Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Stress in cijfers en onderzoek

Het DIOVA*-onderzoek naar arbeidsgerelateerde stress dat gevoerd werd in de jaren 1999 tot en met 2004, door middel van een grootschalig vragenlijstonderzoek, wijst enkele opvallende punten uit.

72% is tevreden

Medewerkers ervaren in grote mate plezier in hun werk: 72 % is zeer tevreden. Twee op de drie van de ondervraagden geeft zelfs te kennen rijkelijk energie te putten uit hun job. Dit wil dus zeggen dat de overgrote meerderheid van de werkende bevolking gemotiveerd wordt door het werk en/of het aangenaam vertoeven vindt op de werkplek en/of daar ook energie kan uithalen.

Enkele werkpunten

Daarnaast is het wel van belang om de verbeterpunten ook op een rijtje te zetten. Hieronder stellen we er enkele voor:

- Risicosectoren zijn de voeding en de textielsectoren

- Arbeiders zijn meer blootgesteld aan stresserende factoren als monotonie, gebrek aan vaardigheidsbenutting en een gebrek aan autonomie. Emotionele belasting is vooral een risicofactor voor overheidspersoneel, sociaal assistenten, psychologen, kaderpersoneel en onderwijzend personeel

- Problemen op het vlak van de kwaliteit van de arbeid beginnen zich vooral in de leeftijdsgroep vanaf 45 jaar voor te doen, waarbij de groep werknemers van 50 tot 54 jaar de meeste problemen kennen

- Mensen die in ploegen werken hebben het vaakst af te rekenen met stress. Deze groep wordt gevolgd door de nachtwerkers

- Vrouwen blijken vaker monotonie en een gebrek aan uitdaging, inspraak en autonomie te ervaren dan mannen. Bovendien blijken ze 15% meer nood aan herstel te ervaren dan de andere sekse.

Bron: Directie onderzoek verbetering arbeidsomstandigheden, een onderdeel van FOD Werkgelegenheid. Het onderzoek waar naar verwezen wordt is “Werkstress: risicogroepen in de populatie van de NIOSH-databank”, gevoerd door Guy Notelaers (DIOVA-KU Leuven, OSGW) en Hans De Witte (KU Leuven, OSGW)