Werknemersparticipatie / Participatieplan
terug naar Werknemersparticipatie
Voor de toepassing van deze wet is vereist dat de werkgever een participatieplan opstelt. Dit participatieplan dient binnen de onderneming met een syndicale delegatie te worden ingevoerd krachtens een bijzondere cao. Voor ondernemingen zonder syndicale delegatie dient een toetredingsakte te worden opgesteld. Met een bijzondere cao bedoelt de wetgever een cao ondertekend door alle vakbonden welke in de onderneming vertegenwoordigd zijn.
Men onderscheidt twee soorten werknemersparticipatieplannen:
- plannen die een deelname in de winst voorzien en
- plannen met deelname in het kapitaal.
Deelname in de winst
Een deelname in de winst komt neer op een uitkering aan de werknemers van een deel van de winst van het boekjaar in de vorm van cash geld. Voor de vennootschap betekent dit een loutere bestemming van het resultaat gevolgd door een gelduitkering.
Deelname in het kapitaal
Bij een deelname in het kapitaal wordt het bedrag van de winst van het boekjaar toegekend aan de werknemers onder de vorm van aandelen of deelbewijzen met stemrecht, uitgegeven of uit te geven door de onderneming, één der betrokken ondernemingen of een verbonden onderneming. In dit laatste geval dient men rekening te houden met een onbeschikbaarheidsperiode van minimum 2 jaar en maximum 5 jaar.
Twee verschillende scenario's
De beslissing om een participatieplan in te voeren ligt bij dewerkgever/onderneming. Terzake moet een onderscheid gemaakt worden tussen twee verschillende scenario's:
- ofwel beslist één vennootschap/werkgever om alle werknemers die zij tewerkstelt een participatieplan aan te bieden,
- ofwel beslist een ondernemingsgroep collectief om alle werknemers van alle vennootschappen van deze groep een participatieplan aan te bieden.
Indien een groep collectief beslist om een participatieplan aan te bieden, dan moet dit plan aan alle werknemers van alle vennootschappen van de groep de mogelijkheid bieden om er aan deel te nemen.
Uitzondering
De wet voorziet één uitzondering op het collectief karakter van het participatieplan: de vennootschap kan in de cao (of in voorkomend geval in de toetredingsakte) een anciënniteit van maximum één jaar opleggen voor de toetreding tot het participatieplan. De cao (of de toetredingsakte) moet in voorkomend geval wel de aanvullende regels vastleggen ter berekening van deze anciënniteit. Er dient wel te worden opgemerkt dat de wet uitdrukkelijk bepaalt dat als de werknemer in dienst werd genomen op basis van opeenvolgende contracten, de vereiste anciënniteit wordt berekend rekening houdend met de samenvoeging van de opeenvolgende contracten.
De vraag rijst of men door het verplicht stellen van een collectief participatiestelsel het incentive-effect (namelijk de werknemer meer betrekken bij de resultaten van de vennootschap) van de toekenning van aandelen of winstparticipaties niet gaat beperken. Een dergelijk incentive effect kan immers maar zinnig worden nagestreefd indien de wijze van verloning een zekere flexibiliteit en individualisering toelaat. Het antwoord hierop is gedeeltelijk negatief, aangezien de wetgever via het toelaten van een aantal objectieve verdeelsleutels wel de mogelijkheid voorziet om te diversifiëren voor wat de omvang van de voordelen onder het participatieplan betreft.