Hoe ziet de zomer van Herman Brusselmans eruit?

Herfst, winter, lente, zomer … Voor Herman Brusselmans maakt het niet zoveel uit. In elke periode van het jaar blijft de 53-jarige auteur zijn productieve zelve. Zopas werkte hij nog twee nieuwe romans af en ook de rest van de zomer schrijft hij onverdroten verder.

“Ik heb eigenlijk nooit vakantie”, steekt de schrijver van wal. “Of altijd, het is maar hoe je het bekijkt. Ik regel mijn werk zelf en schrijf wanneer ik wil. Niemand zegt mij hoe laat ik moet opstaan en wanneer ik wat moet schrijven. Aangezien ik vaste columns heb voor Humo, Het Laatste Nieuws, Woef en Playboy loopt dat werk wel steeds door. En daarnaast ben ik ook altijd bezig met een of andere roman. Maar als ik eens een dag of twee geen zin heb om te schrijven, dan hoef ik dat niet te doen. Ik kan evengoed in december, in januari of in juli eens een dagje vrijaf nemen. Alleen: drie weken aan een stuk écht vakantie nemen en eropuit trekken, nee dat doe ik nooit.”

Vakantie in eigen straat

“Naast lezen is met de motor rijden een van mijn belangrijkste hobby’s, maar ik wil dat enkel doen als het zonnig weer is. Als het kwik niet boven de 22 à 23°C stijgt, kom ik daarvoor mijn huis niet uit. Met dat regenweer is het er dit jaar dus nog niet echt veel van gekomen.”

“Sinds twee jaar heb ik ook een appartement in Knokke, maar daar kom ik eigenlijk bijna nooit. Ik denk er dan ook aan om dat op te geven. Het heeft geen zin om zo’n appartement te hebben als ik toch altijd in Gent zit.”

“Ik doe wel graag eens een terrasje, maar ook daarvoor hoef ik Gent niet buiten te komen. Sterker nog: ik ga zelfs altijd naar hetzelfde café. In mijn eigen straat, ja.”

“Pas op: het gebeurt wel eens dat ik in een andere stad kom – ik ken Antwerpen, Amsterdam en ook Brussel vrij goed – maar dat is dan altijd voor mijn werk. Al moet ik door de crisis in de literatuur nu wel minder dan vroeger de baan op om lezingen te geven.”

Uitgeregend in Saint-Tropez

Is de auteur van ‘De man die werk vond’, ‘Guggenheimer wast witter’ en ‘De dollartekens in de ogen van Moeder Theresa’ dan werkelijk nog nooit op reis geweest?
“Toch wel, twee keer zelfs. De eerste keer was in ’92, toen we met de ploeg van het BRTN-programma Het Huis van Wantrouwen een weekend naar Rome zijn geweest. Dat is wel zwaar tegengevallen, want het heeft toen de hele tijd geregend.”

“Twee jaar geleden heb ik het dan nog eens geprobeerd. Ik wou mijn vrouw een plezier doen en dus zijn we met de trein naar Saint-Tropez getrokken. Het leek me op zich wel een goed idee, want Saint-Tropez is natuurlijk een soort mythische stad. Maar ook die vakantie is volledig in het water gevallen. Blijkbaar begint het in het buitenland altijd te regenen als ik er mijn kop durf te vertonen.”

Oost west, thuis best

Brusselmans’ verhaal bewijst dat hij het typevoorbeeld van een huismus is: “Ik heb gewoon geen ‘reisgen’, het interesseert me niet echt, al dat reizen. Ik ben dan ook niet van plan om ooit nog op te reis te gaan, het is toch al iedere keer op een mislukking uitgedraaid. Als ik iets lees over een bepaalde stad of een bezienswaardigheid, dan voel ik niet de minste behoefte om die ter plaatse te gaan bekijken.”

“Kijk, mij zou je niet kunnen straffen door me op te sluiten in mijn eigen huis. Zolang ik mijn boeken heb, mijn pc en de tv kan ik perfect functioneren en voel ik mij gelukkig. Je zou het misschien niet denken, maar ik verveel mij eigenlijk nooit.”

Kom naar Gent

Zijn we bij Brusselmans dan aan het verkeerde adres voor een zomertip? Toch niet, zo blijkt: “Ik kan de mensen maar één ding aanraden: kom naar Gent. Het is gewoonweg een fantastische stad. Maar vermijd alsjeblieft wel de Gentse Feesten, want dat is een vreselijke periode. Het stadsbestuur wil het voorstellen als een cultureel volksfeest, maar iedereen weet dat het er bij de Gentse Feesten toch vooral op aankomt om je klem te zuipen. Nee, ik denk dat er in Afghanistan nog meer cultuur te rapen valt dan op de Gentse Feesten. Maar tijdens de rest van het jaar is Gent wel echt een aanrader.”