Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Seksuele intimidatie: Franse werknemers spannen de kroon

Dat Fransen charmeurs zijn, is niet nieuw, maar nu blijken ze ook nog eens de kroon te spannen wat ongewenste intimiteiten op de werkvloer betreft. Dat valt toch af te leiden uit de studie die Effectory in 2009 bij 6000 werknemers uitvoerde.

20% Franse werknemers slachtoffer ongewenste intimiteiten

Maar liefst 20% van de Franse werknemers gaf te kennen dat ze al slachtoffer waren van ongewenste intimiteiten op het werk. Dat in schril contrast met het land waar de collega’s blijkbaar het vriendelijkst voor elkaar zijn, Nederland. Daar had maar 6% van de ondervraagden ooit al met ongewenste intimiteiten te maken gehad. Samen met Spanje en Italië is België ergens in het midden van de lijst terug te vinden.

Ook Duitsland en Groot-Brittannië geen goede leerlingen

Net zoals Frankrijk doen ook Duitsland en Groot-Brittannië het niet al te goed. Een op zes werknemers had er immers al met ongewenste intimiteiten te maken. Guido Heezen, de directeur van Effectory plaatst enkele kanttekeningen bij de studie. “In 2007 waren er nog 10% van de Nederlandse werknemers het slachtoffer van ongewenste intimiteiten. Dat is dus een daling van 4% op amper twee jaar tijd. Al blijft de vraag natuurlijk of er minder klachten zijn omdat er effectief minder ongewenste intimiteiten op de werkvloer plaatsvinden of omdat de werknemers er minder snel over komen klagen.”

Respect voor collega's?

Betekent dit dan ook dat de landen waar werknemers minder last hebben van ongewenste intimiteiten ook meer respect opbrengen voor elkaar? “Voor Nederland en Zweden lijkt die bevinding te kloppen. Maar in Frankrijk en Duitsland is het – ondanks de hoge ranking van beide landen op de weinig benijdenswaardige ranglijst – niet al te slecht gesteld met het onderling respect bij de werknemers.”

Wat arbeidsvreugde betreft scoren opnieuw Nederland en Zweden erg hoog. “Nederland heeft dus recht om trots te zijn op zichzelf”, besluit Heezen.