Wie heeft recht op een inschakelingsvergoeding bij collectief ontslag?
Tot voor kort waren ondernemingen in herstructurering die in het kader van een collectief ontslag de brugpensioenleeftijd wensten te verlagen, verplicht om een tewerkstellingscel op te richten voor de werknemers die 45 jaar of ouder waren. De werknemers ingeschreven in deze cel hadden recht op een door de werkgever betaalde inschakelingsvergoeding en dit gedurende 6 maanden. De inschakelingsvergoeding werd berekend op het lopend loon van de betrokken werknemer en ligt dus qua grootte heel dicht tegen de klassieke opzeggingsvergoeding.
Voorwaarden inschakelingsvergoeding
Werknemers die genieten van een inschakelingsvergoeding mogen geen prestaties meer leveren tijdens de opzeggingstermijn die 6maanden of minder loopt.
De werkgever kan het verschil tussen de eigenlijke opzeggingsvergoeding en de inschakelingsvergoeding verhalen op de RVA; dit kan alleen voor de arbeiders, niet voor de bedienden.
De economische herstelwet van 27 maart 2009 heeft deze regeling verder uitgewerkt. Voortaan moeten alle ondernemingen die overgaan tot collectief ontslag, een tewerkstellingscel oprichten. De verplichting is bijgevolg niet meer beperkt tot die ondernemingen waar men de brugpensioenleeftijd wenst te verlagen. Bovendien moeten niet langer enkel de 45-plussers uitgenodigd worden; voortaan worden alle ontslagen werknemers verplicht om zich in te schrijven in de tewerkstellingscel. Bijgevolg hebben alle ontslagen werknemers recht op een inschakelingsvergoeding. De inschakelingsvergoeding blijft verschuldigd gedurende zes maanden voor de 45-plussers en is verplicht gedurende drie maanden voor de min-45 jarigen.
Meerkost voor werkgever
Dit alles heeft belangrijke consequenties voor de werkgever. Zo zal hij er rekening moeten mee houden dat de opzeggingstermijn in het beste geval slechts gedeeltelijk gepresteerd kan worden. Voor arbeiders zal in de meeste gevallen een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsprestaties zich opdringen. Bovendien kan deze inschakelingsvergoeding een niet te onderschatten meerkost betekenen. Buiten het feit dat er in de opzeggingstermijn hoogstens gedeeltelijk kan gepresteerd worden, is het verschil tussen de inschakelingsvergoeding en de verschuldigde opzeggingsvergoeding voor bedienden immers niet te verhalen op de RVA. Voor de arbeiders, waar het verschil wel verhaald kan worden op de RVA, betekent dit desondanks toch een grote voorfinanciering voor bedrijven in herstructurering.
Tekst Sofie Bontinck, met medewerking van Laga
