Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

2 kinderen, waarvan één via in-vitrofertilisatie

Voor ongewenst kinderloze koppels is het verhaal van Jo Van Bever en Katrien Ponnet  hopelijk een opsteker. Katrien was al dertig toen ze voor het eerst aan kinderen dacht.

“Ik studeerde tot mijn 25 voor landbouwingenieur en voelde me nog niet rijp voor het moederschap.” Via haar gynaecologe ontdekte ze dat ze aan endometriose leed, een woekering van baarmoederslijmvlies buiten de baarmoeder dat leidt tot verminderde vruchtbaarheid en cystevorming. Katrien: “Op weg naar het werk sprong zo’n cyste open en werd ik in allerlijl opgenomen in het ziekenhuis.”

De kans om op een natuurlijke manier zwanger te worden, bleek één op de duizend, dus gingen Jo en zijn vrouw voor plan B: kunstmatige inseminatie (KI). “We wisten dat KI weinig zoden aan de dijk zou brengen”, vertelt Katrien,  “maar in-vitrofertilisatie werd pas terugbetaald als je eerst zes KI-behandelingen doorspartelt. Na zes KI- en drie ivf-behandelingen kwam de verlossing in de gedaante van dochter Minne. Ik was toen 35.”

Heel veel vrouwen belanden tijdens fertiliteitsbehandelingen in een rollercoaster van angst, onzekerheid, machteloosheid en zelfs schaamte, waarbij hun zelfbeeld niet zelden een flinke knauw krijgt en ze zich sociaal isoleren. Katrien herkent zich hier absoluut niet in: “Ik ben het toppunt van rationaliteit. Mijn kinderwens heeft nooit een obsessief karakter gekregen. Ik werkte in die periode als consultant, en praatte er open en bloot over het op mijn werk. ‘Hoe kan je daar zo laconiek mee omgaan’, kreeg ik vaak als reactie.

De moeilijkste momenten beleefde ik na de terugplaatsing van het embryo, omdat je dan in de onzekerheid leeft of het al dan niet zal lukken. Maar ik heb nooit op een roze wolk gezeten, ben eerder het type dat mensen snel van hun roze wolk afhaalt. Ik zie ook weinig voordelen in het doodzwijgen van je probleem. Ik had geen zin om smoezen te verzinnen op het werk. Ik gaf mezelf zelfs spuitjes op het werk.”

Veel vrouwen in fertiliteitsbehandeling getuigen ook dat hun loopbaan een periode stilstaat, ze durven geen carrièrestappen ondernemen. Niet zo bij Katrien: “Ik ben misschien nog meer beginnen werken, vaak tot 10 uur ‘s avonds. Ik ben nogal carrièregericht.

Jo knikt:  “Ik zag er veel meer van af dan haar. Ik begon weer te roken uit frustratie, heb me enkele keren een stuk in mijn voeten gedronken na alweer een mislukte poging.

Ik ben in die periode door een hel gegaan.” Hij werkt als stafmedewerker bij de Vlaamse Volksbeweging en als freelanceredacteur in het Brussels Parlement. “Bij mijn hoofdjob op de Vlaamse Volksbeweging ben ik er heel open over geweest. Ik kom vriendschappelijk overeen met mijn baas, dat helpt veel.”

Zoon op natuurlijke manier

Na de geboorte van Minne kregen Jo en Katrien twee jaar later een zoon. Geen ivf’je deze keer. Katrien: Onze dokter verzekerde ons dat we geen voorzorgen moesten nemen. We gingen op reis naar Sicilië, kort daarna was ik spontaan zwanger. Ik ken nog verhalen van vrouwen die jaren proberen om zwanger te geraken via fertiliteitsbehandelingen. Iemand die ik ken, ploeterde zo 11 jaar, koos uiteindelijk voor adoptie, en werd toen toch wel zwanger zeker? Ik ben ervan overtuigd dat het ook tussen de oren zit.”

Jo maakt een vergelijking met veldrijder… Sven Nys: “Hij probeerde jarenlang dwangmatig wereldkampioen te worden. Pas toen hij zijn obsessie losliet, won hij.”

Katrien (pikt in): “Ik weet dat ik me nu op glad ijs begeef, maar die hele sector rond fertiliteitstechnologie is ook een ‘commerce’. Ik heb misschien gemakkelijk spreken omdat ik zelf twee kinderen heb, maar hoe ver moeten we gaan in het ingrijpen in Moeder Natuur? Indien een koppel al jarenlang tevergeefs probeert en er onderdoor dreigt te gaan, moet die dokter dan op een bepaald moment niet stoppen met nieuwe behandelingen voor te stellen?”

Jo Van Bever besluit met wijze woorden: “Ik gun iedereen zijn plaatsje onder de zon, maar van één ding moeten we ons bewust zijn: geen enkel recht is absoluut, ook dat niet op eigen kinderen.”

Tekst: Sam De Kegel