Wie kan geboorteverlof (vroeger vaderschapsverlof) opnemen?

Naast de de hier opgesomde situaties geeft ook de geboorte van een kind aan de inwonende partner van de moeder het recht om gedurende 10 dagen afwezig te zijn van het werk. De 10 dagen kunnen vrij gekozen worden binnen een periode van 4 maanden te rekenen vanaf de dag van de bevalling. Dit betreft een bijzondere situatie omdat de werknemer enkel voor de eerste 3 dagen zijn gewoon loon ontvangt van zijn werkgever. Voor de volgende 7 dagen kan de werkgever een uitkering ontvangen van zijn of haar mutualiteit, ten belope van 82% van het loon - eventueel begrensd op 3.224,15 euro per maand (bedragen op 01.05.2011).

Sinds mei 2011 is dit vaderschapsverlof uitgebreid tot de meeouder (lesbische partner of samenwonende partner die het kind niet erkend heeft).

Opgelet

Het geboorteverlof kan slechts éénmaal per kind opgenomen worden. Om die reden is er een voorrangsregeling voorzien. De werknemer waarvan de afstamming wettelijk vaststaat heeft steeds voorrang. Is dit niet het geval, dan komt het recht in dalende volgorde toe aan de werknemer die op het ogenblik van de geboorte:

  1. gehuwd is met diegene ten aanzien van wie de afstamming vaststaat;
  2. wettelijk samenwoont met diegene ten aanzien van wie de afstamming vaststaat, en bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft;
  3. sedert een onafgebroken periode van drie jaar voorafgaand aan de geboorte op permanente en affectieve wijze samenwoont met diegene ten aanzien van wie de afstamming vaststaat, en bij wie het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft.