Wie heeft recht op hoeveel vakantiedagen?

Vroeger was het zo dat je enkel recht had op vakantie als je het jaar voordien gewerkt had. Nu heeft iedereen recht op vakantie.

 

 

A. ALS JE BEDRIJF BESLIST EEN BEPAALDE PERIODE TE SLUITEN, BEN JE DAN ALS WERKNEMER VERPLICHT VERLOF TE NEMEN?

B. KAN JE WERKGEVER EISEN DAT JE JE VAKANTIE AFZEGT?

C. OP HOEVEEL VAKANTIEDAGEN HEB JE ALS BEDIENDE RECHT?

D. OP HOEVEEL VAKANTIEDAGEN HEB JE ALS ARBEIDER RECHT?

E. MAG JE BAAS JE VERLOFAANVRAAG WEIGEREN?

F. MAG JE NIET OPGENOMEN VAKANTIEDAGEN OVERDRAGEN NAAR VOLGEND JAAR?

 

 

 

A. ALS JE BEDRIJF BESLIST EEN BEPAALDE PERIODE TE SLUITEN, BEN JE DAN ALS WERKNEMER VERPLICHT VERLOF TE NEMEN?

De werkgever kan inderdaad de vakantie collectief vastleggen. Dit kan gebeuren in een sectorale overeenkomst, die ten laatste op 31 december van het vakantiedienstjaar moet worden gesloten.

 

Is er op sectoraal vlak niets geregeld, dan kan de werkgever op ondernemingsvlak ook een collectieve vakantieperiode worden overeengekomen.

 

Akkoord tussen partijen noodzakelijk

Een werkgever kan deze collectieve vakantieperiode op ondernemingsvlak niet eenzijdig invoeren. De sluitingsperiode moet worden bepaald met de ondernemingsraad. Als dit niet mogelijk is, wordt er een regeling getroffen tussen de werkgever en de syndicale afvaardiging. Is er ook geen syndicale afvaardiging, dan moet er een akkoord zijn met alle werknemers. Bij gebrek aan een beslissing, wordt er een individueel akkoord gesloten tussen werkgever en werknemer. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door opname van een bepaling in het arbeidsreglement.

 

Onvoldoende vakantiedagen

Werknemers die geen voldoende vakantierechten hebben opgebouwd in hun vakantiedienstjaar (= voorafgaand kalenderjaar) om de volledige periode van sluiting te overbruggen, kunnen tijdelijk werkloos worden gesteld voor de dagen die niet gedekt zijn door vakantiegeld.  De uitkering tijdelijke werkloosheid moet aangevraagd worden bij het werkloosheidsbureau.

 

Opgelet! Het feit dat de werknemer geen vakantiedagen meer heeft, mag niet het gevolg zijn van de eigen keuze van de werknemer. Anders gezegd, de werknemer moet zijn betaalde vakantiedagen bij voorrang opnemen tijdens de periode van sluiting. Doet hij dit niet, dan wordt hij voor een aantal sluitingsdagen gelijk aan het aantal vrij gekozen vakantiedagen geacht vrijwillig werkloos te zijn zonder loon en heeft hij voor deze dagen geen recht op een werkloosheidsuitkering. Deze redenering geldt uiteraard niet voor vakantiedagen genomen bij een voorgaande werkgever.

 

 

B. KAN JE WERKGEVER EISEN DAT JE JE VAKANTIE AFZEGT?

In de mate dat er in de sector of ondernerneming geen vakantiedata worden vastegelegd, bepalen werkgever en werknemer onderling wanneer de vakantie wordt opgenomen.

 

Het criterium “redelijkheid” speelt hier een belangrijke rol. Het is redelijk wanneer een werkgever ruime tijd op voorhand meedeelt dat vakantie op een bepaald ogenblik moeilijk ligt.

 

De kaarten liggen evenwel anders indien een werkgever luttele weken voor de vakantie meedeelt dat de werknemer zijn geplande – en vaak geboekte – vakantie niet mag opnemen. In vele gevallen zal zo’n verzoek van de werkgever als onredelijk worden bestempeld.

 

De vakantiereglementering voorziet verder in een aantal richtlijnen in verband met de mogelijkheden van opname van de vakantie. Ik geef er enkele aan.

 

Aan gezinshoofden ( = personen met kinderen ) wordt de vakantie bij voorkeur toegekend tijdens de schoolvakantie.

 

De werknemer moet de mogelijkheid krijgen om binnen de periode van 1 mei tot 31 oktober twee weken ononderbroken vakantie te nemen. Voor werknemers jonger dan 18 jaar zijn dat drie weken. Een ononderbroken vakantieperiode van een week moet in ieder geval worden gewaarborgd.

 

Indien werkgever en werknemer geen overeenstemming bereiken, kan de arbeidsrechtbank de knoop doorhakken.

 

C. OP HOEVEEL VAKANTIEDAGEN HEB JE ALS BEDIENDE RECHT?

Voor bedienden wordt het aantal dagen vakantie bepaald in functie van het aantal gepresteerde en gelijkgestelde maanden in het vakantiedienstjaar.

 

Bepaling van het aantal vakantiedagen voor bedienden

Voor bedienden wordt het aantal dagen vakantie bepaald in functie van het aantal gepresteerde en gelijkgestelde maanden in het vakantiedienstjaar.

 

Per maand tewerkstelling heeft een bediende recht op twee vakantiedagen in een zesdagenstelsel.

 

Voorbeeld

A) Een bediende die in het volledige jaar 2015 werkte, heeft in 2016 recht op 24 dagen vakantie of 4 vakantieweken.

B) Een bediende met 8 maanden prestaties of gelijkgestelde afwezigheden in 2015, heeft in 2016 recht op 16 vakantiedagen.

 

Om het resultaat om te zetten naar het vijfdagenstelsel, breng je per schijf van 6 vakantiedagen 1 dag in mindering.

 

Voorbeeld

A) 24 vakantiedagen worden er in het vijfdagenstelsel dus 20 (24 - 4).

B) Een bediende met 8 maanden prestaties in 2015, heeft recht op 14 (16 - 2) vakantiedagen in 2016.

 

Het aantal vakantiedagen van een bediende wordt vastgesteld op basis van het aantal prestatiemaanden in het vakantiedienstjaar, ongeacht het feit of die prestaties geleverd werden bij een andere werkgever. Ook het feit dat de arbeider vroeger als bediende was tewerkgesteld, maakt geen verschil uit voor het bepalen van het aantal vakantiedagen.

 

Deeltijdse werknemers

In de vakantiereglementering wordt gesteld dat "deeltijdse werknemers recht hebben op vakantie in verhouding tot hun dienstprestaties". Voor een deeltijdse werknemer gelden dus dezelfde regels als voor een voltijdse werknemer, maar moet het vakantiegeld proportioneel worden berekend.

 

Wat bij overgang van voltijds naar deeltijds?

Een bediende die in het vakantiedienstjaar voltijds werkte, maar sedert dit jaar halftijds, zal tijdens dit vakantiejaar recht hebben op vier weken vakantie in zijn deeltijdse regime. Op het gedeelte van de prestaties dat hij dit jaar minder presteert en geen recht op vakantiedagen opent, moet de werkgever nog wel enkelvoudig en dubbel vakantiegeld betalen.

 

Wat als je niet elke dag evenlang werkt?

De vakantiereglementering voorziet in een berekeningswijze die een resultaat geeft dat wordt uitgedrukt in een aantal vakantiedagen.

 

Hoewel de vakantieregeling niet voorziet in een berekening van de vakantieduur in vakantie-uren, is dit wel noodzakelijk voor bedienden van wie de prestaties onregelmatig zijn.

 

We kunnen de vakantieduur dan best berekenen volgens de onderstaande formules:

 

bepaling van een aantal vakantiedagen in een voltijds regime:

>> aantal maanden prestaties in het vakantiedienstjaar X 2 = het aantal vakantiedagen

berekening van het aantal vakantieweken:

>> het aantal vakantiedagen / 6

berekening van het aantal vakantie-uren:

>> het aantal vakantieweken X de gemiddelde arbeidsduur per week

 

Voorbeeld

Een bediende werkt deeltijds gedurende drie dagen per week: 8 uur op maandag en dinsdag en 4 uur op woensdag. In totaal werkt hij dus 20 uur per week. Tijdens het volledige vakantiedienstjaar 2015 leverde deze bediende "prestaties" in ditzelfde arbeidsregime.

 

Deze bediende heeft in 2016 recht op 80 vakantie-uren.

 

Berekening:

>> 12 maanden X 2 vakantiedagen = 24 vakantiedagen

>> 24 vakantiedagen / 6 = 4 vakantieweken

>> 4 weken X 20 uur per week = 80 vakantie-uren

 

 

D. OP HOEVEEL VAKANTIEDAGEN HEB JE ALS ARBEIDER RECHT?

Voor arbeiders wordt het aantal vakantiedagen bepaald in functie van het aantal gepresteerde en gelijkgestelde dagen in het vakantiedienstjaar.

 

Regel

Voor arbeiders wordt het aantal vakantiedagen bepaald in functie van het aantal gepresteerde en gelijkgestelde dagen in het vakantiedienstjaar. Deze worden dan vergeleken met een nieuwe tabel met het aantal vakantiedagen.

 

 

Arbeidsdagen voor deeltijders en voltijders niet-5-dagenstelsel

Voor deeltijders of arbeiders die voltijds in een niet-vijfdagenstelsel werken, moeten de reële arbeidsdagen in het vakantiedienstjaar (2015) herrekend worden naar arbeidsdagen in het voltijds vijfdagenstelsel.

 

Dit gebeurt als volgt :

A x 5/R x Q/S

 

A: totaal aantal arbeids- en gelijkgestelde dagen in een bepaalde tewerkstellingsituatie in 2015;

R : gemiddeld aantal dagen per week waarin de werknemer geacht werd te werken op basis van zijn contract in 2015;

Q : gemiddeld aantal uren per week waarin de werknemer geacht wordt te werken op basis van zijn contract in 2015;

S : gemiddeld aantal uren per week waarin de voltijdse maatman van de werknemer geacht wordt te werken in 2015.

 

Arbeidsdagen berekenen per tewerkstellingssituatie

Deze formule voor de berekening van de arbeidsdagen wordt toegepast per tewerkstellingssituatie waarin de werknemer in de loop van het vakantiedienstjaar was tewerkgesteld. Men kan bijvoorbeeld van tewerkstellingssituatie wijzigen wanneer men als voltijdse medewerker overstapt naar een ploegenstelsel van gemiddeld 4,5 dagen per week, of wanneer men overstapt van een voltijds naar een deeltijds arbeidsregime

 

Afrondingsregels

De resultaten van deze formule worden uitgedrukt in dagen die zijn afgerond tot twee decimalen.

Indien een werknemer gedurende eenzelfde vakantiedienstjaar onder verschillende arbeidsstelsels heeft gewerkt, wordt de afronding toegepast op het eindresultaat.

Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan vijf, wordt er geen rekening gehouden met de decimalen. Als de decimalen gelijk of hoger zijn dan vijftig, wordt er afgerond naar een hogere eenheid.

 

Altijd voltijdse vakantiedagen

Het aantal vakantiedagen wordt op de vakantiecheque altijd uitgedrukt in voltijdse vakantiedagen en het vijfdagenstelsel.

Daarom zal de werkgever zelf het aantal vakantiedagen op de vakantiecheque moeten herrekenen voor deeltijders of voltijdse arbeiders die niet in een vijfdagenstelsel werken.

 

Vakantiecheque

Het aantal voltijdse vakantiedagen, uitgedrukt in het vijfdagenstelsel, zullen afgedrukt worden op de vakantiecheque die de werknemer ten vroegste in de maand mei ontvangt.

De werkgever kan deze gegevens vanaf mei ook online raadplegen op de portaalsite van de RSZ.

 

Reële vakantiedagen

Het aantal vakantiedagen dat de arbeider effectief kan opnemen hangt af van het arbeidsstelsel waarin hij/zij bij de opname werkt.

De Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie beschouwt het de taak van de werkgever om deze voltijdse vakantiedagen om te rekenen naar het aantal reële vakantiedagen dat de arbeider kan opnemen.

Alleen de werkgever kent immers het arbeidsstelsel van de arbeider in het vakantiejaar.

 

Hoe moet er herrekend worden?

De wetgever heeft niet voorzien hoe deze herrekening moet gebeuren.

SD Worx opteert voor volgende werkwijze: V x R'/5 x S'3/Q':

 

V = totaal aantal vakantiedagen zoals vermeld op de vakantiecheque die de arbeider ontvangt in 2015

R' = gemiddeld aantal dagen per week waarin de werknemer geacht werd te werken op basis van zijn contract in 2015

Q' = gemiddeld aantal uren per week waarin de werknemer geacht wordt te werken op basis van zijn contract in 2015

S' = gemiddeld aantal uren per week waarin de voltijdse maatman van de werknemer geacht wordt te werken in 2015.

 

Belangrijk om te onthouden is echter dat de arbeider nooit meer dan vier weken vakantie kan opnemen.

 

E. MAG JE BAAS JE VERLOFAANVRAAG WEIGEREN?

Je vakantie leg je vast in gemeenschappelijk overleg met je werkgever. Toch moeten beiden  partijen in het kader van de opname van vakantie een aantal richtlijnen respecteren.

 

Eerst en vooral is het mogelijk dat op sector of ondernemingsvlak de jaarlijkse vakantie vastgelegd wordt. In zo’n geval moet je de opgelegde data respecteren. Het meest gekende voorbeeld is de bouwsector. Voor deze arbeiders worden een aantal dagen collectief vastgelegd.

 

Bovendien is het mogelijk dat het arbeidsreglement zelf een aantal spelregels voorziet in verband met de opname (aanvraagtermijn voor vakantie, voorrangsregels,….). De regels in het arbeidsreglement zijn bindend voor zowel werknemer als werkgever.

 

Bestaat er geen regeling op sector-  of ondernemingsvlak, dan geldt de algemene regel  dat de data van de vakantieperiodes in onderling overleg tussen werkgever en werknemer worden vastgelegd. Er is dus geen sprake van verplichtingen op te leggen aan de één of andere partij.

 

Bij het overleg moeten een aantal regels gerespecteerd worden:

  • aan gezinshoofden wordt de vakantie bij voorkeur toegekend tijdens de schoolvakantie
  • aan de werknemer moet een ononderbroken vakantieperiode van 2 weken tussen 1 mei en 31 oktober worden gewaarborgd (3 weken voor jongeren beneden 18 jaar). Er moet in elk geval een ononderbroken vakantieperiode van 1 week worden gegarandeerd
  • buiten deze 'hoofdvakantie' moeten de toekenningsmodaliteiten van die aard zijn dat de globale aan de productie bestede tijd maximaal wordt gevrijwaard. Indien mogelijk moeten deze vakantiedagen opgenomen worden tijdens periodes van afnemende activiteit of naar aanleiding van gewestelijke, plaatselijke of andere feestdagen. In principe kunnen geen halve dagen verlof opgenomen worden.

 

Kom je niet tot een akkoord met de werkgever over de periode van je vakantie, dan kan je :

  • de Sociale Inspectie vragen te bemiddelen. Opgelet de sociale Inspectie kan niet éénzijdig een beslissing opleggen.
  • je wenden tot de arbeidsrechtbank om je rechten af te dwingen.

 

Uiteraard zijn dit redmiddelen. Gezond verstand en overleg leiden meestal tot betere oplossingen.  Het feit dat je geen akkoord bereikt met de werkgever betekent niet dat men zelf zijn vakantie eenzijdig mag vastleggen en afwezig blijven van het werk.

 

 

F. MAG JE NIET OPGENOMEN VAKANTIEDAGEN OVERDRAGEN NAAR VOLGEND JAAR?

Vakantiedagen die het bedrijf zelf toekent, kunnen overgedragen worden. Wettelijke vakantiedagen daarentegen moeten altijd voor 31 december opgenomen worden.

 

Hieruit volgt dat de wettelijke vakantiedagen waarop een werknemer recht heeft niet kunnen overgedragen worden naar een volgend kalenderjaar. Dergelijke praktijk is onwettig. Als de werknemer recht heeft op uitbetaling van het vakantiegeld voor deze dagen, dan moet dit gebeuren tijdens het vakantiedienstjaar, uiterlijk op 31 december.

 

Overdragen is onwettig

Er zijn een aantal situaties denkbaar waarin de werknemer zijn wettelijke vakantiedagen niet opneemt voor het einde van het jaar. Deze vakantiedagen is de werknemer onherroepelijk kwijt, ongeacht de reden voor het niet opnemen van deze vakantiedagen.

Als het voor de bediende onmogelijk is zijn wettelijke vakantie te nemen, dient het vakantiegeld uiterlijk op 31 december wordt uitbetaald.

 

Toch moeten we ook rekening houden met de redenen waarom een werknemer vakantiedagen wil overdragen.

 

De werknemer kiest zelf om niet alle vakantiedagen op te nemen

Arbeiders: het volledige vakantiegeld werd al ontvangen via de vakantiekas en de niet opgenomen vakantiedagen kunnen niet worden overgedragen naar het volgende jaar.

Bedienden: er bestaat geen recht op betaling van de niet opgenomen vakantiedagen en de bediende kan de dagen niet opnemen in het volgende kalenderjaar. De werkgever kan echter altijd beslissen deze dagen toch uit te betalen en zo de extra werklust van de bediende te belonen.

 

De werknemer kan door langdurige ziekte of door te hoge werkdruk zijn vakantiedagen niet opnemen:

Arbeiders: het vakantiegeld werd al ontvangen via de vakantiekas en de niet opgenomen dagen gaan verloren.

Bedienden: de resterende vakantiedagen gaan verloren maar de werkgever is verplicht deze uiterlijk op 31 december uit te betalen.