Jongeren willen niet meer fulltime werken

In Nederland is een nieuw trend merkbaar: steeds meer jonge, kinderloze professionals hebben geen zin meer in een traditionele voltijdse werkweek en schakelen een tandje terug. Levensgenieters of verwende prinsjes en prinsesjes?

Ze komt het steeds vaker tegen, vertelt organisatiepsycholoog Kim Castenmiller. Twintigers die werkweken eisen van 36 uur of zelfs vier dagen, in plaats van fulltime. Ze willen meer tijd voor hun vrienden, familie, huishouden en hobby’s. Maar ook vrijwilligerswerk kan een rol spelen, of het opzetten van een eigen onderneming. “Ik denk dat starters nu bewuster kiezen voor een leuker leven. Ze denken meer na over wat ze echt belangrijk vinden”, aldus Castenmiller.

Gedaalde gemiddelde arbeidsduur

Het is moeilijk om dat “parttime-plus” of “nieuwe fulltime” te staven met specifieke cijfers, want die bestaan (nog) niet. De aloude statistieken en discussies richten zich vooral op de emancipatie van vrouwen en of deze al dan niet fulltime doorwerken wanneer ze kinderen krijgen. Toch kunnen we de trend al een beetje zien. Zo werkten Nederlandse jongeren van 25 tot 30 jaar in 2009 nog gemiddeld 32,3 uur per week (inclusief overwerk); twee jaar later is dat al gedaald naar een werkweek van 31,6 uur.

Maar wat is dan precies de definitie van “fulltime”? Het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek spreekt daar al van bij een werkweek vanaf 35 uur, maar menig kritisch leidinggevende denkt daar heel anders over. Volgens cao-expert Harry Vogels hoeft het gros van de fulltimers al lang niet meer veertig uur te arbeiden. “Een voltijdse job staat tegenwoordig in principe voor een 38-urige werkweek. En dan zijn er nog veel branches met extra arbeidsverkorting.” Die opmars begon al in de jaren tachtig. Niet zo gek dus dat jongeren daar nu de vruchten van plukken. Verwend vindt Vogels hen ook niet: “De jongste generatie werknemers is juist een stuk slechter af, met hun voornamelijk tijdelijke dienstverbanden en ander flexwerk. Vroeger had je veel meer zekerheid.”

Luxeprobleem

Werk je om te leven, of leef je om te werken? Natuurlijk is een job een kwestie van de rekeningen kunnen betalen, maar voor de meesten is het inleveren van een stukje salaris een luxeprobleem. En uit de trend kunnen we opmaken dat het materiële uiteindelijk toch geen partij blijkt voor een leven met minder stress en meer geluk. Een Nederlandstalige variant op het Japanse 'karoshi', of 'dood door overwerk', kennen we hier gelukkig niet.

Dat “Waarom zou ik als een gek werken als het niet nodig is?” wordt overigens met argusogen bekeken door de oudere generatie. Volgens Castenmiller komt dat doordat de naoorlogse generaties opgroeiden met een hoge mate van maatschappelijk plichtsbesef, dat bij de jongeren ontbreekt. “Maar stiekem zijn ze ook een beetje jaloers. ‘Je hebt niets te willen’, is het enige wat zij hoorden tijdens hun jeugd.”

Heilige huisjes slopen

Vroeger definieerde men succes vooral als een hoge positie binnen een bedrijf, legt Castenmiller uit. Terwijl jonge professionals van nu de mate hun succes beoordelen op levensgeluk – en dat reikt verder dan alleen een voorspoedige carrière. Dat maakt het kweken van begrip tussen beide partijen er niet gemakkelijker op. Ze wijdde er een boek aan, 'Generatie Y: aan het werk', om babyboomers en 'generatie X’ers' te helpen omgaan met deze eigenwijze slopers van heilige huisjes.

Vroeger was het leven overzichtelijk, vertelt Castenmiller. “Je had je werk en je gezin, that’s it. Nu zijn onze dagen veel diverser en lopen onze bezigheden dankzij gsm's en internet door elkaar.” Waar de oudere generatie eens rond hun vijftigste gaat nadenken over wat ze allemaal nog willen doen met hun leven – de traditionele midlifecrisis – doen jongeren dat al wanneer ze twintig zijn. In dat opzicht zijn ze dus zelfs ambitieuzer. Castenmiller: “Jonge professionals die niet fulltime werken vinden hun baan minstens even leuk hoor, alleen ontdekken ze dat dit ook geldt voor nog zo veel meer.”

Tekst: Hedwig Wiebes

Dit stuk verscheen eerder in Intermediair Weekblad