De maandag van Pierre Hermant, directeur-generaal van het autosalon

Het autosalon hield maandag zijn tweede nocturne. De deuren gingen pas dicht om 22 uur. Dat betekende een extra lange werkdag voor Pierre Hermant, directeur-generaal van het Salon.

5u30. Ik sta op. Op hetzelfde uur als altijd. Wanneer ik thuis in Nijvel ben, spring ik meteen in de auto en ga een uur sporten in Woluwe. Zo ben ik de spits voor.  Maar tijdens het autosalon slaap ik hier, in Hal 5, vlak naast mijn bureau.

6u00. Na douche en ontbijt, begin ik aan een rondje adminstratief werk. E-mails checken en vragen beantwoorden. Morgen hebben we de ambassadeur van de VS op bezoek. Dat betekent een pak vragen over protocol en veiligheid. Wie komt langs welke deur? Dat is de vraag.

8u00. Ik neem mijn Segway en doe de ronde op het salon. Voor de deuren opengaan wil ik zeker zijn of de loper nergens is verschoven, en of de gangen en stands er proper bijliggen.

9u10. We gaan pas om 10 uur open, maar je kunt er donder op zeggen dat er al vanaf 9 uur mensen aan de deur staan. Ik begeef me naar de hoofdingang om te kijken hoe het staat met de toeloop. Tussen de ingang van het gebouw en die van het salon hebben we een buffer, de passarelle. Die gaat meestal een halfuur vroeger open. Afhankelijk van het aantal bezoekers dat zich in het sas bevindt, beslis ik of de deuren vroeger open moeten.

9u45. Er zijn al te veel mensen in de passarelle. Ik geef het sein dat de salondeuren open mogen. De eerste golf bezoekers rolt binnen.

10u15. Ik heb een vergadering met de mensen van de veiligheidsdienst. We hebben de komende dagen heel wat hoge persoonlijkheden die langskomen.

12u00. Ik lunch bij automerk Hyundai, samen met de gedelegeerd bestuurder van het bedrijf, de pr-man en drie journalisten. Daarna zie ik een van onze sponsors.

15u15. De mensen van het autosalon van Parijs zijn op bezoek. Ze zijn erg geïnteresseerd in onze e-card, een kaart met een RFID-chip waarmee de bezoekers op elke stand informatie kunnen verzamelen. Thuis kunnen ze een samenvatting van hun bezoek op hun computer opslaan. Dat spaart tijd en vooral een pak papier. Na mijn presentatie krijg ik een uitnodiging om het systeem voor te stellen in Genève, op de jaarlijkse vergadering van autosalonorganisatoren.

17u30. Onze jaarlijkse cocktail gaat van start. Melchior Wathelet, staatsecretaris voor milieu en energie, is een van de sprekers. Hij laat weten dat hij 20 minuten later komt, omdat hij vastzit in een file. Ik begin als eerste spreker, daarna is de staatssecretaris aan de beurt.

19u00. Ik rep mij naar paleis 12, waar ik de mensen van de Cercle La Lorraine zal toespreken. Ik geef een algemene inleiding bij de opzet van het salon. Daarna is er een evenement dat kan rekenen op de buitengewone keuken van Yves Mattagne.

20u30. Helaas heb ik geen tijd om te eten. Meestal eet ik sushi, omdat dat het snelst gaat. De mensen van de veiligheidsdienst bellen mij om te zeggen dat het op bepaalde punten te druk wordt. Ik ga kijken wat er aan de hand is. Blijkt dat er een opstopping is tussen twee paleizen waar een evenement bezig is.

21u00. Ik bel met mijn advocaat. Er zijn de voorbije dagen flyers verdeeld zonder onze toestemming. We bekijken hoe we daarop kunnen reageren.

21u30. Er komen drie vrienden van de Vlercik Alumni langs. Ik pauzeer even bij een coupe champagne. Over een half uur gaan we sluiten, maar het is nog veel te druk.

22u15. We nemen Joost Kaesemans te grazen. De communicatieman van Febiac poseert bij Harley en we zetten hem een pruik op. Ik ga kijken hoe de uittocht verloopt.

22u45. De laatste bezoeker heeft de Heyzel verlaten. De deuren gaan dicht. Ik ga naar mijn bureau en begin te mailen.

1u30. Ik zoek mijn bed op. Al sinds 22 december slaap ik hier, pas op 29 januari keer ik weer naar huis.

Tekst: Wouter De Broeck