Wie betaalt de boete bij een verkeersovertreding tijdens de werkuren?

"Wat als een werknemer aan een overdreven snelheid geflitst wordt of een parkeerovertreding begaat tijdens de werkuren? Wie draagt de verantwoordelijkheid voor dergelijke verkeersovertredingen? Wie betaalt de geldboete? Kunt u als werkgever worden aangesproken?"
Het antwoord van Elien De Clercq, legal expert bij HDP-Partena

Deze vragen zijn voornamelijk relevant wanneer verkeersinbreuken worden gepleegd met een wagen die eigendom is van de werkgever, de verkeersboetes zullen dan immers toekomen op naam van de onderneming.

Wie is aansprakelijk voor verkeersinbreuken begaan door de werknemer?

Als een werknemer tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst een fout begaat en schade toebrengt aan derden, dan is hij slechts persoonlijk aansprakelijk in geval van een opzettelijk begane fout (bedrog), een zware fout of een lichte fout die herhaaldelijk voorkomt.

Deze aansprakelijkheidsbeperking speelt echter niet op strafrechtelijk gebied. Als een werknemer een strafrechtelijk gesanctioneerde inbreuk begaat (bijv. de niet-naleving van de Belgische wegcode), dan zal de werknemer persoonlijk moeten instaan voor de gepleegde feiten én de betaling van de boete. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen verkeersinbreuken gepleegd tijdens de werkuren of tijdens de privétijd, de werknemer zal in beide gevallen persoonlijk aansprakelijk gesteld worden.

Door wie moet de boete betaald worden: de werknemer of werkgever?

Niettegenstaande de werknemer als dader van de inbreuk wordt beschouwd, kan de werkgever toch mee (burgerrechtelijk) aansprakelijk gesteld worden voor de betaling van de verkeersboete die wordt opgelegd wegens een inbreuk op de verkeerswetgeving. Het gaat hier louter om verkeersovertredingen gepleegd tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, de werkgever kan nooit worden aangesproken voor verkeersinbreuken begaan buiten de werkuren.

De gedeelde aansprakelijkheid van de werknemer en werkgever voor de betaling van de geldboete werd ingevoerd om de geldboetes eenvoudiger en sneller te kunnen innen.

Kan de werkgever de betaalde verkeersboete terugvorderen?

De werkgever die wordt aangesproken tot betaling van de geldboete, kan dit bedrag nadien terugvorderen van de werknemer. De recuperatie van de geldboete via een inhouding op het loon is enkel mogelijk mits de uitdrukkelijke én schriftelijke toestemming van de werknemer. Als de werknemer weigert zijn akkoord te geven, dan moet de terugbetaling van de verkeersboete via gerechtelijke weg bekomen worden. Voor werknemers met een bedrijfswagen wordt vaak al bij aanwerving of toekenning van de wagen schriftelijk overeengekomen dat verkeersboetes mogen ingehouden worden op het loon.

Er bestaat één uitzondering op het principe van recuperatie nl. als de werknemer kan aantonen dat de werkgever hem aangespoord heeft tot het begaan van een verkeersovertreding (bijv. niet-naleving van de rij- en rusttijden op uitdrukkelijk verzoek van de werkgever), dan is terugvordering van de betaalde geldboete niet mogelijk.

Wat als de werkgever geen terugbetaling vraagt voor de betaalde verkeersboete?

De werkgever is een bijzondere solidariteitsbijdrage van 33% verschuldigd op de verkeersboetes die hij in plaats van de werknemer ten laste neemt. Het maakt niet uit of de boete rechtstreeks door de werkgever betaald wordt zonder terugbetaling te vorderen, dan wel dat de werkgever de boete terugbetaalt aan de werknemer. In beide gevallen zal de solidariteitsbijdrage verschuldigd zijn.

Door de toepassing van een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage wil de wetgever verhinderen dat werkgevers hun werknemers zouden aanzetten tot het begaan van verkeersinbreuken. We denken hierbij bijvoorbeeld aan chauffeurs die voortdurend op de baan zijn en soms aangemoedigd worden tot het begaan van snelheidsovertredingen om tijdig bij de klant te zijn.

Zijn alle door de werkgever (terug)betaalde verkeersboetes onderworpen aan de bijzondere solidariteitsbijdrage?

Er is geen solidariteitsbijdrage verschuldigd op verkeersboetes die voortvloeien uit de toestand van de wagen en de conformiteit van de lading. Dergelijke inbreuken vallen uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de werkgever, in geval van terugbetaling door de werkgever is er dan ook geen sprake van een voordeel.

Boetes die voortvloeien uit zware verkeersovertredingen (3e en 4e graad, bijv. negeren van een rood licht) en snelheidsovertredingen van minstens 150 euro worden voor het volledige bedrag onderworpen aan de solidariteitsbijdrage.

In geval van lichte verkeersovertredingen (1e en 2e graad, bijv. niet dragen van de gordel) en verkeersboetes van minder dan 150 euro ingevolge een snelheidsovertreding, wordt een bedrag van 150 euro per jaar én per werknemer vrijgesteld van de solidariteitsbijdrage.

Bijzondere verplichting voor werkgevers: bekendmaking identiteit bestuurder

Als de verkeersovertreding gepleegd werd met een bedrijfswagen, dan is het soms moeilijk om uit te maken welke werknemer op het ogenblik van de inbreuk met de wagen reed. Vaak worden bedrijfswagens immers door meerdere werknemers gebruikt.

Om de identificering te vergemakkelijken heeft de wetgever een bijzondere verplichting ingevoerd indien de verkeersovertreding begaan wordt met een bedrijfswagen die ingeschreven staat op naam van de werkgever-rechtspersoon. De werkgever is in dergelijk geval verplicht om binnen een termijn van 15 dagen na ontvangst van het proces-verbaal, de identiteit mee te delen van de bestuurder van het voertuig op het ogenblik van de inbreuk.

Laat de werkgever na om de identiteit (tijdig) mee te delen, dan kan er een strafrechtelijke boete worden opgelegd. De werkgever kan zich niet ontdoen van deze verantwoordelijkheid door mee te delen dat hij niet wist welke werknemer de bedrijfswagen bestuurde. Het is dan ook aangewezen om een zorgvuldige administratie bij te houden zodat ten allen tijde kan worden nagegaan wie met welk voertuig reed.