer. Na een negatieve evaluatie zullen de federale ambtenaren voortaan zes maanden de tijd krijgen om zich te herpakken. Gebeurt dit niet, dan vliegen ze aan de deur.”

Geert Bourgeois: “Absoluut prioritair in onze nieuwe HR-aanpak is de nieuwe loopbaanopbouw: voortaan zijn prestaties en klantvriendelijkheid de norm, terwijl tot nog toe alles draaide rond anciënniteit. Concreet: het zal in de toekomst niet meer kunnen dat een ambtenaar van pakweg 50 jaar oud een pak meer verdient dan een collega die tien jaar jonger is, maar in eenzelfde functie veel harder werkt en betere resultaten boekt. Anciënniteit wordt dus veel minder bepalend voor het loon. We moeten af van de klassieke looncurve, waarbij je simpelweg meer verdient naarmate je ouder wordt. Het loon zal afhankelijk worden van je productiviteit. Met dien verstande dat we uiteraard niet zullen raken aan verworven rechten: oudere ambtenaren die vandaag in een bepaalde loonschaal zitten op basis van hun anciënniteit hoeven zich dus geen zorgen te maken. Daarnaast zal het bestaande evaluatiesysteem, waarbij een Vlaamse ambtenaar ontslagen wordt na twee opeenvolgende negatieve evaluaties, verscherpt worden. Daarom wil ik de vakbonden voorstellen dat iemand die echt niet voldoet voortaan ook na één negatieve evaluatie de laan kan worden uitgestuurd. Twee negatieve evaluaties in een periode van vijf jaar zouden dan ook tot ontslag leiden.”

 

Geen dagje vakantie meer in ruil voor zakje bloed

‘Klein verlet’ heet het officieel: het systeem waarbij federale ambtenaren een dagje vrijaf krijgen in ruil voor een andere ‘prestatie’, zoals het geven van bloed of de aanwezigheid in een stembureau bij verkiezingen. “Het dagje klein verlet bij bloeddonatie heb ik intussen afgeschaft”, aldus Hendrik Bogaert. “Omdat een beperkt aantal ambtenaren daar inderdaad misbruik van maakte, en dat dit ook bepaalde gezondheidsrisico’s inhield, zoals het Rode Kruis me signaleerde. Wat de verkiezingen betreft: dat moeten we nog bekijken. Voorlopig liggen er nog geen concrete plannen op tafel om dit af te schaffen.”  

 

Stakende cipiers? Werkloosheidsuitkering voor de gevangenen!

Absurdistan ligt in België nooit ver weg. Wat moeten we anders denken van de ‘technische werkloosheid voor gedetineerden’, in 2004 ingevoerd door Laurette Onkelinx? Uit een recente mondelinge vraag van senator Danny Pieters (N-VA) moet blijken dat gedetineerden die niet kunnen werken omwille van een ambtenarenstaking in de gevangenis ook recht hebben op een werkloosheidsuitkering. “In 2011 betaalde de Regie van de Gevangenisarbeid 10.000 euro daarvoor”, viste Pieters uit. “Maar merkwaardig genoeg bestaat daarvoor geen wettelijke basis.”