Wanneer heb ik recht op tijdskrediet?

Ik weet dat tijdskrediet een systeem is waarbij ik tijdelijk mijn prestaties kan stopzetten of verminderen. Ik weet ook dat mijn arbeidsovereenkomst dan blijft lopen en ik een onderbrekingsuitkering kan ontvangen. Maar wanneer heb ik er recht op?
Het antwoord van Ann Tourné, SD Worx

Tijdskrediet is een recht voor het merendeel van de werknemers uit de privé-sector. Het is niet van toepassing op personeelscategorieën uitgesloten bij sectorale cao of bij ondernemings-cao. De toestemming van de werkgever is in de regel niet vereist, behalve in ondernemingen met minder dan elf werknemers.

Opmerking:

Het tijdskrediet werd sinds 1 januari 2002 geregeld door de cao nr. 77 bis van de Nationale Arbeidsraad. Het recht op deze uitkeringen wordt geregeld in een koninklijk besluit.

De voorwaarden voor het recht op verlof en het recht op een uitkering waren mooi op elkaar afgestemd.
Eind 2011 werd een KB uitgevaardigd dat de voorwaarden om recht te hebben op een uitkering aanpaste. Daardoor was een discrepantie ontstaan tussen het recht op uitkeringen dat geregeld is in het koninklijk besluit en het recht op afwezigheid dat geregeld is bij collectieve arbeidsovereenkomst.
Daarom heeft men een nieuwe cao 103 gesloten. Deze trad in werking op 1 september 2012 en beoogt deze discrepantie op te heffen.
Er bestaan nog wel overgangsmaatregelen waardoor sommige werknemer nog onder het oude systeem kunnen vallen.

Drie mogelijkheden

1. Tijdskrediet zonder motief

De werknemer heeft recht op een voltijds equivalent van maximaal 12 maanden tijdskrediet zonder motief over de ganse loopbaan.

Dit wil zeggen dat hij recht heeft op:

  • ofwel 12 maanden volledige onderbreking, te nemen met een minimumperiode van 3 maanden;
  • ofwel 24 maanden halftijdse vermindering, te nemen met een minimumperiode van 3 maanden;
  • ofwel 60 maanden 1/5 vermindering ten belope van 1 dag of 2 halve dagen per week, te nemen met een minimumperiode van 6 maanden;
  • of een combinatie van deze stelsels tot een voltijds equivalent van 12 maanden.
    Hierbij is 1 maand volledige onderbreking gelijk aan 2 maanden halftijdse loopbaanvermindering of 5 maanden 1/5de loopbaanvermindering.

Om recht te hebben op dit niet-gemotiveerd tijdskrediet moet de werknemer 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving door een arbeidsovereenkomst met zijn werkgever verbonden zijn. Bovendien moet hij ook een loopbaan van 5 jaar als werknemer hebben op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving.  Deze voorwaarden gelden niet als de werknemer een niet-gemotiveerd tijdskrediet neemt nadat hij zijn recht op ouderschapsverlof heeft  uitgeput voor al zijn rechthebbende kinderen. Dit tijdskrediet moet dan wel onmiddellijk aansluiten op zijn ouderschapsverlof.

Een voltijds tijdskrediet kan worden genomen ongeacht de arbeidsregeling (voltijds of deeltijds) waarin men tewerkgesteld is op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving.
Bij een halftijds tijdskrediet moet de werknemer de 12 maanden die voorafgaan aan de kennisgeving ten minste 3/4de van een voltijdse betrekking in de onderneming gewerkt hebben. In dit kader worden bepaalde periodes van afwezigheid gelijkgesteld met tewerkstelling of geneutraliseerd. Dit laatste wil zeggen dat deze periodes de periode van 12 maanden, voor hun duur, schorsen en verlengen.

De werknemer die een loopbaanvermindering met 1/5de wenst, moet gewoonlijk tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer én de 12 maanden, die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving voltijds gewerkt hebben. Ook hier worden bepaalde periodes van afwezigheid gelijkgesteld met tewerkstelling of geneutraliseerd.

2. Tijdskrediet met motief

Naast een niet-gemotiveerd tijdskrediet heeft de werknemer een bijkomend recht op gemotiveerd voltijds tijdskrediet, halftijdse of 1/5de loopbaanvermindering.

De duur van dit bijkomend recht op tijdskrediet met motief verschilt naargelang van de motivatie:
De werknemer kan 36 maanden gemotiveerd tijdskrediet nemen (ongeacht of hij nu een voltijds tijdskrediet of een 1/2de of 1/5de vermindering neemt):

  • om voor zijn kind te zorgen tot de leeftijd van 8 jaar; 
  • voor het verlenen van palliatieve verzorging;
  • voor het verlenen van bijstand of verzorging aan een zwaar ziek gezins- of familielid;
  • voor het volgen van een opleiding.

Let wel, hij kan het bijkomend recht van 36 maanden voltijds tijdskrediet of 1/2de loopbaanvermindering maar opnemen indien de sector of je onderneming hierover een cao heeft afgesloten. Een gemotiveerde 1/5de loopbaanvermindering kan hij nemen zonder dat er een sector- of ondernemings-CAO is.

De werknemer kan 48 maanden gemotiveerd tijdskrediet nemen (ongeacht of je nu een voltijds tijdskrediet of een 1/2de of 1/5de vermindering neemt):

  • om zorg te dragen voor hun gehandicapt kind tot de leeftijd van 21 jaar; 
  • voor het verlenen van bijstand of verzorging aan hun minderjarig zwaar ziek kind of aan een minderjarig zwaar ziek kind dat gezinslid is

Het gemotiveerd tijdskrediet mag in totaliteit niet meer dan 48 maanden bedragen.

Voorbeeld 1
De werknemer heeft 12 maanden tijdskrediet genomen voor de zorg van zijn gehandicapt kind. Hij zal daarnaast nog 36 maanden tijdskrediet kunnen nemen om een opleiding te volgen. Maar als deze werknemer al 24 maanden tijdskrediet genomen heeft voor de zorg van zijn gehandicapt kind, zal hij nog slechts 24 maanden tijdskrediet kunnen nemen om een opleiding te volgen.

Voorbeeld 2
De werknemer heeft 36 maanden tijdskrediet genomen voor de zorg voor zijn kind jonger dan 8 jaar. Hij zal daarnaast nog slechts 12 maanden tijdskrediet kunnen nemen voor de zorg van zijn gehandicapt kind.

Om recht te hebben op dit gemotiveerd tijdskrediet moet de werknemer 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving door een arbeidsovereenkomst met zijn werkgever verbonden zijn. Dit geldt niet voor de werknemer die een gemotiveerd tijdskrediet neemt nadat hij zijn recht op ouderschapsverlof heeft uitgeput voor al zijn rechthebbende kinderen. Dit tijdskrediet moet dan wel onmiddellijk aansluiten op zijn ouderschapsverlof.

De tewerkstellingsvoorwaarden zijn dezelfde als bij het niet-gemotiveerd tijdskrediet.
Dit wil zeggen dat een voltijds tijdskrediet kan worden genomen ongeacht de arbeidsregeling (voltijds of deeltijds) waarin men tewerkgesteld is op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving.

Bij een halftijds tijdskrediet moet de werknemer de 12 maanden die voorafgaan aan de kennisgeving ten minste 3/4de van een voltijdse betrekking in de onderneming gewerkt hebben.

De werknemer die een loopbaanvermindering met 1/5de wenst, moet gewoonlijk tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer én de 12 maanden, die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving voltijds gewerkt hebben.

3. Landingsbanen

 Werknemers van 55 jaar en ouder hebben zonder maximumduur recht op: 

  • 1/5de loopbaanvermindering ten belope van een dag of 2 halve dagen per week
  • een 1/2de loopbaanvermindering

Men voorziet een uitzondering op de leeftijdsvoorwaarde voor werknemers:

  • met een zwaar beroep
  • met een lange loopbaan
  • of in een onderneming tijdens de periode erkend als in herstructurering of in een bedrijf in moeilijkheden.   

Zij kunnen vanaf 50 jaar in een landingsbaan stappen.

De werknemer die zijn arbeidsprestaties wil verminderen tot een halftijdse betrekking moet ten minste 3/4de van een voltijdse betrekking tewerkgesteld zijn gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving.

Wil hij zijn arbeidsprestaties verminderen met 1/5de moet hij tewerkgesteld zijn in een arbeidsregeling gespreid over 5 of meer dagen. Bovendien moet hij ofwel voltijds ofwel 4/5de van een voltijdse betrekking tewerkgesteld zijn in het kader van niet-gemotiveerd of gemotiveerd tijdskrediet of in het kader van CAO 77bis gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving.

M.b.t. de uitoefening van dit bijzonder recht gelden deze anciënniteitsvoorwaarden:

  • Ondernemingsanciënniteit: de werknemer moet door een arbeidsovereenkomst met de werkgever verbonden zijn geweest gedurende de 24 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving
    Deze termijn kan in onderling akkoord tussen de werknemer en de werkgever worden ingekort.
    Merk op dat er geen minimumtermijn is vermeld en dus zouden werkgever en werknemer kunnen overeenkomen de ondernemingsanciënniteit tot 0 te herleiden
  • Anciënniteit als werknemer: de werknemer moet een loopbaan van 25 jaar als werknemer hebben op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving. Bij een 1/5de loopbaanvermindering vanaf 50 jaar wegens lange loopbaan moet de werknemer een loopbaan van 28 jaar als werknemer hebben op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving.

Beperking rechten

Om te vermijden dat te veel werknemers tegelijkertijd afwezig zouden zijn in het kader van het tijdskrediet, beschikt de werkgever wel over enkele beperkingsmechanismen:

  • de werkgever heeft het recht om uitstelin te roepen:
    • algemeen uitstel: voor maximum 6 maanden omwille van ernstige interne of externe redenen (vb. organisatorische behoeften)
    • bijzonder uitstel: voor 55 plussers die 1/5 vermindering nemen: Indien de werknemer een sleutelfunctie uitoefent, kan de werkgever de uitoefening van het recht op 1/5-vermindering met maximaal 12 maanden uitstellen. (let wel: geen cumul tussen algemeen en bijzonder uitstel mogelijk)
  • de werkgever kan de loopbaanvermindering tijdelijk intrekken of wijzigen om welbepaalde redenen
  • de werkgever kan zich beroepen op de drempel van 5%. Indien meer dan 5 % van het totale aantal van de werknemers in een onderneming of dienst tegelijkertijd afwezig (zullen) zijn ingevolge tijdskrediet in ruime zin of loopbaanonderbreking op basis van de oude reglementering, dan zal een nieuwe aanvrager zijn recht niet onmiddellijk kunnen uitoefenen en moeten wachten tot hij aan de beurt is op basis van het voorkeur- en planningsmechanisme. Let wel: Werknemers van 55 jaar of ouder die het recht op 1/5 vermindering uitoefenen, worden sinds 1 juni 2007 geneutraliseerd uit de drempel.

Waarborgen werknemer

De werknemer beschikt op zijn beurt eveneens over enkele waarborgen. Zo geniet hij enerzijds van een ontslagbescherming en anderzijds van een terugkeergarantie naar de oude of een vergelijkbare/gelijkwaardige functie.