Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Werk & Wereld - En de Portugees, hij werkte voort

De Duitse Bondskanselier Angela Merkel schrok er tijdens een recente partijbijeenkomst niet voor terug om het cliché van de luie Zuid-Europeanen uit de kast te halen. Ze zouden beter wat minder vakantie nemen én later op pensioen gaan. We trokken door de straten van Porto om vast te stellen dat het niet zo was.

Pensioenleeftijd

Het Portugese pensioensysteem verschilt op het eerste gezicht niet zo erg veel van het onze. De wettelijke pensioenleeftijd bedraagt 65 jaar, zowel voor mannen als voor vrouwen. De overheid berekent het pensioen op basis van de loopbaanduur en de betaalde bijdragen. Daar houden de gelijkenissen ongeveer op. In 2007 heeft de socialistische regering van premier José Socrates een verregaande hervorming van het pensioensysteem doorgevoerd. Opmerkelijk is de invoering van een zogenaamde ‘duurzaamheidsfactor’ op basis van de gemiddelde levensverwachting. Stel dat de gemiddelde levensverwachting van een 65-jarige Portugees in 2006 op 18 jaar lag en hij vraagt zijn pensioen aan in 2021, op een moment wanneer de levensverwachting is gestegen tot 19,5 jaar, dan moet hij 7,7 % inleveren.

Elke maand dat hij voor zijn 65ste met werken stopt, betekent bovendien een knauw van 0,5%. Om de pil enigszins te vergulden zette de overheid een bonificatiesysteem op, waarbij mensen met een loopbaan van 35 jaar  of langer tot 1% extra per maand bovenop hun pensioen zouden krijgen.

Met de drastische maatregelen wilde de regering vooral de betaalbaarheid van het systeem veilig stellen, maar tegelijk was het de bedoeling dat mensen langer aan het werk zouden blijven. En dat lukte aardig. Terwijl de werkelijke pensioenleeftijd in België nog rond de zestig jaar hangt, stoppen de Portugezen pas op 62,8 jaar. Net onder de wettelijke pensioenleeftijd dus. Gemiddeld krijgen ze dan een pensioen van 397 euro, of 12 euro boven de officiële armoedegrens.


Onder al die statistische gegevens schuilt een andere werkelijkheid. Veel gepensioneerden proberen hun karige inkomsten aan te vullen, soms met een grijze bijverdienste, maar vaak ook door gewoon te blijven werken. Op een actieve bevolking van 4,9 miljoen mensen gaven er in 2010 163.000 zelf aan dat ze gepensioneerd zijn. In het beste geval gaat het om dokters die via uitzendbedrijfjes in privéziekenhuizen flink bijverdienen, maar het gros zijn kleine zelfstandigen die tot het bittere eind doorgaan. Mensen van zeventig en ouder die elke dag om zeven uur opstaan om hun winkeltje open te houden of in hun taxi te stappen, zijn geen uitzondering.

 

3 Portugese ‘oudjes’ aan het werk:

1. Nuno Canavez (76), boekhandelaar

Achter de toonbank van zijn antiquariaat staat Nuno Canavez. ‘Ga toch zitten’, dringt hij aan. Hij neemt de boeken van een stoel en schikt ze op de schaarse vrije plekken rondom zich. 76 is hij. Altijd gewerkt, waarvan 63 jaar in deze boekhandel. Natuurlijk kent hij het fenomeen. “We leven langer, we hebben minder kinderen. Ik zeg soms smalend, Dictator Salazar had zijn schatkist altijd keurig vol, omdat de mensen stierven voor ze oud konden worden (lacht).”
Op zijn dertiende verliet Nuno het dorpje Vale de Juncal in het godvergeten binnenland van Trás-os-Montes.

“Ik was als de dood was om in de landbouw te moeten werken en ik wilde studeren.” Via een advertentie ‘loopjongen gezocht’ kwam Nuno bij de boekhandel van José Guedes da Silva terecht. Met een tedere heimwee vertelt hij over hoe de oude boekhandelaar hem opleidde. “Voor hem was elk boek een juweel. Hij leerde me hoe ik het moet vastpakken, het door mijn handen laten glijden en elk detail van de kaft moest bestuderen, zodat ik later perfect wist hoe een boek eruit zag.” Van loopjongen klom Nuno op tot bediende en later, nadat hij vier jaar voor eigen rekening had gewerkt, bood de oude Guedes da Silva hem aan om weer voor hem te komen werken. Toen de man begin jaren tachtig overleed, kreeg hij de zaak voor de helft in handen. Twee jaar later schonk de weduwe ook haar deel en toen zij stierf erfde Nuno alles.

Op zijn 65ste vroeg hij zijn pensioen aan, een bescheiden pensioen. “De meeste Portugezen redeneren dat het geld dat ze aan de sociale zekerheid afdragen weggegooid is, want vroeger haalde een meerderheid niet eens de pensioenleeftijd. Vandaar dat ze lage bijdragen betalen en dus ook weinig krijgen”, legt Nuno uit. Hij krijgt 750 euro per maand, op voorwaarde dat hij zijn antiquariaat officieel ‘onbezoldigd’ uitbaat. “Natuurlijk verdien ik hier iets aan. Maar dat is netjes aangegeven bij financiën, wordt belast zoals het hoort.”


Het is uit liefde voor de boeken dat Nuno achter zijn toonbank blijft staan, zegt hij. Maar alleen van zijn pensioentje leven acht hij niet mogelijk. “Het zou kunnen, maar ik ben gewend geraakt aan een bepaalde levensstijl. Ik heb meer dan dertig landen bezocht, ik betaal de privéschool van mijn kleindochter en ook het geld voor de appartementen van mijn kinderen heb ik grotendeels voorgeschoten. Er is een jongen met een handicap die hier af en toe komt helpen, hij is al vier keer geopereerd en moet rondkomen met 150 euro. Hem steek ik ook af en toe wat geld toe.”


Nuno begint zijn dag om 8 uur, hij brengt zijn kleindochter die bij hem inwoont naar school, hij doet zijn winkel open om negen uur, sluit anderhalf uur over de middag en gaat tegen 19 uur weer naar huis. “Mijn leven is nog net zoals veertig jaar terug. Ik til misschien minder boeken tegelijk op. Maar ik breng hier nog altijd het grootste deel van de tijd door. Thuis zitten is een marteling. Elke maand verschijnt er een catalogus, sinds kort ook op het internet. Daar steek ik veel tijd in. En zolang ik me kan bewegen, blijf ik hier werken.”

2. Marilia Brandão (70), kippenverkoopster

In een hoek van de overdekte stadsmarkt Bolhão staat kippenverkoopster Marilia Brandão (70) in haar kraampje van twee bij twee. Ze is een elegante dame, het witte haar keurig naar achteren gekapt en met een glimlach die niet laat vermoeden dat ze dit werk al sinds haar tiende doet. Nergens klinkt er bitterheid in haar stem. “Ik hield echt van dit werk. Het was nooit mijn bedoeling om verder te studeren. Eventjes heb ik overwogen om te studeren, maar toen werd mijn moeder zwanger van mijn jongste zus en moest ik mijn oma helpen.”


Voor de klas staan, daar droomde ze van. Maar van frustratie geen spoor. “Ik ben lerares geweest voor mijn kinderen, voor mijn kleinkinderen, en soms zelfs voor mijn klanten. Ik voel het ook niet als een gemis. Er is geen dag dat ik hier tegen mijn zin naartoe trek.”
Op haar 65ste heeft ze de papieren binnen gedaan bij de pensioenkas. Op dat moment was er sprake dat de markt een paar jaar zou sluiten voor grote renovatiewerken. “Mijn idee was om gewoon voort te werken tot ze de boel zouden openbreken. Maar we zijn vijf jaar verder en de werken zijn nog altijd niet gestart. Dus doe ik voort.” Met haar pensioen van 370 euro zijn extra inkomsten uiteraard welkom. “Ik kom niets te kort. Mijn man krijgt ongeveer hetzelfde, de kinderen zijn de deur uit en we hebben weinig kosten.”


Maar veel is het niet dat ze verdient met de kippenverkoop. “Vergeleken met een jaar of vijftien terug verkoop ik bijna 80% minder. Het is genoeg om de kleinkinderen af en toe een cadeautje te kopen. Het zijn er zoveel dat er wel altijd eentje jarig is (lacht).”


Marilia staat elke dag om halfzeven op. Om zeven uur gaan de poorten van de markt open. “Om vijf uur sluit ik de winkel en neem ik de bus, zodat ik om halfzes thuis ben en mijn kleinzoons van school kan halen. Wanneer mijn jongste dochter tegen halfacht uur van haar werk komt, staat het eten klaar en kan ze daarna de kinderen, gewassen en met het huiswerk gemaakt, naar huis nemen.”


Over een jaar is het wellicht gedaan met de overdekte markt. In plaats van de kraampjes komen winkels en restaurants en cafés. “Dan stop ik ermee. Het is mooi geweest. En van de ene dag op de andere kan het gedaan zijn.”  


Ze bedient ondertussen een klant en vertelt over haar kinderen die allemaal een universitair diploma hebben. Economie, muziek, webdesign. “Ze beginnen veel later te werken, maar ook met veel grotere verwachtingen.”

3. Artur Mota (80), schrijnwerker

De vloer van de werkplaats van Artur Mota ligt onder de houtkrullen. De man neemt zijn bril van de neus en komt vanachter zijn draaibank. Natuurlijk wil hij vertellen over zijn werk. “Ik doe niets liever,” lacht hij. Artur, die in oktober 81 wordt, is als draaier begonnen in 1943. “Samen met mijn vader. Ik kwam ‘s maandags te voet van waar wij woonden, goed 15 km van hier, aan de andere kant van de Douro-rivier. En dan bleef ik de hele week hier in de werkplaats slapen, in een bedstee boven de draaibank.”


Artur zijn vader overleed op jonge leeftijd.  “Ondertussen was ik getrouwd en moest mijn eigen gezin onderhouden. Soms begon ik hier om acht uur ’s morgen en ging pas om elf uur ’s avonds weer naar huis. Maar met het geld hebben we wel een huisje kunnen bouwen en mijn kinderen laten studeren.”


Die gedachte aan inkomenszekerheid is altijd blijven hangen. “Ik herinner me dat mijn vader nooit bijdragen heeft betaald voor zijn pensioen. Toen ik de werkplaats van hem overnam, ben ik beginnen te betalen op het minimumloon.”  Vijf jaar voor Artur de pensioenleeftijd bereikte, verhoogde hij de bijdragen, omdat in die tijd alleen de beste jaren van de loopbaan meetelden voor de berekening van het pensioen. Maar net voor hij zijn pensioenaanvraag indiende, veranderde de termijn van vijf naar tien jaar. “Ik krijg 302 euro per maand. Dat is niet veel, maar ik beschouw het ook niet als onrechtvaardig. Ik heb nu eenmaal weinig betaald.”


En toch is het niet het kleine pensioentje dat hem aan het werk houdt. “Ik doe dit echt graag. Er nu veel minder werk dan vroeger, maar ik kan mensen blij maken door een stuk te draaien dat ze ergens nooit zouden vinden.” Artur toont deur- en ladeknoppen, een poot van een kast, een grote bal voor een trapleuning. “En dit is een wandelstok, gemaakt van een biljartkeu,” zegt hij trots. “Ik zag hem bij het vuilnis liggen, heb een knop gedraaid en een ringetje in ivoor. En nu heb ik een prachtige stok. Zo kan ik hier blijven werken tot ik honderd ben (lacht).”


Artur heeft drie dochters. “Zij verdienen zelf geld, ze hoeven zich geen zorgen te maken om mij. Ik hoef hun hulp niet, ik zorg wel dat ik rondkom. Als ik wat van mijn werk over hou, zet ik het opzij. En als ik tekort kom, spreek ik mijn spaarpotje aan.” Voor zijn werkplaats betaalt hij elke maand 6 euro huur. “Als ik niet meer zou kunnen werken, breng ik de sleutel netjes terug. Geen sprake dat iemand dit overneemt of probeert te verkopen.”