Burn-out: herken tijdig de tekenen aan de wand

Op 1 september 2014 is de nieuwe wetgeving rond psychosociale risico’s van kracht gegaan. Deze nieuwe tekst kent een fundamenteel belang toe aan de preventie van alle psychosociale risico’s. Dit houdt dus ook in dat de risico’s die kunnen leiden tot een burn-out aangepakt moeten worden.

Het verschil met de vroegere wetgeving is niet gering. In de vroegere wetgeving sprak men hoofdzakelijk over geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag. De huidige wetgeving breidt de focus uit naar ‘psychosociale risico’s’, dus ook deze die niet noodzakelijk met pesterijen, geweld of ongewenst seksueel gedrag te maken hebben. Deze stap vooruit was nodig. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zullen problemen met betrekking tot de geestelijke gezondheid in 2020 immers de tweede grootste reden voor afwezigheid op het werk zijn. 

Als we naar België alleen kijken, zien we op basis van gegevens van het RIZIV dat psychische problemen al de belangrijkste oorzaak van invaliditeit zijn. Meer dan één derde van alle Belgische arbeidsongeschiktheidsgevallen hebben psychische oorzaken. Het verschijnsel van de burn-out, en de noodzaak te waken over de preventie ervan, komen eveneens aan bod in het K.B van 28 april 2014. Reden genoeg om deze aandoening vanuit verschillende invalshoeken nader te belichten. 

We spraken met Coralie Carton, preventieadviseur psychosociale aspecten bij SPMT-ARISTA, over de symptomen van burn-out. Hoe beter geïnformeerd we zijn over de symptomen, hoe sneller zowel werkgever als werknemer aan de alarmbel zullen trekken.

Mevrouw Carton, hoe zou u het fenomeen ‘burn-out’ omschrijven?

“De burn-out is een bijzondere vorm van professionele uitputting. Zij is het gevolg van spanningen die te lang ondervonden worden en waarbij de persoon in kwestie de grenzen van zijn weerstand heeft bereikt. Om het figuurlijk te zeggen, de batterijen zijn plat. De fysieke of psychische middelen om de batterijen herop te laden functioneren niet of onvoldoende. Men vergelijkt een burn-out-patiënt vaak met een kaars die uitdooft.”

Welke zijn duidelijke ‘tekenen aan de wand’?

“Het sleutelwoord is hier een ‘verandering in het gedrag’ van de betrokken werknemer. De betrokkene is, op verschillende vlakken, uitgeput. Deze uitputting heeft zich gradueel opgebouwd. Op fysiek vlak doen er zich beetje bij beetje verschijnselen van uitputting voor. De betrokkene verliest zijn werklust, slaapt minder goed, misschien doen er zich opvallende schommelingen in het lichaamsgewicht voor …  De betrokkene zal soms ook rugklachten, hoofdpijnen of ontlastingsproblemen ontwikkelen, of meer in het algemeen kan het immuunsysteem aangetast worden.”

“Ook op emotioneel vlak zijn er symptomen: de werknemer voelt zich meer en meer gedemotiveerd, gefrustreerd, verliest zijn zelfwaardering, voelt zich ontmoedigd of bezorgd. Misschien wordt hij ook prikkelbaarder, sneller geïrriteerd. Er kunnen zich huilbuien of plotse woedeaanvallen voordoen. Al deze tekenen kunnen wijzen op een emotionele ontregeling.”

“De uitputting kan ook zijn weerslag op de verstandelijke vermogens hebben.  De betrokkene ondervindt dan bijvoorbeeld concentratieproblemen of een verslechtering van de geheugenfuncties. Hij kan moeilijker hoofd- van bijzaak onderscheiden, vindt het moeilijk zijn werk te organiseren. Om kort te gaan: het rendement en de efficiëntie nemen af.”

“Ook kunnen er zich problemen voordoen in de omgang met anderen: het empathisch vermogen kan verminderen, de werknemer blijft op een cynische manier afstandelijk in situaties, er zijn tekenen van agressie … Deze omgangsproblemen kunnen op hun beurt weer leiden tot een sociaal isolement. In zo’n gevallen komt ook het misbruik van verdovende middelen niet zelden voor.”

Treden al deze symptomen tegelijkertijd op?

"Nee. Het proces dat leidt tot een burn-out is in essentie ‘evolutief’ en kent verschillende fases, die zelfs verscheidene jaren kunnen bestrijken. De eerste fase is die van het idealistisch enthousiasme, waar de betrokkene over een zeer hoog niveau van energie beschikt. Hij is dan vervuld van ambitie, idealen en hoogstaande doeleinden.”

“Gedurende de tweede fase wordt de betrokkene zich gewaar dat, ondanks zijn constante inspanningen, de resultaten niet de eigen hoge verwachtingen inlossen. Vervolgens gaat hij zich met verdubbelde inspanning weer op de ambitie storten, en de eerste tekenen van chronische uitputting beginnen waarneembaar te worden. De betrokkene zal er meer en meer vermoeid en teleurgesteld gaan uitzien. Hij gaat inzien dat het op die manier niet vol te houden is en hij heeft het gevoel dat hij het werk niet meer aankan.”

“Dan volgen de demoralisering, de apathie… Men is op het einde van zijn Latijn. De betrokkene verliest elke interesse in zijn werk en in zijn naasten, is gedemotiveerd, ontmoedigd en voelt zich vervreemd van zijn werk. Alle reserves zijn opgebruikt. Dit is het laatste stadium van de burn-out."

Welke personen zijn extra kwetsbaar?

"In tegenstelling tot wat men vaak denkt, gaat het vaak om ‘harde werkers’. Perfectionisten zijn de beste kandidaten voor burn-out. Er bestaat een overmatige spanning tussen het ideaal dat zij nastreven enerzijds en de beperkingen die men tegenkomt bij de uitvoering ervan anderzijds.”

“Andere bevorderende factoren zijn ambitie, een verlangen naar erkenning, gebrek aan zelfvertrouwen en zelfwaardering.”

Tot wie kan een werknemer zich wenden wanneer de symptomen zich voordoen?

"De eerste reflex van de betrokkene moet een bezoek aan zijn behandelend arts zijn. Normaal gezien kent de behandelende arts zijn patiënt het beste, kan hij de tekenen van professionele uitputting ook het eerst opmerken en staat hij hem bij in zijn genezingsproces. Hij kan zijn patiënt ook doorverwijzen naar een therapeut of een psychiater.”

“Gelijklopend hiermee, kunnen de preventieadviseurs-arbeidsgeneesheren of de preventieadviseurs psychosociale aspecten, dankzij hun expertise in de werkcontext en hun kennis van bedrijven, belangrijke gesprekspartners zijn. Zij kunnen op verschillende vlakken een rol spelen: denk aan het bewustmaken van werknemers en werkgevers rond het fenomeen van de burn-out, het opsporen van tekenen van burn-out bij de werknemers en de aanwezige psychosociale risico’s in de werksituatie en omgeving, maar ook het begeleiden van de werknemer die moeilijkheden ervaart en hem doorverwijzen naar de juiste instanties.  Zij kunnen ook een belangrijke rol spelen in het reïntegratieproces, bijvoorbeeld door het advies te geven over te gaan tot deeltijdse werkhervatting, of door voorstellen tot aanpassing van de werkdruk te formuleren.”

In samenwerking met SPMT-ARISTA