Hoe ga je om met een luie collega?

Iedereen kent wel collega's die vooral doen alsof ze heel druk aan het werk zijn, maar in werkelijkheid weinig uitvoeren. En als ze gevraagd wordt een extra taak op zich te nemen, dan zijn ze nergens te bespeuren. Want tja, ze zijn 'druk, druk, druk'. Maar waarmee? Dat weet niemand.

Nietsnutten zorgen voor frustraties bij collega's die wel hun best doen. Soms zijn het fanatieke flierefluiters die er alles aan doen om geen inspanning te hoeven verrichten. Het boek Bonjour paresse : De l'art et de la nécessité d'en faire le moins possible en entreprise (vertaald als Liever lui: de kunst van effectief nietsdoen op het werk) van de Franse econome Corrine Maier is voor hen een soort bijbel. Maier geeft in het boek uit eigen ervaring allerlei tips over hoe je juist met luiheid carrière zou kunnen maken.

Zit er niets anders op dan om te leren gaan met de eeuwige patience spelende collega? 7 tips voor het aanpakken van een luilak van managementcoach Stever Robbins op Forbes.com:

  1. Laat je irritatie over hun gedrag je niet afleiden van je eigen werk.
  2. Wees geen klikspaan. Dat kan je een slecht imago bij de baas opleveren.
  3. Laat hun werk niet jouw verantwoordelijkheid worden. Luilakken proberen altijd de schuld op anderen af te schuiven.
  4. Wentel je niet in zelfmedelijden. Het leven is nu eenmaal niet eerlijk, en sommigen komen (altijd) weg met slecht gedrag.
  5. Communiceer met de luiaard. Probeer erachter te komen wat de reden voor zijn gedrag is. Er kunnen persoonlijke problemen zijn of misschien komt de luilak vaardigheden tekort.
  6. Klaag niet tegen andere collega's. Roddelen komt altijd slecht over.
  7. Probeer onder projecten uit te komen waaraan de nietsnut meedoet. Want die leiden er alleen maar toe dat jij meer werk zult moeten doen. Het verdelen van taken kan wel een goed moment zijn om aan de baas aan te geven dat de planning voor een project te krap is, vanwege de werksnelheid van een bepaalde collega. Misschien heeft de baas je hint eindelijk door.

Dit artikel verscheen eerder in Intermediair Weekblad.