Ik heb een collega die blijft praten als ik haar tegenkom. Hoe kan ik dit stoppen?

Ik heb erg fijne collega's, waarmee ik ook al eens graag een babbeltje sla. Eén collega laat mij echter maar niet met rust, terwijl ik eigenlijk moet werken. Hoe maak ik haar duidelijk, zonder te kwetsen, dat ik zou willen voortwerken?
Het advies van An Thys, ISW Limits

Een praatje met een collega op tijd en stond kan best  aangenaam zijn. Het kan je weer energie geven om er terug in te vliegen. Dit is anders wanneer je een collega hebt die telkens opnieuw erin slaagt je langer aan de praat te houden dan je eigenlijk wenst. Zeker zo vervelend wanneer deze collega steeds over zichzelf spreekt en moeilijk kan luisteren als jij iets wilt inbrengen.

Als dat regelmatig gebeurt is er van een gezellige babbel uiteraard geen sprake meer. Het kan je na verloop van tijd op je zenuwen gaan werken, zeker als je dringend andere zaken te doen hebt. Het kan je afleiden van je werk. Je hebt de neiging om hem of haar meer te gaan ontlopen uit schrik dat het gesprek toch weer zal uitlopen.

Hoe kan je daar het best mee omgaan?

In welke mate een steeds weer babbelende collega je zal irriteren zal in de eerste plaats afhangen van een aantal factoren:

  • Het tijdstip: het moment dat je aangesproken wordt zal mee bepalen of je erdoor geïrriteerd  geraakt of niet. Sta je net op het punt te vertrekken om je kind op tijd af te halen of heb je de volgende dag een belangrijke deadline, dan komt het gesprek waarschijnlijk meer ongelegen dan op een ogenblik dat je zelf niet onder tijdsdruk staat.
  • Wie de collega is: niet met alle collega’s heb je doorgaans een even goeie band. Van de ene collega zal je wellicht al meer kunnen verdragen dan van de andere. Is de babbelende collega eerder een collega-vriendin, zal het je wellicht minder storen als een gesprek uitloopt en durf je misschien ook makkelijker aangeven dat het niet past. Dat zal anders zijn bij een collega die je doorgaans minder ligt. Je zal merken dat je luisterbereidheid minder groot is.
  • Wat je collega te zeggen heeft: is het iets ernstigs of eerder een telkens weerkerend geklaag over een bepaalde situatie? Ook dat zal meespelen in hoe je je hierbij gaat voelen. Uiteraard is het te stimuleren om een collega in nood op te vangen en te kijken wat je voor hem of haar kan doen.

Afhankelijk van bovenstaande situaties zullen er dus momenten zijn dat het niet goed uitkomt om met je collega te blijven praten. We geven hier enkele tips die je in de praktijk kan gebruiken om je collega aan te geven dat het niet past en om te verhinderen dat je er al te zeer op de tippen van je tenen van gaat lopen.

  • Schat de dringendheid ervan in

Al snel zal je merken in hoeverre het gepraat van je collega eerder een kletspraatje is of een ernstig gesprek waarin hij of zij een probleem aankaart. Je houding en reactie zal dus verschillen in beide situaties.

  • Baken af in tijd en plaats

Af en toe een luisterend oor bieden kan dus goed en vriendschappelijk zijn. Maar indien het je zelf in de problemen brengt doordat je je eigen werk op het einde van de dag niet afkrijgt of scheve blikken krijgt van je baas doordat jullie veel onder elkaar praten, kan je deze gesprekken beter afbakenen in tijd en plaats.

Het is niet gemakkelijk en we ervaren het als onbeleefd om aan iemand aan te geven dat het op een bepaald moment niet goed voor je uitkomt om naar hem of haar te luisteren, dat je er de tijd niet voor hebt of zelf veel aan je hoofd hebt. Vaak luisteren we dan toch, ook al komt dat op dat moment niet echt gelegen. En ’s avonds vloeken we op onszelf doordat we ons werk niet afkregen of ons moe en gefrustreerd voelen.

Daar komt nog bij dat je collega snel zal merken als je niet oprecht luistert.  In de situatie dat je merkt dat er nood is aan een uitgebreidere babbel, kan je beter eerlijk zijn en aangeven dat het je nu niet uitkomt om een gesprek aan te gaan of op het verhaal in te gaan. Je geeft het best aan dat je bereid bent om te luisteren naar haar of hem maar dat het moment niet past voor je.

Je kan dan best een voorstel doen om bijvoorbeeld tijdens de middaglunch of na het werk opnieuw af te spreken. Op die manier zal je collega doorgaans wel begrijpen dat je van goeie wil bent maar dat het nu niet kan. Ook krijgt je collega juist meer het gevoel dat je oprecht tijd voor hem of haar wilt maken en zal dit zeker appreciëren.

  • Geef je eigen gevoel aan

Indien je bij jezelf merkt dat je de energie niet kan opbrengen om telkens opnieuw te moeten luisteren, dat je het gepraat tijdverlies vindt of dat dit zo vaak alleen bij jou gebeurt, kan je beter eerlijk over je gevoelens zijn en aangeven wat het effect ervan op jou is.

Je geeft rustig en open aan dat je het vervelend vindt om steeds opnieuw te worden aangesproken of dat je er zelf door in de problemen kan geraken. Doe dit uiteraard met het nodige respect voor je collega. Spreek vanuit de ik-vorm en benoem het effect van het gedrag van je collega op jou. Bijvoorbeeld: ‘ik vind het moeilijk dat je me telkens opnieuw hierover aanspreekt. Hierdoor kom ik soms in tijdsnood met mijn werk. Ik wil je graag helpen en naar je verhaal luisteren, maar liefst op een vooraf afgesproken moment. Zodat ik met mijn volle aandacht bij je verhaal kan zijn.’

Er is veel kans dat je collega niet doorheeft dat het storend voor jou is, zeker als je het nooit hebt aangegeven en steeds vriendelijk hebt geluisterd, ook al wind je je vanbinnen erover op.

  • Ontloop je collega niet

Het is niet omdat je hebt aangegeven dat het je stoort dat je collega jou steeds langer aan de praat houdt dan je zelf wil of dat het steeds op een moment is dat het je niet past, dat je niet meer samen kan babbelen. Dat zou uiteraard jammer zijn.

Wees er dus attent op dat je collega je niet meer gaat vermijden in de veronderstelling dat je toch niet zal willen praten en luisteren. Mocht je dat opmerken, kan het goed zijn om je collega zelf opnieuw aan te spreken om te polsen of alles oké is of gewoon een babbel te doen over koetjes en kalfjes.

  • Help je collega vooruit

Indien je collega met een probleem zit, maar weinig actie onderneemt om zijn probleem ook daadwerkelijk aan te pakken, maak deze persoon hier dan van bewust. Bijvoorbeeld ‘ik merk dat dit je heel hoog zit en ik vraag me af wat je al concreet aan acties hebt ondernomen om er iets aan proberen te doen of om het met iemand te bespreken. Ik wil je eventueel wel mee helpen zoeken naar een oplossing als dat je zou helpen.’.

Eventueel kan je de persoon aanraden een gesprek met de leidinggevende aan te gaan indien het werkgerelateerde problemen betreft. Of naar een vertrouwenspersoon indien het om een onderwerp gaat dat minder gemakkelijk bespreekbaar is met de leidinggevende.

I.s.m. ISW Limits