Pascal Cools van Flanders DC: "Falen moet kunnen"

"Creativiteit is iets waar elk bedrijf helemaal van doordrongen moet zijn"

Pascal Cools

Een congres over de kunst van het mislukken: het is behoorlijk onuitgegeven. Volgens Pascal Cools, topman van Flanders DC en samen met iMinds de drijvende kracht achter de ‘Fail Conference’ in Gent, zijn creativiteit en mislukking nochtans twee handen op een buik. “Falen moet kunnen, maar doe het snel en goedkoop.”

Een congres met mislukking als centraal thema: wie zit daarop te wachten?

Pascal Cools: “Je hebt een punt: nogal wat potentiële sprekers waren niet bepaald gecharmeerd, toen we hen uitnodigden voor de ‘Fail Conference’. “Ik? Waarom ik?” (lacht) Nu, onze boodschap is genuanceerd. We willen in Vlaanderen een cultuur introduceren waarbij falen tot op een bepaalde hoogte mogelijk moet zijn – ook binnen een bedrijfscontext. Werknemers mogen geen drempel ervaren om nieuwe ideeën aan te brengen, en evenmin om ze eventueel al uit te proberen. Als het fout afloopt, mag er geen manager klaarstaan om dit soort creativiteit prompt af te straffen."

"Falen is natuurlijk lang niet altijd oké, in tegenstelling tot wat allerhande blogs en discussiefora blijven beweren. Mislukken is, bijvoorbeeld, geen optie meer als je je plannen of ideeën echt begint uit te werken en te implementeren in het bedrijfsproces. Het motto moet zijn: ‘fail fast, fail cheap’. Blijkt iets niet te werken, heb dan het lef om dat te erkennen en om tijdig op de rem te gaan staan. Falen kan, maar doe het snel, zodat je er lessen uit kan trekken en kan bijsturen.”

Gedaan dus met het ophemelen van de Amerikaanse ondernemerscultuur, waar keer op keer mislukken bijna een eer is?

Cools: “Ik denk inderdaad dat we die cultuur niet moeten idealiseren, niet het minst omdat zoiets niet in onze mentaliteit zit. En al evenmin in onze wetgeving. In de VS kan je als persoon failliet gaan, maar hier is dat onmogelijk. Het verhaal als zou elke Amerikaan uit het niets een bedrijfje uit de grond stampen en geld als slijk verdienen, slaat overigens nergens op. Liefst 99 procent van alle aanvragen en businessplannen die Amerikaanse ‘venture capitalists’ (verstrekkers van durfkapitaal, FMI) binnen krijgen, krijgt nul op het rekest. Van het resterende procentje dat uiteindelijk toch gefinancierd wordt, blijft na drie jaar nog slechts één op de tien bedrijven overeind. Moraal van het verhaal: blijf niet te lang vasthouden aan je businessplan, stel jezelf in vraag en leg je oor ook elders te luisteren. Dat is de boodschap die we absoluut willen meegeven aan startende ondernemers.”

Als topman van Flanders DC (Flanders District of Creativity, FMI) is het uw verdomde plicht om creativiteit een structurele plaats te geven in het Vlaamse bedrijfsleven. Dat lijkt als vloeken in de kerk: creativiteit is toch een proces dat spontaan opborrelt en zich maar moeilijk laat sturen?

Cools: “Ik ben het daar niet mee eens. Bij sommige mensen zal creativiteit wellicht spontaan opborrelen, maar creativiteit in een economische context moet je op een gestructureerde manier aanpakken. Vergelijk het met kwaliteitsmanagement: mocht je enkele decennia geleden in onze bedrijven verkondigd hebben dat ze de kwaliteit van hun diensten of producten echt moesten managen en procesmatig bewaken, dan hadden ze je min of meer gek verklaard. Vandaag pronkt zowat elke KMO met IS0-certificaten en lopen er overal kwaliteitsmanagers rond. Parallel daarmee ben ik ervan overtuigd dat je creativiteit echt kan genereren, door structuren op te zetten die ertoe bijdragen dat nieuwe ideeën via een proces worden losgeweekt. De grootste fout die we in een bedrijfcontext kunnen maken, is ervan uitgaan dat de ideeën en de innovatie wel vanzelf zullen komen. Nee, je moet dat sturen en begeleiden, erover nadenken en de opvolging ervan verzekeren.”

Welke rol kan en wil Flanders DC daarin spelen?

Cools: “Laat me toe een hardnekkig misverstand uit de weg te ruimen: Flanders DC is geen dienstverlener, die her en der op de werkvloer processen gaat opzetten om de creativiteit aan te zwengelen. Het is wel onze taak om de bedrijven en de buitenwereld te overtuigen van de noodzaak hiervan. Daarom geven we relevante opleidingen aan de Voka’s en de Unizo’s van deze wereld. Flanders DC heeft een sensibiliserende rol, en tracht in eerste instantie instrumenten aan te reiken om actiever om te gaan met creativiteit en innovatie.”

Dat klinkt nog altijd behoorlijk wollig. Wat moeten we ons daar concreet bij voorstellen?

Cools: “Enkele jaren geleden hebben we samen met Unizo een bevraging opgezet bij een duizendtal KMO’s. Een van de vragen was: hoe gestructureerd pakken jullie innovatie aan? Hoe komen jullie tot nieuwe ideeën binnen het bedrijf en bestaat er een traject om ze uit te werken? Amper zeven procent van de bevraagde KMO’s bleek op dat vlak een gestructureerde aanpak te hebben. Grotere bedrijven zullen ongetwijfeld een stuk beter scoren, maar zij beperken innovatie toch iets te vaak tot onderzoek en ontwikkeling. Productvernieuwing is natuurlijk belangrijk, maar voor mij gaat het net zo goed over het innoveren van businessmodellen, dienstverlening, verpakkingen, noem maar op. Creativiteit en innovatie moeten iets zijn van het hele bedrijf, en niet enkel van de afdeling waar medewerkers met witte stofjassen rondlopen. Betrek er ook je magazijnier, je secretaresse, of zelfs mensen van buiten het bedrijf bij. Klanten en leveranciers kunnen vaak een heel waardevolle inbreng bieden, maar botsen daarbij meer dan eens op de legendarische geslotenheid van de Vlaamse ondernemingen. Een gemiste kans: consultancybedrijf Accenture peilde bij een aantal internationale topbedrijven, uit uiteenlopende sectoren, waar hun echt vernieuwende ideeën vandaan kwamen. Wat bleek? Het leeuwendeel ervan pikten ze op buiten de eigen bedrijfsmuren. We laten dus een gigantisch potentieel liggen als we de buitenwereld niet structureel proberen in te schakelen in de innovatieprocessen van Vlaamse bedrijven.”

Haast iedereen beseft intussen dat ondernemen in Vlaanderen innovatief zal zijn, of niet zal zijn. Hebben ondernemers sowieso nog wel enige keuze?  

Cools: “Wie vandaag een broodjeszaak opstart, moet daarbij niet noodzakelijk heel creatief uit de hoek komen. Als je de enige broodjeszaak in een straal van vijf kilometer uitbaat en een minimum aan kwaliteit, biedt dan loopt dat meestal wel los. Maar wie het iets ruimer ziet en vanuit Vlaanderen de internationale toer wil opgaan, moet beseffen dat je niet puur op basis van de prijs kunt concurreren. Akkoord, Vlaanderen kan prat gaan op zijn vaak geroemde efficiëntie, maar alleen daarmee redden we het ook niet meer. De Volkswagenfabriek in Vorst was wellicht de meest efficiënte uit de hele stal, maar toch is ze opgedoekt. Dus ja, we hebben nood aan iets anders, en in een sterk innovatiegedreven economie is dat creativiteit. Meer nog, op het gevaar af om als de ‘Bond Zonder Naam’ te klinken: vandaag staat kwaliteitsmanagement garant voor onze producten, maar creativiteit moet de toekomst veilig stellen. Daarom moet het deel uitmaken van het dagelijkse bedrijfsproces, ook als de zaken vandaag nog prima lopen. Creatief uit de hoek komen als het water je al aan de lippen staat, heeft namelijk niet zoveel zin meer.”

Flanders DC is een Vlaamse regeringsinstelling, die boze tongen soms zelfs als een schaamlapje van de Vlaamse regering bestempelen.  Ervaart u het niet als een lastige spreidstand om bedrijven te overtuigen volop in te zetten op innovatie en creativiteit, terwijl heel wat politici resoluut de kaart van de oude, traditionele industrieën blijven trekken – niet zelden uit electorale overwegingen?

Cools: “Eerst en vooral: ik vind niet dat wij een schaamlapje van de Vlaamse regering zijn. In de jaren 80 al was Vlaanderen een van de eerste regio’s om allerlei innovatiestructuren op te zetten. Soms iets te veel misschien en – toegegeven – wellicht met onevenredig veel aandacht en middelen voor pure ‘Onderzoek & Ontwikkeling’. Terwijl innovatie net zo goed een nieuw business- of marketingconcept kan zijn, of een succesvolle kruising van technologie en creatieve industrie. Nu, met die klacht staan we in Vlaanderen lang niet alleen, ik hoor overal hetzelfde.
En die spreidstand? Ik snap wat je bedoelt, maar ik prijs mezelf gelukkig dat ik geen politicus ben die allerlei afwegingen moet maken. Misschien moeten we proberen de zogenaamd ‘oude’ industrie te verzoenen met vernieuwende initiatieven. Hoe belangrijk creativiteit en innovatie ook zijn, we zullen er niet in slagen om er zomaar uit het niets enkele tienduizenden nieuwe arbeidsplaatsen mee te scheppen. Dat besef moet beginnen door te dringen. Ik heb ook niets tegen maatregelen om de meer traditionele industrieën nog een tijdlang te ondersteunen. Op voorwaarde dat we daar tijd mee kopen, en dat we tegelijk investeren in innovatie.”

Fail Conference: op 6 november in het ICC in Gent, http://failconference.creativemediadays.be/

Tekst Filip Michiels
Foto Griet Dekoninck