Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

De portemonnee van zanger en SABAM-baas Johan Verminnen

Johan Verminnen is bekend als Vlaamse liedjesschrijver en zanger. Maar hij is ook oprichter van ZAMU en gedelegeerd bestuurder van Sabam. Wij namen de verdeling van zijn inkomstentaart onder de loep.

Twee jobs en twee inkomens

“Op dit moment beoefen ik twee beroepen. Ik ben afgevaardigd bestuurder van de Nederlandstalige afdeling van SABAM en ik ben professioneel zanger. Beide jobs zijn fantastisch, maar mijn core business blijft het optreden.”

“Al sinds mijn tiende levensjaar schrijf ik liedjes en zing ik voor familieleden. Op mijn achttiende werd ik professioneel zanger. In het begin was dat niet evident. Het inkomen van een artiest schommelt enorm. Met ongeveer honderd optredens per jaar kan ik gelukkig van mijn inkomsten als zanger overleven.”

“Mijn inkomen bij SABAM daarentegen is glashelder. Als afgevaardigde zijn mijn looninkomsten elke maand dezelfde. Het is goed om te weten wat je maandelijks verdient. Maar de spanning en onzekerheden als artiest dragen ook bij tot de intensiteit van die ervaring.”

De grootste verdienste

“Het combineren van zingen met een andere job is niet nieuw voor mij. Ik heb altijd een soort gespleten persoonlijkheid gehad. Intussen zing ik al meer dan veertig jaar, maar daarnaast heb ik ook andere dingen gedaan.”

“Een job waar ik veel uithaalde was het oprichten van ZAMU. Financieel heeft het me niet veel opgebracht, maar op persoonlijk vlak is dit mijn grootste verdienste. Met de oprichting van ZAMU konden artiesten voor het eerst écht erkend worden en het artiestenstatuut aanvragen. Dat is een belangrijke stap geweest op artistiek niveau.”

Investeren in jezelf

“Tegenwoordig is het moeilijker om als artiest rond te komen. Vroeger waren er platenlabels die investeerden in je muziek en de kosten voor 100% op zich namen. Nu financiert een platenfirma meestal niet meer dan de helft van het aanmaakproces. Ten minste de helft van de prijs voor het maken van een plaat is dus op eigen kosten. Dat betekent dat je in jezelf moet investeren. Ongeveer de helft van mijn inkomen gaat daar naartoe.”

De rest van de inkomenstaart

“De andere vijftig procent van mijn inkomen gaat naar de vaste lasten en ontspanning.”

“Zo’n tien procent van mijn inkomen spendeer ik aan ontspanning. Dat vat ik erg ruim op. Enerzijds betekent dat zo nu en dan een reisje in het binnen- of buitenland. Anderzijds is dat sport. Ik ben geen fervent sportman, en ik ben al helemaal geen topatleet, maar de jongste jaren ben ik beginnen golfen. Veel kost dat niet als beginner, maar ik probeer wel goed materiaal te hebben.”

“De overige veertig procent van mijn inkomen gaat naar het leven zelf. Dat zijn de uitgaven waarvan je niet eens merkt dat je ze doet. Dan heb ik het over eten en drinken, de basisbehoeften. Verder heb ik ook een eigen huis waarvoor ik elke maand een vast bedrag aflos en een appartement aan zee waarvoor ik een lening heb lopen.”

De kleine aankopen

“Als zanger moet je ook op je voorkomen letten. Ik ben geen klerenfreak maar ik zorg ervoor dat ik me naar behoren kleed. Ik zou mijn klederdracht eerder beschrijven als somber. Erg modieus ben ik niet, en ik hou al helemaal niet van opzichtige kledij.”

“Verder ga ik ook graag uit eten. Lekker eten hoort bij mijn kleine zonden, maar lekker hoeft niet duur te zijn. In grootse sterrenrestaurants zal je me niet snel vinden.”

Tekst: Annabell Van den Berghe