Ziek en zwanger: wie betaalt mijn loon?

 

Het antwoord van Bart Pollentier, SD Worx:

Een werkneemster heeft recht op rust gedurende de laatste zes weken of 42 opeenvolgende kalenderdagen voorafgaand aan de vermoedelijke bevallingsdatum. In geval van geboorte van meerlingen bedraagt deze periode acht weken of 56 opeenvolgende kalenderdagen

De opname is deels facultatief, deels verplicht.De werkneemster is verplicht om de laatste week voor de vermoedelijke bevallingsdatum rust te nemen. 

Voorbeeld

Een werkneemster voor wie de vermoedelijke bevallingsdatum is vastgesteld op 1 augustus, kan de zwangerschapsrust ten vroegste laten ingaan vanaf 20 juni; ze moet de zwangerschapsrust ten laatste opnemen vanaf 25 juli.

De opname van de overige vijf weken (bij meerlingen de eerste zeven weken) is facultatief. De werkneemster beslist zelf of ze gebruik maakt van de mogelijkheid om de zwangerschapsrust zes weken (bij meerlingen acht weken) voor de vermoedelijke bevallingsdatum te laten ingaan of ze deze dagen omzet in postnatale rust.

Weigering

Eenmaal de prenatale rust is aangevangen kan ze niet meer worden onderbroken.

De zwangerschapsrust gaat in op verzoek van de werkneemster. De werkgever kan het verlof niet weigeren. Tijdens de week voorafgaand aan de vermoedelijke bevallingsdatum is het de werkgever zelfs verboden om de werkneemster nog tewerk te stellen.

Om het recht op rust te laten gelden bezorgt de werkneemster de werkgever ten laatste zeven weken voor de vermoedelijke datum van de bevalling of negen weken voor deze datum wanneer de geboorte van een meerling wordt verwacht, een geneeskundig getuigschrift waaruit de datum blijkt. 

Het getuigschrift attesteert de zwangerschap en datum van de vermoedelijke bevalling, aangevuld in voorkomend geval het feit van een meerling.

Loon en vergoedingen voor moederschapsverlof

Tijdens de periode van het moederschapsverlof is de werkgever geen loon verschuldigd aan de werkneemster. Vanaf de eerste dag van de rustperiode ontvangt de werkneemster moederschapsuitkeringen van het ziekenfonds. 

Het tijdvak van 15 weken (19 weken bij een meerling) wordt als volgt ingedeeld:

  • 6 weken (8 weken voor meerlingen) prenataal verlof waarvan 1 week verplicht prenataal verlof te nemen vóór de datum van bevalling. De andere weken zijn facultatief en mogen op vraag van de werkneemster overgedragen worden naar het postnataal verlof en;
  • 9 weken verplicht postnataal verlof (facultatief te verlengen met 2 weken voor meerlingen).

Het bedrag van de moederschapsuitkering is vastgesteld op een percentage van het gederfd loon.

Het gederfd loon is het gemiddeld dagloon, waarop de werkneemster normaal recht zou hebben op het ogenblik dat de moederschapsrust aanvangt.

Wie betaalt het loon van een zieke zwangere werkneemster?

Zolang de zwangerschapsrust niet is ingegaan, moet de werkgever gewaarborgd loon betalen voor de ziekteperiode. Na deze periode betaalt het ziekenfonds ook de gewone ziekte-uitkeringen, 60% of 55% van het begrensd gederfde loon. Voorwaarde is wel dat zij het werk hervat voor de verplichte prenatale rust. De hogere moederschapsuitkeringen worden pas betaald als de werkneemster haar aanvraag voor zwangerschapsrust heeft ingediend en vanaf het moment voorzien in die aanvraag.

De periode van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval tijdens de periode van 6 weken voor de werkelijke datum van bevalling, kan nooit overgedragen worden naar de postnatale rust.

Voorbeeld

Een zwangere bediende voor wie de vermoedelijke bevallingsdatum is vastgesteld op 1 augustus, is ziek van 2 juni tot en met 14 juli.

De werkgever moet gedurende de eerste 30 kalenderdagen van deze ziekteperiode gewaarborgd loon betalen, ook al valt een deel van die ziekteperiode, meer bepaald vanaf 20 juni binnen de zes weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum. De werkgever betaalt dus het gewaarborgd maandloon voor de periode van 2 juni tot en met 1 juli. Voor de periode van 2 tot en met 14 juli geniet de werkneemster ziekte-uitkeringen ten belope van 60% van het begrensde loon. Zolang de zwangerschapsrust niet is ingegaan, betaalt het ziekenfonds niet de hogere moederschapsuitkeringen.

Ziek tijdens prenatale rust

Indien de werkneemster ziek wordt voor of tijdens de periode van 6 weken (of 8 weken bij een meerling) voor de werkelijke bevallingsdatum, zal het ziekenfonds de moederschapsuitkering betalen. Voorwaarde is wel dat er na deze ziekte en voor de bevalling geen werkhervatting meer plaats heeft. Om de periode van 6 (8 bij meerling) te bepalen, houdt het ziekenfonds rekening met de werkelijke bevallingsdatum. Twee problemen duiken op: de werkelijke bevallingsdatum is op moment van de ziekte niet bekend en bovendien is het niet altijd zeker of er nog een werkhervatting zal plaatsvinden. Er zal dus eventueel herberekend en teruggevorderd moeten worden. De omzetting gebeurt pas na de bevalling. Het ziekenfonds moet uiteraard kunnen controleren of de arbeid niet effectief hervat werd of niet.

Voorbeeld

Een werkneemster, zwanger van een eenling, wordt ziek 8 weken voor de werkelijke bevallingsdatum. Vanaf het begin van de zesde week voor de werkelijke bevallingsdatum zal het ziekenfonds de moederschapsuitkering betalen. De ziekteperiode voorafgaand aan de 6 weken voor de werkelijke bevallingsdatum, geniet de werkneemster gewaarborgd loon ten laste van de werkgever (of ziekteuitkeringen ten belope van 60% of 55% van het begrensd, gederfde loon).

I.s.m. SD Worx