Werken in het ziekenhuis: hoe pak je de stress aan?

Verpleegkunde is één van die beroepen waar je met veel stress te maken krijgt. Met ziekteverzuim, grotere kans op burn-out en een vrij grote uitstroom als logisch gevolg. Is er een remedie voor al die stress?

Stress bij verpleegkundigen gevoelig hoger

Stress heb je in elk beroep, niemand die daaraan twijfelt. Maar bij verpleegkundigen ligt die gevoelig hoger dan bij veel andere beroepen, zo toont onderzoek uit 2008 bij 1.094 verpleegkundigen van Rik Verhaeghe, professor aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Gent. “We vergeleken de stress bij de verpleegkundigen met die van mensen in dezelfde leeftijdscategorie en min of meer hetzelfde opleidingsniveau in andere beroepen en sectoren, zoals machine-operatoren, boekhouders, administratieve medewerkers, computerspecialisten, … . En het bleek dat verpleegkundigen significant meer onder stress lijden.”

Druk, beslissingsvrijheid en steun

Verhaeghe maakt bij die stress een onderscheid tussen drie aspecten: psychologische druk, (het gebrek aan) controle en beslissingsvrijheid in de job en tenslotte sociale steun via collega’s en leidinggevenden. Uit het onderzoek bleek dat de psychologische druk significant hoger was bij alle verpleegkundigen en dat tegelijk het gevoel van controle veel minder groot was dan in andere beroepen.

“Tel die twee zaken bij elkaar op, en je komt terecht bij een groep die spanning ervaart. Dat is logisch. Kijk, mensen kijken soms op naar ceo’s die 12 à 13 uur per dag werken. De psychologische druk is bij hen zeker groot, maar als je veel controle hebt, valt dat heel goed mee. Meer zelfs: door de controle neemt de dynamiek toe. Mocht een ceo in dezelfde omgeving als een verpleger terechtkomen, zou hij het hoogstwaarschijnlijk even moeilijk krijgen. Om de simpele reden dat de controlemogelijkheid er niet is. Zoveel spanning leidt op termijn tot gezondheidsproblemen: hartproblemen, bloedbeelden die veranderen, andere biomarkers (gegevens waaraan een dokter de symptomen van een ziekte of klacht kan herkennen, nvdr) die wijzigen. Uiteindelijk leidt het in sommige gevallen tot burn-out. De stress is de laatste jaren ook toegenomen omdat de opnameduur van patiënten korter geworden is. Mensen blijven alleen nog in het ziekenhuis wanneer ze het meest hulpbehoevend zijn. In die periode verwachten ze ook het meest hulp en zijn ze het veeleisendst.”

Gevolg: ziekteverzuim

Nog een belangrijk stresssymptoom: afwezigheid wegens ziekte. Die bleek zowel in frequentie als duur hoger in ziekenhuizen. “Naarmate de psychologische druk toeneemt, neemt het ziekteverzuim bij verpleegkundigen toe. In tegenstelling tot bij andere beroepen, waar er zelfs een kleine daling te zien was. Een verklaring daarvoor is dat mensen in de industrie een tandje bijsteken als de druk groter wordt. Dat lukt hen, omdat ze weten dat het tijdelijk is. Af en toe harder werken kan zelfs leuk zijn. Bij verpleegkundigen ligt dat anders, omdat zij te maken hebben met een constant hoge druk. Daar is veel moeilijker mee om te gaan. En als de druk dan nog eens verhoogt, wordt het teveel.” Opvallend is dat het ziekteverzuim bij verschillende beroepen steeg naarmate de beslissingsvrijheid afnam.

En nog opvallender: sociale ondersteuning door collega’s en leidinggevenden speelt een cruciale rol bij het terugdringen van ziekteverzuim. “De cijfers zijn op dat vlak indrukwekkend: de kans op ziekteverzuim verminderde tot 200% bij sociale ondersteuning. De conclusie is duidelijk: je moet ofwel de beslissingsvrijheid en controle vermeerderen of de sociale ondersteuning verbeteren, vooral vanwege de leidinggevende. Dat eerste is niet altijd mogelijk, wat de rol van de leidinggevende heel groot maakt.”

Grote verschillen tussen verpleegkundigen

Een algemene conclusie dus, al zijn er tussen verpleegkundigen ook grote verschillen, benadrukt Rik Verhaeghe. En daar moet niet minder rekening mee gehouden worden. “Werken op de spoeddienst, intensieve zorgen, hospitalisatie of een polikliniek: het geeft een heel andere stress. De stress op intensieve zorgen is bijvoorbeeld lager dan op hospitalisatie of in een polikliniek. De psychologische druk is weliswaar hoger, maar er zijn meer buffers, waardoor ze het beter aankunnen. En ook de verschillende stressfactoren wijken af van dienst tot dienst. Meer controle en beslissingsvrijheid heeft bij intensieve zorgen geen invloed, bij hospitalisatie wel. Sociale ondersteuning gaf dan weer net het omgekeerde effect. Hoe dat komt? De hoofdverpleegkundige kan niet veel doen om te zorgen dat ze hun werk rond krijgen. Als je wel controle geeft - ik mag zelf regelen wanneer ik wat kan doen -, dan heeft dat invloed op het stressniveau bij hospitalisatie. Bij intensieve zorgen niet, omdat ze daar in een strikt en gestandaardiseerd stramien werken, waar veel minder kan van afgeweken worden. Hoe je stress het best aanpakt, is dus heel erg gelinkt aan het soort verpleegkundigen en de specifieke dienst waar het over gaat.”

Rol leidinggevenden belangrijk

Rik Verhaeghe hoedt zich dus voor algemene adviezen om stress te verminderen bij verpleegkundigen, maar ziet wel een zeer belangrijke rol weggelegd voor leidinggevenden. “Je moet altijd kijken naar de dienst waar je het over hebt, maar toch: het belang van de leidinggevende is onvoorstelbaar groot. Beslissingsvrijheid en controle zijn ook belangrijk. Als je dat kan verbeteren, moet je niet aarzelen, maar dat kan niet overal. Zo blijft er een beslissende rol weggelegd voor de leidinggevende.

Hij moet zijn personeel zoveel mogelijk ondersteunen, en erkennen dat iemand over zijn grens aan het gaan is. Vroeger waren verzorgenden heel hard voor elkaar. Wanneer iemand uitviel, werd hij als zwakkeling gebrandmerkt. Maar zodra je ziet dat mensen beginnen af te haken, moet je je de vraag stellen of er geen probleem is en of anderen niet vroeg of laat gaan volgen. Monitoren is dus zeer belangrijk. En stress bespreekbaar maken. Twee cruciale taken voor leidinggevenden. Dat impliceert dat er moet geïnvesteerd worden in het goed opleiden van leidinggevenden. Ze hebben er nood aan, ze voelen dat ook zelf aan. Want er is een tekort aan goeie leidinggevenden in de zorgsector. De loonspanning tussen leidinggevende en gewone verpleger is helaas bijna nihil. Dat zou moeten veranderen.”

Grondige doorlichting afdelingen

Nog een mogelijke oplossing voor stress is volgens Rik Verhaeghe een grondige doorlichting van de manier waarop sommige afdelingen werken. “In het UZ hebben we een proefproject opgezet in de polikliniek, waar alles vrij chaotisch verliep. Niemand zag door de bomen het bos nog. Een expert bracht alle processen in kaart en optimaliseerde ze, in samenspraak met de medewerkers. Na een jaar tijd was er een duidelijke verbetering merkbaar: de wachttijden werden een heel stuk korter en verplegers wisten beter wat ze moesten doen. Terwijl het aantal patiënten gestegen was.” Met fysieke stress hield Verhaeghe zich in zijn onderzoek niet bezig, al is hij er van overtuigd dat  ziekenhuizen daar serieus werk van maken: “Het ziekenhuispersoneel krijgt al jaren opleidingen rond fysieke stress. Hef- en tiltechnieken bijvoorbeeld. En de tevredenheid daarover groeit ook bij verplegers.”