Thaise megaprojecten zorgen voor investeringen en jobs

De volgende jaren liggen er in Thailand voor 59 miljard euro nieuwe infrastructuurprojecten op tafel. Ambitieus, jazeker, maar waar halen de Thai de centen en leveren al dat staal en beton ook de nodige ‘return on investment’ op? Bericht uit Bangkok, waar economische planning tot norm verheven werd.

De vraag is niet zozeer of de regen komt. Het is tenslotte regenseizoen. In deze krioelende metropool van ruim tien miljoen inwoners is het vooral zaak te weten wanneer de hemelsluizen zullen opengaan. Dan wordt de hele stad in een mum van tijd letterlijk tot stilstand gebracht. Tienduizenden afspraken en agenda’s lopen prompt in het honderd. Verloopt het verkeer in normale omstandigheden al onvoorstelbaar hectisch, dan is er op zulke dagen geen doorkomen meer aan. Onder meer die vaststelling zette de Thaise regering er de voorbije decennia toe aan om zwaar te investeren in een betere verkeersinfrastructuur. Met als absolute uitspringer de aanleg van de zogenaamde skytrain, een soort metro op pijlers, 12 meter boven de constant dichtslibbende verkeersaders. Na jarenlang politiek getouwtrek werden de eerste lijnen in 1999 geopend. Vandaag telt de skytrain al 31 kilometer sporen en maken 1,6 miljoen reizigers er dagelijks gebruik van.

De skytrain is een van de meest geslaagde en tot de verbeelding sprekende mega-infrastructuurprojecten van de voorbije jaren in Thailand, maar de investeringsdrift ging veel verder dan dat. Zo is de uitbreiding van de ultramoderne metro nu nog steeds bezig. Een project, overigens, waar men in Brussel qua stiptheid, netheid en uitstraling nog een puntje aan kan zuigen. Nog een bewijs van de Thaise investeringsdrift: men probeerde de verkeersdoorstroming in en rondom het kloppende economische hart van het land op te krikken door de snelwegen in Bangkok van een tweede ‘verdieping’ te voorzien. Bovendien kwamen er, de voorbije jaren, in het hinterland van de diepzeehavens van Laem Chabang en Map Ta Phut – de zogenaamde ‘Eastern Seabord’, enkele honderden kilometers buiten Bangkok – duizenden hectaren nieuwe industrieterreinen bij. Nu gaat dat gebied door het leven als het ‘Detroit of the East’. Dankzij gigantische investeringen van onder meer Ford, Mazda en Suzuki is Thailand namelijk uitgegroeid tot de grootste autoproducent van Azië en werden er in de ‘Eastern Seabord’ ruim een half miljoen nieuwe banen gecreëerd. Kers op de taart inzake grote infrastructuurprojecten is de nieuwe luchthaven Suvarnabhumi, bij Bangkok, die in 2006 in gebruik werd genomen. Goed voor een investering van ruim drie miljard euro, al dan niet inclusief smeergeld, en 45 miljoen passagiers per jaar.

59 miljard euro voor nieuwe infrastructuur

“Investeren is vaak een kwestie van vertrouwen,” stelt Nirut Kunnawat, rechterhand van de Thaise eerste minister. Hij ontvangt ons in het schitterende ‘Government House’, ooit het paleis van een Thaise prins en vandaag een oase van rust en groen in het broeierige Bangkok. “Een duidelijke langetermijnvisie, gekoppeld aan een strakke meerjarenplanning, is essentieel om buitenlandse investeerders aan te trekken. Vorig jaar werd Thailand getroffen door rampzalige overstromingen. Intussen ligt er al een reeks investeringen op tafel, ter waarde van 370 miljoen euro, om dit soort catastrofes met een grote economische impact in de toekomst te vermijden. Op langere termijn trekken we ruim 59 miljard euro uit voor nieuwe infrastructuurprojecten, zoals de aanleg van een aantal hogesnelheidslijnen, de verdere uitbreiding van de luchthaven en de aanleg van nieuwe expreswegen. De financiering van dit soort megaprojecten is vaak een gemengd verhaal. Voor de aanleg van de hogesnelheidslijnen, bijvoorbeeld, investeert de overheid in de infrastructuur, terwijl de privésector de uitbating op zich neemt.”

Dat Thailand zo zwaar inzet op logistieke infrastructuur is geen toeval: het land geniet een heel strategische ligging in Zuidoost-Azië en de logistieke kost voor bedrijven ligt er nog altijd een stuk hoger dan in de meeste Europese landen. Bovendien willen de Thai hun land vanaf 2015, wanneer de economische unie ASEAN (Association of Southeast Asian Nations) een feit moet zijn, absoluut op de kaart zetten als dé logistieke hub van de regio. De Wereldbank en de Asian Development Bank pleiten ook al langer voor een grotere decentralisatie van de lokale economie, opdat nieuwe investeerders ook ver buiten Bangkok nieuwe banen zouden scheppen. Daarvoor zijn goede verbindingen én nieuwe industriezones essentieel, al beseft de Thaise overheid wel degelijk dat beton en bakstenen alleen niet zullen volstaan. Omwille van de snel gestegen loonkost is Thailand al lang geen puur productieland meer. Het zal dus ook zwaarder moeten inzetten op onderwijs en opleiding.

Publiek-private samenwerking

59 miljard euro investeren: hoe begin je daar nu aan? Met die vraag in het achterhoofd mochten we op de koffie bij Porametee Vimolsiri, de nummer twee van de bijzonder invloedrijke ‘National Economic and Social Development Board’ (NESDB), die meer dan één vinger in de pap te brokken heeft bij het uittekenen van de economische langetermijnvisie voor Thailand. “Zowat 65 procent van dat miljardenbudget gaat naar nieuwe weg- en spoorinfrastructuur, de rest wordt geïnvesteerd in luchthavens en zeehavens, energieprojecten en in de modernisering van onze telecommunicatie. Slechts de helft van die 59 miljard euro komt overigens rechtstreeks uit de nationale begroting. De rest wordt gefinancierd via leningen en door de privésector, vaak via publiek-private samenwerking. Dat soort PPS-constructies dekt vandaag al 18 procent van ons totale investeringsbudget” aldus Vimolsiri “Maar vanuit de overheid zijn we absoluut vragende partij voor meer. Niet zozeer uit financiële overwegingen: met een staatsschuld van 40 procent van het bbp (in België momenteel 101 procent, FMI) hebben we immers nog wel wat marge om te investeren. Het punt is dat we er stilaan van overtuigd zijn geraakt dat de privésector soms een stuk efficiënter werkt.” (lacht)

Staatsbedrijven die betrokken zijn bij grote infrastructuurprojecten moeten hun plannen voorleggen aan de NESDB, maar ook bij alle publiek-private partnerships heeft de NESDB een belangrijke adviserende bevoegdheid, alvorens de regering knopen doorhakt. Daarnaast bestaan er in Thailand tal van overlegorganen, waar vertegenwoordigers van de overheid en belangrijke privéspelers elkaar ontmoeten – in sommige gevallen zelfs op wekelijkse basis. De greep van de overheid op de economische planning in Thailand is dus behoorlijk strak. Ook buitenlandse bedrijven, die in Thailand een stuk van de koek willen, moeten vaak joint ventures aangaan met lokale spelers. Om de vijf jaren stelt de NESDB, na overleg met een hele rist stakeholders, een nieuw nationaal economisch ontwikkelingsplan voor dat door de regering moet worden goedgekeurd. Het huidige plan, dat loopt tot 2016, is al het elfde in de rij.

Een langetermijnvisie voor Thailand

Op de vraag of al die grootschalige investeringen volgens Vimolsiri ook op langere termijn een belangrijke economische return hebben opgeleverd, is het antwoord heel duidelijk. “Op korte termijn zorgen dergelijke projecten uiteraard voor nieuwe banen, maar eigenlijk is het ons daar nooit echt om te doen geweest. We mikken voornamelijk op die langere termijn, omdat een betere infrastructuur nieuwe investeerders aantrekt en zo voor meer knowhow en een versnelde groei en ontwikkeling zorgt. Dat merken we bijvoorbeeld heel concreet in Bangkok zelf, met de aanleg van het metronetwerk. De belangstelling van de privésector om in de buurt van de nieuwe lijnen projecten te ontwikkelen en op te kopen is veel groter dan vroeger, en dat zorgt uiteraard voor toegevoegde waarde. Hoe groot de financiële en economische return precies is, valt evenwel onmogelijk te becijferen.”

Eenzelfde geluid vangen we op bij Vivat Jiratikarnsakul, topman van Hemaraj Land & Development, de grootste industriële projectontwikkelaar van het land. “Sinds we 25 jaar geleden zijn gestart met de ontwikkeling van de ‘Eastern Sea Bord’, de belangrijkste industriële ontwikkelingspool van het land, hebben we daar honderdduizenden nieuwe banen gecreëerd. Vandaag gaat de ontwikkeling van die zone verder – we kregen dit jaar al flink wat meer aanvragen van buitenlandse investeerders dan vorig jaar – maar het patroon is veranderd. Bedrijven die zich nu in Thailand vestigen doen dat niet meer omwille van de goedkope arbeid, maar wel omdat de sterke logistieke uitbouw rondom de diepzeehavens voor volledig nieuwe industriële clusters heeft gezorgd. Met enerzijds de auto-industrie en tal van aanverwante activiteiten, en anderzijds een almaar groeiende petrochemische sector. Dus ja, het werkt ook op lange termijn, zolang zowel de overheid als de privé blijft investeren en oog blijft hebben voor nieuwe noden en veranderende economische patronen.”

Thailand in een notendop

  • Aantal inwoners: 67 miljoen
  • Tweede economie van Zuidoost-Azië, na Indonesië
  • Economische groei in 2010: 7,8% (prognose 2012: 4,5%)
  • Werkloosheidsgraad: 0,7%
  • Evolutie buitenlandse investeringen:
    • 2010: 5,8 miljard euro  
    • 2011: 9,8 miljard euro

Tekst: Filip Michiels, Bangkok
Foto’s: Griet Dekoninck