Op sollicitatiegesprek: kijk je in de ogen van je gesprekspartner of niet?

Kijk je gesprekspartner aan. Dat betekent niet dat je naar de andere moet zitten staren want dat kan een gevoel van onbehagen veroorzaken. Als je voortdurend wegkijkt gaat het ook weer mis.

Dat kan een teken zijn van onzekerheid of van het feit dat je iets te verbergen hebt of zelfs aan het liegen bent.

De kunst is dus om flexibel in te spelen op de situatie. Probeer ongeveer evenveel oogcontact te maken als je gesprekspartner.

Wat met verschillende gesprekspartners?

Zijn er verschillende interviewers aanwezig, dan doe je er goed aan om iedereen ongeveer even lang aan te kijken. Je begint met de persoon die de vraag stelt en vervolgens kijk je iedereen even aan.

Wacht natuurlijk met wegkijken tot de vraag effectief gesteld is. Als je na 2 woorden al begint rond te kijken lijkt het alsof je niet meer luistert en alsof het je allemaal maar weinig interesseert. Loopt je antwoord ten einde, dan kijk je opnieuw naar de vraagsteller.

Ritme brengen in je woorden

Oogcontact is vaak ook een manier om ritme te brengen in je woorden. Aankijken of wegkijken kunnen dienen als klemtoon op bepaalde woorden of geven rustpunten aan in je betoog.

Door te kijken naar de ander wissel je indrukken uit. Het is dus belangrijk om af en toe eens te knikken als de ander iets zegt. Wanneer je je hoofd schuin houdt, geef je aan dat je aandachtig luistert en geboeid bent.