Belgische allochtonen hebben de laagste werkzaamheidsgraad in Europa

De kloof tussen allochtonen en autochtonen op de arbeidsmarkt blijft bijzonder groot. Dat blijkt uit een rapport van de VDAB.

In het Vlaams Gewest is 73,5% van de autochtone beroepsbevolking aan de slag, tegenover 58,6% genaturaliseerde allochtonen en slechts 44,4% burgers met een niet-Europese nationaliteit. Dat is geen noemenswaardige verbetering ten opzichte van het vorige rapport uit 2009: toen was 43,9% van de niet-genaturaliseerden aan het werk.

Genderkloof

Het verschil in werkzaamheidsgraad tussen mannen en vrouwen is frappant. Terwijl bijna zeven op tien Belgische vrouwen aan de slag zijn, is dat bij de genaturaliseerde allochtonen slechts iets meer dan vijf op tien. Bij inwijkelingen zonder een EU-nationaliteit daalt het aantal werkzame vrouwen zelfs tot minder dan drie op tien.

Hooggeschoolden

Niet alleen laaggeschoolde migranten vinden moeilijk hun weg naar een job, ook hooggeschoolden gaan minder vlot aan de arbeid. Op dit moment is de overgrote meerderheid van de Belgische hooggeschoolden (87,6%) aan de slag, bij de niet-genaturaliseerde allochtonen ligt de werkzaamheidsgraad een pak lager (69,3%).

Europa

Al deze cijfers samen schetsen geen mooi plaatje, zeker wanneer we ze in een Europese context zetten. Terwijl in de Europese Unie bijna zes op tien personen met een nationaliteit uit een niet EU-land aan het werk zijn, is dat in België amper vier op tien.

Daarmee is ons land de hekkensluiter van het klassement. De Vlaamse regering streeft tegen 2020 naar een werkzaamheidsgraad van 58% voor niet-genaturaliseerde allochtonen, maar het is maar zeer de vraag of dat doel gehaald zal worden.

Op zoek naar een job? Bekijk de duizenden aanbiedingen!