Slecht slapen kan uw carrière schaden

Lekker in bed kruipen en ‘s morgens fris weer op? Doodnormaal, denkt u. En toch kampt ongeveer één op vier Belgen met slapeloosheid. Een probleem waarvan de economische kostprijs in de miljarden dollars oploopt, zo becijferden Amerikaanse onderzoekers onlangs. Of hoe slaaptekort ook uw carrière overhoop kan halen.

Beeld u het even in: in het holst van de nacht, terwijl de rest van de wereld slaapt, wordt u wakker. Eerst knippert u nog wat onwennig met de ogen, vervolgens vraagt u zich wanhopig af hoe laat het zou kunnen zijn. Drie uur, vier uur, vijf uur? En terwijl uw partner naast u zorgeloos slaapt, denkt u met een zucht ‘het is wèèr van dat’. Wakker liggen, tot de ochtend. Af en toe een nachtje zonder slaap, iedereen kent het wel, maar voor veel Belgen is worstelen met slaap een structureel probleem. Zowat 1 op de 4 Belgen kampt met slaapproblemen, zo liet een enquête van onderzoeksbureau Ipso suit 2008 zien. Niet weinig, en dan werden in de studie alleen slaapklachten opgenomen als ze minstens drie keer per week voorvielen in het laatste half jaar voor de bevraging. Annelore Roose van de slaapkliniek van het UZ Gasthuisberg in Leuven:  “Ongeveer 30 procent van de mensen slaapt regelmatig slecht. Het aantal mensen dat lijdt aan chronische slaapproblemen – vanaf drie slechte nachten per week – is een stuk lager: dat bedraagt zo’n 10 procent. Of ook dat aantal toeneemt, kan ik niet zeggen, maar we zien wel dat er steeds meer centra zijn waar je terecht kan om slaapproblemen aan te pakken. Dat geeft toch aan dat steeds meer mensen de behoefte voelen om iets aan hun probleem te doen.”

Slaapspecialist Johan Verbraecken, verbonden aan het UZ Antwerpen: “Jaar na jaar zit het gebruik van slaapmiddelen in de lift. Het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid organiseert elke vier jaar een grote gezondheidsenquête, waarin onder meer naar slaapmiddelengebruik gepeild wordt. Uit de enquête van 2008 bleek dat meer dan 13% van de bevolking in de 24 uur voor de bevraging een kalmeer- of slaapmiddel of antidepressivum (dat ook als slaapmiddel kan gebruikt worden, nvdr) ingenomen had. Dat is indrukwekkend. Op het gebruik van slaapmiddelen rust nochtans een taboe: veel mensen vertellen liever niet dat ze slaappillen nemen. Mensen komen dat ook bij mij niet spontaan vertellen, terwijl toch 8 à 10 procent van de mensen er neemt.”

Je dag bepaalt je nacht

Slaapproblemen komen steeds meer voor, zegt Verbraecken, en daar bestaat een goeie reden voor. “De grootste oorzaak daarvoor kent wellicht iedereen: onze levensstijl. Het leven in onze samenleving is een stuk complexer dan vroeger. We hebben meer verplichtingen, zowel professioneel als privé. En we passen ons leven willens nillens aan: we lezen ‘s avonds laat nog e-mails op onze Blackberry, werken thuis nog even op de laptop. Het lijkt allemaal niet zo erg, maar zo zetten we onze slaap onder druk. Sommige mensen verteren dat allemaal redelijk goed, maar er zijn er ook die daar onherroepelijk de gevolgen van dragen.” Annelore Roose: “Onze levensstijl is in veel gevallen de grote boosdoener, dat staat vast. Je merkt dat mensen met slaapproblemen wel mensen zijn die veel piekeren, perfectionistisch zijn, heel veel verantwoordelijkheidsgevoel hebben, maar op zich volstaan die risicofactoren nog niet om een slaapprobleem te krijgen. De druk om te presteren is groter, en daarmee ook de stress. Je moet ook de tijd nemen om te ontspannen voor je gaat slapen, maar in onze samenleving is die tijd er vaak niet meer. We blijven vaak actief tot net voor we gaan slapen.”

Johan Verbraecken: “Veel mensen werken in de dienstensector, waar iemands productiviteit niet zo objectief vast te leggen is als in een fabriek. Je krijgt makkelijker een grote werkbelasting. De grens tussen privé en werk is vager. Een arbeider kan de deur achter zich dichtgooien en zeggen ‘het is gedaan voor vandaag’. Een luxe, in zekere zin.”

Er zijn ook specifieke situaties waarin slaapproblemen ontstaan, zegt Annelore Roose. Kleine kinderen hebben, kan een aanslag zijn op een deugdelijke nachtrust. Of een reorganisatie op het werk. “Veel mensen slapen terug goed wanneer de kinderen ouder worden en doorslapen, of wanneer de reorganisatie achter de rug is, maar een deel ervan blijft sukkelen met de slaap. Of dat effectief zo evolueert, hangt onder meer van persoonlijke factoren af. Welke persoonlijkheidskenmerken heeft iemand, bijvoorbeeld. Heeft hij een lage stressdrempel, hoe perfectionistisch is hij? Maar opnieuw: ook daar speelt levensstijl een belangrijke rol. Hoe je nacht verloopt, wordt bepaald door hoe je overdag leeft. Bovendien treden er vaak gedragsaanpassingen op omwille van acute slaapproblemen - langer uitslapen, vroeger in bed kruipen, medicatiegebruik- en ontwikkelen mensen gedachten die de slaap belemmeren, zoals piekeren over slaapgebrek. Dat ondermijnt op lange termijn echter vaak ons natuurlijk slaappatroon.”

Nog een probleem: het duurt vaak een eind vooraleer mensen hun slaapproblemen aanpakken. Veel mensen raken met hun probleem niet bij de dokter. En als ze er geraken, krijgen ze niet altijd de juiste oplossing. “Veel mensen nemen hun toevlucht tot slaapmiddelen. Dat is makkelijk. Makkelijker dan hun levensstijl te herzien”, zegt Annelore Roose. “Maar slaapmiddelen zijn geen oplossing. Om te beginnen moet je de dosissen ervan opdrijven en verdwijnt het effect op termijn. Ten tweede helpen die middelen je misschien om door te slapen, maar de diepe slaap wordt er door ondermijnd. Met andere woorden: de kwantiteit is goed, de kwaliteit niet. En bij slaap draait het net om kwaliteit.”

Vatbaarder voor ziekte

De gevolgen op persoonlijk en professioneel vlak zijn hoe dan ook niet te onderschatten, geeft Roose aan. “Slaapproblemen zijn een aanslag op je levenskwaliteit, zeker als ze van langdurige aard zijn. De gevolgen zijn divers: een slecht functionerend geheugen, grote verstrooidheid, concentratiestoornissen, minder stabiel van stemming, vlugger geïrriteerd. Dat is zwaar om te dragen. En vaak kom je ook nog eens in een vicieuze cirkel. Omdat je moet presteren, probeer je te overcompenseren. Je begint minder in ontspanning te investeren. As je thuis komt, probeer je het werk dat is blijven liggen toch nog af te werken.”

Ook op de werklvoer zelf blijft slaaptekort niet zonder gevolgen. Logisch, als je de impact er van bekijkt. Slapen zorgt ervoor dat er opslagcapaciteit vrijkomt in de hersenen, waardoor je de volgende dag beter aan de slag kan. Bij slaaptekort komen de hersenfuncties onder druk die betrokken zijn bij processen zoals originaliteit, flexibiliteit en taalvaardigheid. Johan Verbraecken (UZA): “Eenvoudige taken tot een goed einde brengen lukt nog wel, complexere taken een stuk moeilijker. De flexibiliteit van denken vermindert, net als de creativiteit. Bovendien zie je meer ziekteverzuim bij mensen met slaaptekort. Je hebt slaap nodig om je afweer op peil te houden. Gebeurt dat niet, dan word je gevoeliger voor ziekte. Mensen met slaapproblemen zijn ook minder productief, zowel professioneel als privé. Ze nemen gewoon minder taken voor hun rekening.” Annelore Roose: “Als je te weinig slaapt, maak je meer fouten op het werk, slaag je er niet in evenveel werk te doen als anders, blijf je thuis omdat je niet meer kan presteren, … Het gaat soms ver: een aantal mensen die bij ons in het slaapcentrum langskomen, zijn in ziekteverlof omwille van hun slaapprobleem. Ze hebben zich zo vastgereden dat ze niet meer aan presteren toekomen. Of er specifieke beroepscategorieën zijn die meer opduiken? Nee. We krijgen hier de meest uiteenlopende mensen over de vloer, van alle leeftijden en beroepscategorieën. Je hebt nu eenmaal overal perfectionisten en piekeraars - of het nu gaat om een kuisvrouw, timmerman of manager.”

Vraag is: kunnen bedrijven iets doen aan het slaapprobleem van hun werknemers? Is het uiteindelijk niet vooral een persoonlijk probleem, waar werkgevers weinig mee te maken hebben? Annelore Roose: “Er zijn enkele dingen waar ze kunnen rekening mee houden. Waar ze zeker kunnen op letten, is dat ze hun werknemers niet in een onregelmatig werkritme dwingen. Denk aan werken in een ploegensysteem, maar ook aan late uren, meetings en diners. Dat kan een heel nefaste invloed hebben. Ook stressreductie hebben werkgevers in de hand.” Johan Verbraecken: “Bedrijven kunnen werkomstandigheden aanpassen, zodat iemand beter met zijn slaapprobleem kan omgaan. Een aangepast uurrooster, bijvoorbeeld, al is dat niet overal haalbaar. Je kan eventueel ook middagdutjes inbouwen. Een powernap van maximum een halfuur heeft een duidelijk positief effect. In Azië wordt dat al vrij courant toegepast en voorzien door bedrijven, bij ons niet.”

Slaaptekort blijft niet zonder gevolgen op professioneel, maar is het ook verstandig om je baas te melden dat je slaapproblemen hebt? Annelore Roose: “Dat moet je vooral zelf inschatten. We weten dat er nog veel onbegrip heerst over slaapproblemen. ‘Ik slaap ook af en toe slecht’ zeggen mensen wel eens, maar dat is natuurlijk nog iets anders dan een chronisch slaapprobleem. Het is ook een probleem dat niet zichtbaar is. Het hangt af van welke baas je hebt. Sommige werknemers die bij ons op slaaptraining komen, laten dat op het werk weten en worden daarin vaak ook extra ondersteund om dat vol te houden. Terecht, want het is ook voor de werkgever beter als er een oplossing uit de bus komt.” Johan Verbraecken: “Helaas is er nog altijd een taboe op het probleem, zeker op het werk. Mensen geven niet graag toe dat het tot 10 of 11 uur duurt vooraleer ze kunnen functioneren. Dat krijg je niet verkocht aan je collega’s. Dat taboe wegruimen, zou al een grote stap zijn.”

Terug naar het hoofdartikel 'Al geeuwend naar het werk'