Voor wie geldt een aanvullend pensioen?
De W.A.P. wil de uitbouw van aanvullende pensioenen een flinke duw in de rug geven door vooral de uitbouw van sector- en ondernemingspensioen te stimuleren.
Sectoren en werkgevers zijn echter niet verplicht om een aanvullend pensioen voor hun werknemers te organiseren.
Neemt de sector of de werkgever het initiatief om een aanvullend pensioen in te richten, dan is de sector of de werkgever niet verplicht om dit aanvullend pensioen voor alle werknemers open te stellen.
Wat kan en wat kan niet?
1. Leeftijd
Werknemers moeten onmiddellijk en verplicht aangesloten worden vanaf 25 jaar. Dit betekent dat de inrichter (bedrijfstak of werkgever) van een aanvullend pensioenstelsel nog altijd een lagere aansluitingsleeftijd mag bepalen, maar geen hogere.
Voor uitzendkrachten, studenten en werknemers jonger dan 25 jaar moet de bedrijfstak of de werkgever dus niet verplicht een aanvullend pensioen organiseren.
2. Geen discriminatie
De bedrijfstak of werkgever die een aanvullend pensioen invoert, mag niet discrimineren tussen werknemers.
Wat mag niet ?
- Pensioentoezeggingen mogen niet discrimineren tussen mannen en vrouwen.
- Een pensioentoezegging afhankelijk maken van een bijkomende beslissing van de werkgever kan niet. Zo is het verboden de pensioentoezegging te onderwerpen aan het resultaat van een medisch onderzoek. In geen geval mag men aan de betrokken werknemer een hogere bijdrage vragen. De werkgever moet dus zelf de eventuele bijpremie dragen. Indien hij dat niet wenst te doen kan het plan niet worden ingevoerd.
- Een premiedifferentiatie in functie van de leeftijd mag evenmin.
De verplichte aansluitingsleeftijd vanaf 25 jaar is toegelaten. Ook het voorzien van een theoretische eindleeftijd is mogelijk, voor zover het gaat over de leeftijd vanaf wanneer men zijn wettelijk pensioen kan uitgekeerd krijgen, vanaf 65 jaar dus.
Wat mag wel !
Op basis van het zgn. geoorloofd onderscheid mag de inrichter wel tussen werknemers een onderscheid maken. Hierdoor moet hij dan voor bepaalde werknemers geen aanvullend pensioen organiseren.
Het maken van volgend onderscheid is toegelaten :
- onderscheid tussen arbeiders, bedienden, kaderleden, leidinggevenden en jongeren,
- onderscheid op grond van anciënniteit, voor zover deze anciënniteitsvoorwaarde niet de verplichte aansluiting op 25 jaar omzeilt.
- …
3. Werknemers al in dienst
Werknemers die al in dienst zijn op het ogenblik waarop het aanvullend pensioen wordt ingevoerd, kunnen niet verplicht worden om tot het aanvullend pensioen aan te sluiten. Zij kunnen weigeren deel te nemen.
Maar voor de sectorpensioenen ziet dat er wat anders uit. Zo een sectorpensioen kan enkel en alleen via een cao ingevoerd worden, en cao’s zijn van toepassing op alle werknemers. Dus tegen een cao kan een werknemer niet 'nee' zeggen. Tenzij de cao dat natuurlijk wél zelf voorziet.
Terug naar het dossier 'aanvullend pensioen'.
I.s.m. SD Worx
