Holebi’s maken geruisloos carrière

In de lift, maar niet uit de kast

Het stond laatst in de krant: een glazen plafond voor holebi’s is er niet. Dat was althans de conclusie die het Steunpunt Gelijke Kansen trok uit de studie Zzzip2. De holebi’s die aan het onderzoek hebben meegedaan, bleken zelfs vaker dan gemiddeld leiding te geven in hun job. Maar vaak weten hun medewerkers niet dat de baas homoseksueel is.

Precies op de dag dat Elio Di Rupo de eed aflegde als premier, werden de resultaten van de rondvraag wereldkundig gemaakt. Een mooier toeval konden ze zich bij het Steunpunt Gelijke Kansen niet dromen. Want de Zzzip2-studie die peilde naar de levenskwaliteit van holebi’s in Vlaanderen, heeft ten minste één opmerkelijk resultaat opgeleverd: holebi’s blijken vaker dan gemiddeld aan de slag in leidinggevende functies.

Goed nieuws dus, al willen de onderzoekers zelf meteen nuanceren. “Het gaat om de bevindingen van een onlineonderzoek”, zegt Dagmar Versmissen van het Steunpunt Gelijke Kansen. “Holebi’s vormen een ‘verborgen populatie’: je kunt niet op het eerste gezicht zien of iemand homo, lesbisch of bi is. Hij of zij kan er ook perfect voor kiezen om deels of helemaal in de kast te blijven. Dat maakt het moeilijk om hen te bereiken. Daarom opteerden we voor een online survey, wat de privacy garandeert. Maar die keuze leverde een specifieke respondentengroep op: de bevraagde holebi’s zijn in hoofdzaak jonge, hoogopgeleide mensen die ‘out en proud’ in het leven staan.”

De resultaten zijn met andere woorden vooral van toepassing op de groep deelnemers. Ze zijn niet representatief voor alle holebi’s in Vlaanderen, ze weerspiegelen slechts een deel van de werkelijkheid. Kortweg stellen dat zo’n roze plafond dus niet (meer) bestaat, is te kort door de bocht.

Mijn baas is gay

Neemt niet weg dat de studie voor het eerst een duidelijke aanwijzing oplevert dat alvast een deel van de holebi’s geen hinder ondervindt van de barrière. “Er deden in totaal 3.400 mensen mee aan het onderzoek: 70 procent holebi, 30 procent hetero,“ aldus Versmissen. “De deelnemers werden onder meer over hun beroepstaken bevraagd, en die bleken in de twee groepen quasi gelijk te lopen. Slechts op één vlak was er een significant verschil: op de vraag of ze een onderneming besturen of leiding geven aan anderen, antwoordde 36% van de holebi’s positief tegenover 29% in de heterogroep. Dat resultaat hadden we niet verwacht."

"Uit ander onderzoek bleek namelijk dat holebi’s vaker ervaren dat ze kansen missen op het werk omwille van hun seksuele oriëntatie. Of dat ze minder uren werken, terwijl dat niet hun eigen keuze is. Het zou best kunnen dat we deze uitkomst zien omdat ze misschien vaker dan hetero’s beslissen om een eigen zaak te starten, mogelijk net omdat ze het gevoel hebben dat er op de reguliere arbeidsmarkt weldegelijk zo’n roze plafond is."

"De meerderheid van de respondenten waren mannen, ook dat kan het resultaat beïnvloed hebben. Er blijven dus nog een hoop vragen. Hoe zit het met lager geschoolden? Die maakten slechts 5 procent van de steekproef uit, maar kunnen ook zij doorgroeien? In welke sectoren stromen holebi’s het vaakste door naar de top? En hoe komt dat? Dat willen we graag verder onderzoeken.”

Geen zin in de machocultuur

Over hoe het zit met de positie van holebi’s op de arbeidsmarkt, weet Alexis Dewaele meer. Hij is verbonden aan de vakgroep psychologie van de Universiteit Gent en maakte in 2008 deel uit van het onderzoeksteam dat in opdracht van het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding een studie over de materie maakte.

“Specifiek onderzoek naar holebi’s aan de top van het bedrijfsleven, is niet gebeurd”, weet hij. “Maar we hebben wel gepeild naar discriminatie op de werkvloer. Daarbij gaf een op tien aan ooit naast een promotiekans te hebben gegrepen omwille van zijn of haar geaardheid. We zijn ook gaan kijken of er een loonkloof is tussen holebi- en heterowerknemers. Uit internationale studies bleek die in veel landen te bestaan, maar bij ons niet. Deels omdat holebi’s hier vaker kiezen voor een baan in het onderwijs of bij de overheid, twee sectoren waar de lonen sterk gereguleerd zijn."

"Tegelijk stellen we vast dat ze in hun jobkeuze ook duidelijk rekening houden met de ‘holebi-vriendelijkheid’ van de branche waarin ze terechtkomen. Zo zijn ze minder geneigd om in de harde sectoren aan de slag te gaan, of in bedrijfstakken en arbeidersmilieus waar een machocultuur heerst – uit schrik voor negatieve reacties. En als ze er wel voor kiezen, outen ze zich niet op het werk. We zien trouwens dat er ‘ondernemingsvlucht’ speelt: holebi’s worden vaker zelfstandig ondernemer om te ontsnappen aan eventuele homofobie op de werkvloer.” 

Alles voor de carrière

Dat holebi’s volgens de recente Zzzip-studie vaker in leidinggevende of bestuursfuncties te vinden zijn, heeft Dewaele dus maar half verrast. Al wijst ook hij andermaal op de specifieke samenstelling van de respondentengroep. “Het blijft ontzettend moeilijk om zicht te krijgen op hoe het met de hele populatie zit”, klinkt het. “En hoe het komt dat die hoger opgeleide groep dan wel vaker doorstroomt naar de top, valt eveneens moeilijk te verklaren. Mogelijk speelt het mee dat holebi’s geneigd zijn om te compenseren voor het stigma: ze doen op school en later in het beroepsleven vaak extra hard hun best. Door meer te verdienen en een hogere status te bereiken, hopen ze te ontsnappen aan negatieve reacties omtrent hun seksuele geaardheid. Maar het blijft lastig om daar uitspraken over te doen, want dat gaat niet op voor de hele groep."

"Anderzijds is het wel een feit dat holebi’s – en dan vooral de mannen - vaak minder familiale verplichtingen hebben. Ze hebben vaker geen kinderen, waardoor ze meer tijd kunnen en willen investeren in hun werk. Het zijn loyal servants, ze zijn zeer trouw naar hun werkgever toe en geven zich volledig voor hun carrière. Precies omdat ze weinig gezinsverplichtingen hebben, wordt hun werk ook belangrijker voor het bepalen van hun eigen identiteit en zelfbeeld. Dat helpt om het te maken.”

Waar zijn de rolmodellen?

Ze mogen dan wel relatief makkelijk doorheen dat roze plafond breken, veel bedrijfsleiders of managers die openlijk voor hun geaardheid uitkomen kennen we nochtans niet. Je hebt ze wel in de politiek  - bij ons trekken Elio di Rupo en Vlaams minister Pascal Smet de kar, bij onze Noorderburen doen (oud-)ministers Gerda Verburg, Boris Dittrich en Jan Kees de Jager hetzelfde, maar het zakenleven hinkt achterop. Er mogen dan wel hardnekkige geruchten de ronde doen dat Tim Cook, de nieuwe topman bij Apple homo is, Cook zelf heeft ze nooit bevestigd… noch ontkracht.

Ontbreekt het de bedrijfswereld aan stevige rolmodellen? “Tja”, zegt Dewaele. “In Nederland heeft men een paar jaar geleden de proef op de som genomen. Men is gaan kijken naar de raden van bestuur bij de honderd bedrijven met de grootste omzet. Wat bleek? Niet één had een holebi-topman of -vrouw aan boord. Maar het kan niet dat ze er niet zijn. Volgens mij speelt het mee dat holebi’s hun coming out niet meer zien zitten als ze een bepaalde status hebben bereikt. Ze hebben te veel te verliezen, de angst voor repercussies kan een reden zijn om in de kast te blijven. Of dat roze plafond nu bestaat of niet, het is in elk geval zo dat veel holebi’s anticiperen op negatieve reacties en daarom hun coming out op het werk niet doen. Of er toch mee wachten tot ze zich veilig voelen.”

Roze netwerk

Nochtans voeren bedrijven tegenwoordig een scherp diversiteitsbeleid. Dat ook holebi’s zichzelf moeten kunnen zijn op het werk, lijkt een evidentie. En toch blijven ze in de praktijk nog te vaak onzichtbaar. Om dat te verhelpen, hebben bedrijven als IBM, ING en Ford een intern ‘roze netwerk’ – een belangengroep voor gay-personeel. Ook de Vlaamse overheid, de grootste werkgever van het land, startte vorig jaar met het regenboognetwerk Overuit.

“Uit een grootscheepse enquête bij ons personeel bleek dat holebi’s zich hier best goed voelden”, zegt Peter Bruyninckx van de dienst Emancipatiezaken. “Maar het duurde vaak een tijd voor ze zich op het werk outten. Dat ze zich op één of andere manier geremd voelden, was voor ons het signaal om duidelijk te stellen dat het oké is om holebi te zijn. Daarom zijn we met Overuit gestart.”

Niet dat het netwerk lobbyt voor holebi’s: Overuit wil holebi’s én hetero’s bij elkaar brengen door ontspannende en informatieve activiteiten. “We streven naar openheid. Seksuele geaardheid moet uit de taboesfeer. Daartoe hebben we een open brief gestuurd naar alle leidinggevenden uit het top- en middenkader met de vraag om ons te steunen, 231 van de 300 hebben die ondertekend.”

Op de vraag hoeveel van die leidinggevenden tot de doelgroep behoren, blijft Bruyninckx evenwel het antwoord schuldig. “Daar hebben we niet naar gevraagd, al lijkt het me evident dat er holebi’s tussen zitten. Het is trouwens helemaal niet de bedoeling van Overuit om mensen onder druk te zetten om zich te outen. Sommigen vinden nu eenmaal dat hun geaardheid privé is, dat die er op het werk niet toe doet. En die doet er ook helemaal niet toe, maar wie daar wel wil over praten, moet dat kunnen. Een open werknemer is een gelukkiger werknemer en die presteert beter.”

cijfers homo's op de werkvloer

Tekst: Nathalie Van Laecke