Wanneer heb ik recht op tijdskrediet?

Ik weet dat tijdskrediet een systeem is waarbij ik tijdelijk mijn prestaties kan stopzetten of verminderen. Ik weet ook dat mijn arbeidsovereenkomst dan blijft lopen en ik een onderbrekingsuitkering kan ontvangen. Maar wanneer heb ik er recht op?

TOURNÉ_Ann.jpgHet antwoord van Ann Tourné, SD Worx

Tijdskrediet is een recht voor alle werknemers met uitzondering van de personeelscategorieën die worden uitgesloten bij sectorale CAO of bij ondernenemings-CAO, tenzij de sectorale CAO deze mogelijkheid uitsluit of beperkt. De toestemming van de werkgever is in de regel niet vereist, behalve in ondernemingen met minder dan elf werknemers.

Drie mogelijkheden

1. Tijdskrediet in strikte zin

Tijdskrediet in strikte zin is het recht van de werknemer om zijn prestaties ofwel volledig stop te zetten (voltijds tijdskrediet), ofwel te verminderen tot de helft (halftijds tijdskrediet).

Het tijdskrediet in strikte zin bedraagt in principe één jaar over de gehele loopbaan. Een sectorale C.A.O. of een ondernemings-cao kan de duur van dit recht uitbreiden tot maximum 5 jaar over de gehele loopbaan.

Het tijdskrediet in strikte zin dient steeds te worden opgenomen met minimumperiodes van 3 maanden.

Het recht op een voltijds tijdskrediet kan worden opgenomen ongeacht de arbeidsregeling (voltijds of deeltijds) waarin men tewerkgesteld is op het ogenblik van de schriftelijke aanvraag.

Bij het halftijds tijdskrediet dient de werknemer tijdens de 12 maanden die voorafgaan aan de schriftelijke aanvraag minstens 75 % van een voltijdse betrekking in de onderneming tewerkgesteld te zijn geweest. Om aan deze tewerkstellingsvoorwaarde te voldoen moeten er effectieve arbeidsprestaties worden geleverd. Vermits 1 dag niet presteren het vervullen van deze voorwaarde onmogelijk zou maken, worden bepaalde periodes van afwezigheid gelijkgesteld met tewerkstelling of geneutraliseerd. Dit laatste wil zeggen dat deze periodes, voor hun duur, de periode van 12 maanden schorsen en verlengen.

Als anciënniteitsvoorwaarde voor het voltijds en het halftijds tijdskrediet wordt gesteld dat de werknemer minstens gedurende 12 maanden, in een periode van 15 maanden voorafgaand aan de schriftelijke kennisgeving, verbonden is geweest met een arbeidsovereenkomst met de werkgever.

2. Loopbaanvermindering met 1/5

Loopbaanvermindering met 1/5 is het recht van de werknemer, die gewoonlijk tewerkgesteld is in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer per week om zijn prestaties te verminderen met één dag of twee halve dagen per week. De werknemer en werkgever maken hiervoor een schriftelijke overeenkomst op waarbij de arbeidsregeling en het uurrooster worden vastgesteld.

Zowel op sectorniveau als op ondernemingsniveau kan over een periode van maximaal 12 maanden een andere gelijkwaardige uitoefeningswijze worden vastgelegd, dan die ten belope van 1 dag per week of twee halve dagen per week.Voor werknemers die gewoonlijk tewerkgesteld zijn in ploegen of cycli in een arbeidsregeling gespreid over 5 dagen of meer, organiseert het paritair comité of de onderneming de uitoefening van het recht in een CAO. 

De loopbaanvermindering met 1/5 bedraagt maximaal vijf jaar over de gehele loopbaan. Dit is een afzonderlijk krediet bovenop het één jaar (of vijf jaar) tijdskrediet, voltijds of halftijds, in strikte zin.

De loopbaanvermindering met 1/5 dient steeds te worden opgenomen met minimumperiodes van 6 maanden.

De werknemer die een loopbaanvermindering met 1/5 wenst, dient tewerkgesteld te zijn in een voltijdse (100%) arbeidsregeling gedurende de 12 maanden voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag. In dit kader worden bepaalde periodes van afwezigheid gelijkgesteld met tewerkstelling of geneutraliseerd. Dit laatste wil zeggen dat deze periodes de periode van 12 maanden, voor hun duur, schorsen en verlengen.

De werknemer dient met de werkgever verbonden te zijn geweest door een arbeidsovereenkomst gedurende vijf jaar, voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag.

3. Bijzondere loopbaanvermindering vanaf 50 jaar

Een oudere werknemer kan vanaf de leeftijd van 50 jaar aanspraak maken op een bijzonder recht op loopbaanvermindering. In dit kader kan de betrokken werknemer aanspraak maken op twee mogelijke formules:

- de vermindering van de arbeidsprestaties tot de helft
- de vermindering van de prestaties met 1/5

Dit bijzonder recht voor oudere werknemers sluit de uitoefening van het recht op tijdskrediet in strikte zin of het recht op loopbaanvermindering met 1/5 niet uit.

In het kader van het bijzonder recht op loopbaanvermindering vanaf 50 jaar is geen maximumduur van toepassing. Een werknemer vanaf de leeftijd van 50 jaar kan dan ook tot aan zijn pensioenleeftijd de prestaties verminderen.

De loopbaanvermindering met 1/5 dient steeds te worden opgenomen met minimumperiodes van 6 maanden, terwijl de vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking steeds dient te worden opgenomen met minimumperiodes van 3 maanden.

Bij vermindering van de arbeidsprestaties met 1/5 vanaf 50 jaar dient de werknemer gedurende de 12 maanden voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag:

- ofwel voltijds tewerkgesteld te zijn;
- ofwel reeds 4/5de van een voltijdse betrekking werkzaam te zijn in het kader van:

  • de loopbaanvermindering met 1/5 (zie boven), ofwel
  • de “oude” loopbaanonderbreking met 1/5 op basis van de Herstelwet van 22 januari 1985 op voorwaarde dat de laatste aanvraag tot onderbrekingsuitkeringen van de RVA ingediend werd voor een minimumduur van één jaar.

Bij vermindering van de arbeidsprestaties tot 1/2 vanaf 50 jaar dient de werknemer gedurende de 12 maanden voorafgaand aan de schriftelijke aanvraag:

- ofwel minstens 3/4 (75 %) van een voltijdse betrekking in de onderneming tewerkgesteld te zijn;
- ofwel 1/2 (50 %) van een voltijdse betrekking in de onderneming tewerkgesteld te zijn, in het kader van: de “oude” loopbaanonderbreking op basis van de Herstelwet van 22 januari 1985.

Om aan deze tewerkstellingsvoorwaarde te voldoen moeten er effectieve arbeidsprestaties worden geleverd. Vermits 1 dag niet presteren het vervullen van deze voorwaarde onmogelijk zou maken, worden bepaalde periodes van afwezigheid gelijkgesteld met tewerkstelling of geneutraliseerd. Dit laatste wil zeggen dat deze periodes de periode van 12 maanden voor hun duur schorsen en verlengen. 

M.b.t. de uitoefening van dit bijzonder recht gelden deze anciënniteitsvoorwaarden:

- Ondernemingsanciënniteit: de werknemer moet gedurende 3 jaar voor de aanvraag door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn met de werkgever. In onderling akkoord kunnen de werkgever en de werknemer die termijn verder inkorten tot minimum 2 jaar voor werknemers die vanaf hun 50 jaar worden aangeworven en tot minimum 1 jaar voor werknemers die vanaf hun 55 jaar worden aangeworven.
- Anciënniteit als werknemer: de werknemer moet een anciënniteit van 20 jaar als werknemer hebben, op het ogenblik van de schriftelijke aanvraag.

 

Beperking rechten

Om te vermijden dat te veel werknemers tegelijkertijd afwezig zouden zijn in het kader van het tijdskrediet, beschikt de werkgever wel over enkele beperkingsmechanismen:

- de werkgever heeft het recht om uitstel in te roepen:
  * algemeen uitstel: voor maximum 6 maanden omwille van ernstige interne of externe redenen (vb. organisatorische behoeften);
  * bijzonder uitstel: voor 55 plussers die 1/5 vermindering nemen: Indien de werknemer een sleutelfunctie uitoefent, kan de werkgever de uitoefening van het recht op 1/5     vermindering met maximaal 12 maanden uitstellen. (let wel: geen cumul tussen algemeen en bijzonder uitstel mogelijk)
- de werkgever kan de loopbaanvermindering tijdelijk intrekken of wijzigen om welbepaalde redenen;
- de werkgever kan zich beroepen op de drempel van 5%. Indien meer dan 5 % van het totale aantal van de werknemers in een onderneming of dienst tegelijkertijd afwezig (zullen) zijn ingevolge tijdskrediet in ruime zin of loopbaanonderbreking op basis van de oude reglementering, dan zal een nieuwe aanvrager zijn recht niet onmiddellijk kunnen uitoefenen en moeten wachten tot hij aan de beurt is op basis van het voorkeur- en planningsmechanisme. Let wel: Werknemers van 55 jaar of ouder die het recht op 1/5 vermindering uitoefenen, worden sinds 1 juni 2007 geneutraliseerd uit de drempel.

Waarborgen werknemer

De werknemer beschikt op zijn beurt eveneens over enkele waarborgen. Zo geniet hij enerzijds van een ontslagbescherming en anderzijds van een terugkeergarantie naar de oude of een vergelijkbare/gelijkwaardige functie.

In samenwerking met SD Worx

sdworx.gif
sluiten valentijn