Lichaamstaal op kantoor: faken kan niet

Volgens de Amerikaanse psycholoog Albert Mehrabian bepaalt vooral onze lichaamstaal of onze collega’s ons sympathiek vinden of niet. Maar wie denkt dat hij zijn lichaamstaal kan manipuleren om zich een weg naar de top te banen, loopt het risico eerder vroeg dan laat door de mand te vallen. “Je kunt je non-verbale communicatie niet faken.”

Telkens wanneer je het kantoor van je baas binnenstapt, keer je onbewust 500 miljoen jaar terug in de tijd en word je een paar seconden lang een bang reptiel. Want net voor je over de drempel stapt, buig je je hoofd, steek je je nek uit, plooi je je rug lichtjes om vervolgens voorzichtig naar binnen te piepen. Zo laat je met je lichaamstaal aan de baas zien dat je een brave ondergeschikte bent die voorlopig niet van plan is hem van de troon te stoten. Vlak voor elk onderhoud met iemand die boven ons staat in de kantoorhiërarchie treedt het evolutionair oudste deel van onze hersenen, ons reptielenbrein, in werking. Volgens de in 1998 gestorven Nederlandse psycholoog Piet Vroon wordt het reptielenbrein gevormd door de hersenstam, de hypothalamus en de kleine hersenen en regelt het onze primitieve overlevingsinstincten. Bovenop het reptielenbrein ligt het 180 miljoen jaar oude zoogdierenbrein, wat onder meer onze emoties stuurt. Dat brein is verantwoordelijk voor jouw klamme handjes tijdens het jaarlijkse evaluatiegesprek met de baas. Het zoogdierenbrein van de baas zorgt ervoor dat hij over de tafel naar je toe zal leunen om zo zijn interesse te tonen en je op je gemak te stellen. Het jongste, ‘menselijke’, deel van onze hersenen, de neocortex, herbergt geheugen, taal, ethiek en intelligentie en regelt onze meer verfijnde lichaamstaal. Het zorgt ervoor dat tijdens dat evaluatiegesprek je baas heel geconcentreerd in zijn koffie roert, terwijl hij diep nadenkt over welke beloning hij je voor al je noeste werk zal geven.

Een kwestie van charisma

De Amerikaanse psychologieprofessor Albert Mehrabian oefende jarenlang onderzoek uit over hoe we met elkaar communiceren. Hij stelde vast dat alle vormen van menselijke communicatie uit drie elementen bestaan: woorden, intonatie en lichaamstaal. Volgens Mehrabian wordt ons charisma, hoe we overkomen bij onze medemensen, bepaald door die drie elementen. Hij probeerde ook proefondervindelijk te bepalen welk onderdeel het meest bijdraagt aan ons charisma en concludeerde dat woorden verantwoordelijk zijn voor zeven procent, intonatie voor 38 procent en lichaamstaal voor maar liefst 55 procent. Wie zijn evaluatiegesprek met de glimlach doorstaat, zal vermoedelijk een betere indruk nalaten bij de baas dan de collega die de hele tijd een gezicht als een oorwurm trekt.

Charles Darwin

Heel wat van onze lichaamstaal of non-verbale communicatie verloopt spontaan en onbewust, waardoor faken erg moeilijk wordt. “Als je een te goede indruk met je lichaamstaal wil maken, loop je het risico dat je door de mand valt”, zegt lichaamstaalcoach René Deceuninck. “Je kan het niet spelen, maar je kunt wel leren expressiever te zijn.”

Samen met een aantal andere trainers aan het Antwerpse Centrum voor Lichaamstaal verzorgt Deceuninck lichaamstaalopleidingen voor HR-managers, bedienden, verkopers en kaderleden. “We leren onze cliënten authentieker en efficiënter non-verbaal communiceren”, zegt hij. “Lichaamstaal is geen exacte wetenschap, al is het wel wetenschappelijk onderbouwd. Het bestuderen van lichaamstaal heeft zijn roots in 1872, met de publicatie van ‘The expression of the emotions in man and animals’ van Charles Darwin. Daarin schreef Darwin bijvoorbeeld nogal kleurrijk over ‘de spier van moeilijkheden’, waarbij hij verwees naar hoe een mens die het lastig heeft, geneigd is om zijn wenkbrauwen te fronsen. Darwin kwam als eerste tot de conclusie dat sommige gezichtsexpressies universeel zijn voor alle culturen.”

Bij lichaamstaalinterpretatie moet je volgens René Deceuninck altijd rekening houden met de ‘wet van Pareto’. “De Italiaanse wiskundige en econoom Vilfredo Pareto stelde begin twintigste eeuw dat 80 procent van de economie beheerst wordt door 20 procent van de bevolking. Joseph Juran, de grondlegger van het moderne kwaliteitsmanagement, constateerde dat het Paretoprincipe op veel meer onderwerpen van toepassing was en introduceerde zijn 80-20-regel. Voor het domein van de lichaamstaal wil dat zeggen dat 80 procent van de signalen die mensen via hun houding uitzenden ook werkelijk zo bedoeld is, en dat je 20 procent met een korrel zout moet nemen. Wie een leugen vertelt, heeft de neiging om aan zijn neus te krabben. In 80 procent van de gevallen zal dat kloppen, terwijl 20 procent last heeft van een jeukende huidziekte.”

Het juiste signaal

Kan je medemensen manipuleren door je lichaamstaal goed te beheersen? René Deceuninck: “Zo sterk wil ik het niet uitdrukken. Verkoopgesprekken, sollicitatiegesprekken of gewone gesprekken onder collega’s kunnen op een positieve of negatieve manier beïnvloed worden door de lichaamstaal van je gesprekspartners. Wie van lichaamstaal geen kaas gegeten heeft, zal zich onbewust door de non-verbale communicatie van anderen laten leiden. Wie wel weet hoe lichaamstaal werkt, kan er zijn voordeel mee doen. De Amerikaanse president Obama is niet alleen een meester in het speechen, maar ook in het beheersen van zijn non-verbale communicatie. Op een filmpje op Youtube kan je zien hoe hij een hand geeft aan iemand en hoe die andere persoon bewust of onbewust probeert te domineren door zijn arm zo te draaien dat Obama’s hand onderaan ligt. Waarna Obama heel subtiel zijn duim boven op de andere zijn hand legt, en zo toch nog de overhand krijgt.”

De tien geboden van lichaamstaal op het werk

  1. Maak altijd oogcontact als je een hand aan je gesprekspartner geeft. Anders lijkt het alsof je iets te verbergen hebt of de ander geen blik waardig gunt. Geef geen slap handje, want dan sta je meteen gecatalogeerd als softie. Schud de hand van de ander niet te lang en niet te enthousiast, of je krijgt het etiket van zielenpoot opgekleefd.
  2. Wees expressief en glimlach regelmatig. Sommige mensen hebben de neiging boos te kijken zonder dat ze zich daarvan bewust zijn. Probeer je gezichtsspieren te ontspannen.
  3. Gebruik ‘handentaal’ alleen om je verhaal te benadrukken en niet om nerveus met een pen te spelen of aan je haar te frunniken. Zorg ervoor dat je open handen zichtbaar zijn. Dat stimuleert je gesprekspartner onbewust om ook oprecht te zijn. Wil je de baas blijven tijdens het gesprek? Wijs af en toe nadrukkelijk je gesprekspartner aan.
  4. Het beheersen van je lichaamstaal moet geleidelijk groeien. Wees zeker in het begin voorzichtig, anders riskeer je bij je collega’s geboekstaafd te staan als ‘de gekke bekkentrekker’.
  5. Kruis nooit je armen en benen, want met zo’n gesloten houding sluit je je van je gesprekspartners af. Zet je voeten naast elkaar op de grond, zodat je een zelfzekere indruk maakt. Laat nooit je ene been op de knie van het andere rusten, want dan is de kans groot dat je gesprekspartner je arrogant vindt.
  6. Knik regelmatig als je gesprekspartner iets vertelt. Wil je autoriteit uitstralen? Sta dan flink rechtop, trek je schouders een beetje naar achter, hef je hoofd hoog en hou je kin omhoog. Wil je openheid en vriendelijkheid uitstralen? Neig dan heel subtiel met je lichaam naar je gesprekspartner toe. Hou je hoofd een beetje schuin, je kin neutraal. Dit is de ideale houding tijdens een sollicitatiegesprek.
  7. Hou oogcontact op een vriendelijke, gemoedelijke manier. Kijk regelmatig in de ogen van je gesprekspartner, maar staar hem niet constant aan, want dan gaat hij zich slecht op zijn gemak voelen. Vind je het lastig om iemand anders in de ogen te kijken? Focus dan op het puntje tussen de ogen.
  8. Ga iets voorovergebogen zitten als je luistert. Ga recht zitten als je het woord neemt. Hou voldoende afstand van je gesprekspartner als je rechtop staat. Sommige mensen hebben de neiging om vlak voor iemand te gaan staan als ze aan het praten zijn. Dat is zeer irritant. De afstand mag ook niet te groot zijn, want dan lijkt het alsof je totaal niet geïnteresseerd bent.
  9. Spiegel geregeld de lichaamshouding van je gesprekspartner. Neem dezelfde houding aan, en verander van houding als hij dat doet. Mensen die dezelfde overtuigingen delen, nemen bijna automatisch elkaars houding over. Door te spiegelen, voelt je gesprekspartner zich meer op zijn gemak. Overdrijf niet, want dan denkt de andere persoon dat je de draak met hem steekt.
  10. Probeer op de micro-expressies van je gesprekspartner te letten: die liegen nooit. Micro-expressies zijn minuscule bewegingen in het gezicht die onderliggende emoties verraden. Als je gesprekspartner amper met zijn ogen knippert, luistert hij niet echt naar je, of vertelt hij een voorgekauwd verhaal. Als jij hem een vraag stelt die hem uit zijn evenwicht brengt, zal hij dan weer heel snel met zijn ogen knipperen. Als je wil weten of je gesprekspartner je grapjes echt leuk vindt, moet je heel goed op zijn ogen letten: als hij echt lacht, lachen de kleine spiertjes rond zijn ogen mee.

Tekst: Jan Stevens