Filosofe Joke Hermsen: “Wij zijn slaven van de kloktijd”

De klok domineert ons leven. Joke Hermsen, de Nederlandse filosofe en schrijfster, houdt een warm pleidooi om het tweede gezicht van de ‘tijd’ opnieuw te ontdekken.

Motregen slaat tegen de reusachtige ruiten van het restaurant van EYE, het nieuwe filmmuseum van Amsterdam. Gestaag glijden de veerboten over het IJ. We kijken op de achterkant van het Centraal Station en op enkele torengebouwen die tegen de waterkant aan liggen. Dit weidse vergezicht is ideaal voor een interview met de succesvolle filosofe en schrijfster Joke J. Hermsen (51). Haar essaybundel Stil de Tijd (De Arbeiderspers, 2009) is inmiddels aan zijn twintigste druk toe, goed voor 40.000 verkochte exemplaren. Haar pleidooi om verveling, rust en afwachten opnieuw een plaats te geven in onze jachtige samenleving, raakt blijkbaar een gevoelige snaar.

Je situeert de invoering van de strikte kloktijd in 1884 toen de internationale Greenwichtijd werd afgesproken. Is dat het moment waarop we meer en meer op de klok begonnen te kijken?

Joke J. Hermsen: “Eigenlijk begon het al toen steden klokken in hun kerktorens plaatsten, en in de loop van de achttiende eeuw sloop de klok ook de huiskamers van de bourgeoisie binnen. Maar die klokken gaven per stad en per land een verschillend uur aan. De Greenwichtijd bracht eenheid in die verscheidenheid. Dat was noodzakelijk om de spoorboekjes van de internationale treinen op elkaar te kunnen afstemmen. Vanaf dat moment werd ook de arbeid in tijd gemeten, zodat die per uur kon afgerekend worden.”

Vandaag besteden we systematisch meer tijd aan ons werk en minder aan familie en vrienden. Je verwijst daarbij naar de Franse filosoof Alain Badiou, die stelt dat de klok ten dienste staat van het kapitalistische gedachtegoed. Is prikken zo typisch kapitalistisch?

“Natuurlijk had je ook tijdsdruk in communistische systemen. Tijd is vooral een economisch principe geworden sinds arbeid in uren gemeten werd. De economie drijft op twee wetten: die van de schaarste en die van de versnelling. Wij kampen voortdurend met een gebrek aan tijd. En de economie steekt steeds een tandje bij zodat de technologische ontwikkelingen nog sneller op de markt gebracht kunnen worden en we soms het gevoel krijgen het allemaal niet goed meer kunnen volgen.”

In het boek Stil de tijd ga je op zoek naar een andere tijd.

De kloktijd is een beetje met ons aan de haal gegaan. Onze levens worden erdoor geregeerd. We denken er ook voortdurend te weinig van te hebben. Door die tijdsdruk geraken we chronisch vermoeid.”

Ik ben in de geschiedenis van de filosofie gaan grasduinen om te kijken of ‘chronos’, de kloktijd, de enige denkbare tijd is. Al bij de Grieken leefde het idee dat tijd twee gezichten heeft. En dat klopte met mijn persoonlijke ervaring. Als ik vroeger als kind met mijn ouders naar mijn grootouders ging, wist ik bijvoorbeeld zeker dat de heenreis langer duurde dan de terugreis. Maar dat onderscheid zijn wij westerlingen helemaal vergeten.”

De Grieken daarentegen kenden ook de ‘kairos’, die als een tussentijd of als een intermezzo op de chronos begrepen moet worden. Het was de god van het geschikte moment. Geen tijd die zich laat meten, maar wel de tijd die je zelf bent en vanwaaruit je iets kunt scheppen of veranderen. Als ik me goed concentreer voel ik me steeds verder afdwalen van de kloktijd, die me daarvoor op de hielen zat, en kom ik als het ware in een andere tijd terecht, die me minder opgejaagd en rusteloos maakt, en me beter lijkt te passen.”

Dat kan dus ook tijdens het werk?

“Natuurlijk, de ‘kairos’ is niet alleen voor religieuzen en kunstenaars. De Hongaarse psychiater Mihaly Csikszentmihalyi noemt dat ‘flow’. Dan ervaren we de tijd heel anders. Niet als een extern principe dat ons voortdrijft en opjaagt, maar als een tijd die van binnenuit ervaren wordt, meer subjectief van aard is en daarom minder vervreemdend en benauwend aanvoelt.”

Kan je die toestand oproepen?

“Ja, door bijvoorbeeld de beeldschermen een paar uur uit te zetten. Want bovenop de tijdsdruk lijden we nu ook aan ‘onlineneurose’. Laptops, tablets, televisies en smartphones zijn heel verleidelijk omdat ze ons veel informatie leveren. Nochtans hebben we per dag enkele uren nodig om te ontfocussen en al die nieuwe informatie te verwerken en een plek te geven. Maar die tijd gunnen we ons te weinig. Door de overvloed aan informatie raakt ons brein overspannen.”

Waren er filosofen die deze evolutie voorzagen?

"De laatste jaren van zijn leven was de Duitse filosoof Martin Heidegger (1889-1976) erg bezorgd over de snel evoluerende techniek, omdat we de vraag naar de essentie ervan onvoldoende stelden. We vragen ons te weinig af wat de nieuwe technologie met ons en met ons brein doet en menen dat we de techniek altijd de baas zullen blijven. Maar is dat zo? Er komen steeds meer beeldschermverslaafden bij. Men geraakt in paniek als men ergens geen bereik heeft, zoals ik in mijn nieuwe roman Blindgangers laat zien."

"Bovendien veranderen onze cognitieve vermogens door voortdurend te surfen en te zappen. Bij jongeren zie je dat ze het steeds moeilijker vinden om zich ergens langdurig en diepgaand op te concentreren. De Amerikaanse schrijver Nicolas Carr beschrijft in zijn boek Het ondiepe (Maven, 2011) hoe het internet onze manier van denken verandert. Hij getuigt hoe zijn creatieve vermogens de voorbije tien jaar verminderden. Terwijl hij vroeger vlot diepe analyses kon maken, heeft hij nu de neiging alles vluchtig te scannen en zegt hij alleen kortetermijnoplossingen te kunnen verzinnen."

De mens vraagt om vertraging, maar de economie vraagt om versnelling. Zal de druk nog toenemen?

"Ik zie twee mogelijke scenario’s. Eén: we evolueren naar een hyperkapitalistische samenleving waarin iedereen zuiver individualistisch handelt. De Franse filosoof Henri Bergson heeft dit type ‘automaton-mens’ al in de jaren dertig voorspeld: hij functioneert op automatismen, denkt niets nieuws uit en draait steeds in hetzelfde kringetje rond. Het is een egocentrische massamens die enkel aan zijn eigenbelang denkt. Zijn enige drijfveer is het vergroten van het eigen vermogen. Je hoeft de kranten maar open te slaan, of je herkent deze ‘automatonmens’, die we in Nederland ook wel ‘zelfzuchtige graaiers’ noemen. Managers, die bank-, zorg- of onderwijsinstellingen leiden, maar eigenlijk alleen aan de eigen portemonnee denken. Zelfs als ze zich schuldig maken aan ernstig mismanagement vertrekken ze met torenhoge bonussen."

"Twee: er ontstaat op allerlei niveaus in de samenleving een tegenbeweging die duurzaamheid, zingeving en ethische principes boven de economische laat prevaleren. (Denk aan de recente massapicknick Pic Nic the Streets in het hart van Brussel, nvdr) Ik weet niet of dit realistisch is, maar het kan. Voorwaarde hiertoe is dat we dan behalve meer rust en reflectie ook een ander verhaal dan het louter economische moeten vertellen. We moeten ons bezinnen en nieuwe volksziekten als stress, burn-out en depressiviteit serieus nemen. Onze horizon is vanwege de teloorgang van de kerk en de politieke ideologieën behoorlijk verduisterd geraakt. We hebben dus dringend nieuwe, bezielende verhalen nodig. We moeten het nihilistisch cynisme van ons afschudden en gezamenlijk nieuwe horizonten ontwerpen. Tijd is ook hoop, zoals de Duitse filosoof Ernst Bloch terecht zei. Hij wees op het belang van utopische vergezichten voor de mens, opdat we een beetje in beweging en dus creatief blijven.”

Volgens filosoof Lars Svendsen ontstaat creativiteit uit verveling. Je citeert hem: “Aanvaard en verdraag verveling, omdat achter die immense leegte een bron van creativiteit schuilgaat. In de verveling leert de mens zijn grenzen te overschrijden; ten overstaan van de leegte ontdoet hij zich van zijn oude overtuigingen en meningen.” Ben je het daarmee eens?

Veel werknemers zijn nog wel in staat om binnen de orde van hetzelfde te functioneren, maar iets echt nieuws bedenken, kunnen ze niet meer. Om iets nieuws te kunnen verzinnen, moet je eerst een pas op de plaats maken. Creativiteit heeft rust en stilte nodig. Plato sprak over ‘scholè’ (‘school’, de plek om te leren), wat eigenlijk nietsdoen, vrije tijd en verveling betekent.”

Deze oude inzichten worden bevestigd door neuropsychisch onderzoek: hersenen moeten eerst ontfocussen om creatief te kunnen zijn. ‘Daarom zouden bedrijven er goed aan doen ‘hun werknemers af toe te dwingen tot nietsdoen, want onze hersenen hebben hersteltijd nodig’, aldus de Nederlandse neuroloog Sophie Schweizer.

“Ondernemingen bellen me steeds meer om lezingen. Zij zitten met hoge onkosten door de stress, depressiviteit en burn-out onder hun medewerkers. Ze begrijpen dat er iets moet veranderen. Zo heeft een Vlaams bedrijf een stiltelounge, waar je je met pen en papier kunt terugtrekken. In de open kantoortuinen zit immers iedereen door elkaar heen te ‘multitasken’. Daar is het onmogelijk om je goed te concentreren om die ene moeilijke schets te maken of belangrijke brief te schrijven.”

Jij predikt dus niet in de woestijn?

“Ik hoop van niet. Hier en daar werpt mijn werk al enige vruchten af.”

In Stil de tijd wijd je ook een hoofdstuk aan Griekenland. Grieken voelen de tijd heel anders dan wij: zij vinden dat de toekomst hen van achteren vooruitduwt. Zie je een verband tussen de crisis in dat land en de tijdsbeleving van de inwoners?

Natuurlijk. De Grieken zitten als het ware tussen de lineair-westerse en de cyclisch-oosterse manier van tijddenken in. Ze zien de tijd als een rivier waar je in waadt: ‘panta rei’, alles stroomt. Wat er zojuist gebeurd is, zien ze scherp voor zich, maar verder stroomafwaarts wordt het verleden almaar waziger. Wat ze niet kunnen zien, en daarom ook minder hun aandacht heeft, is de toekomst. Die is onbekend en die duwt hen als het ware van achteren in de rug. Dit tijdsbeeld staat haaks op onze lineaire kloktijd: wij zijn voortdurend bezig met onze toekomst en denken deze volledig te kunnen manipuleren. Daarom richten we ons geheel op de toekomst, waardoor we dikwijls vergeten in het nu te leven."

"De Grieken geloven traditioneel niet dat je de toekomst kunt beheersen; ze maken dus ook weinig plannen daarvoor. Hun inlijving in het lineaire, kapitalistische model was vragen om moeilijkheden. Europa had eerst een sociale, politieke en filosofische eenheid moeten worden voordat ze een monetaire unie werd. Maar wij wilden alles weer veel te snel en het economische belang was wederom het enige wat telde. Daarom zitten we nu met de gebakken peren.”