Weet jij wat je groepsverzekering waard is?

Werk je in de privé, dan is de kans groot dat je een groepsverzekering hebt. De kans dat je precies weet wat die verzekering inhoudt, is dan weer eerder klein. Een overzicht in 5 etappes.

Goed 60 procent van alle werknemers uit de privésector geniet vandaag al van een groepsverzekering. “Tegen eind dit jaar kan dat zelfs oplopen tot 75 procent”, verwacht Bart Vandermeiren, adviseur groepsverzekeringen bij de beroepsvereniging Assuralia. “Dat heeft alles te maken met de concrete plannen die in een aantal grote sectoren op tafel liggen om ook een dergelijk aanvullend pensioenplan in te voeren.”

1. Wat is een groepsverzekering?

Het was gewezen sp.a-minister Frank Vandenbroucke die in 2003 het wetgevend kader creëerde waardoor een aantal belangrijke sectoren over de streep werden getrokken. Vanuit de bekommernis dat het wettelijk pensioen op termijn stevig in de verdrukking zou kunnen komen. De groepsverzekeringen worden dan ook niet voor niets de tweede pensioenpijler genoemd, als aanvulling op het officiële pensioen (eerste pijler) en eventueel ook het individuele pensioensparen (derde pijler).

De groepsverzekering is dus een aanvullend pensioenplan, waarvoor zowel de werkgever als de werknemer kunnen bijdragen. Die bijdragen verschillen van bedrijf tot bedrijf. Op het moment dat een groepsverzekering wordt ingevoerd, kan een werknemer eventueel ook besluiten dat de maandelijkse bijdrage voor hem te hoog ligt. In dat geval heeft hij meestal ook het recht niet aan te sluiten bij de nieuwe verzekering. Dat kan niet wanneer je als nieuwe werknemer aan de slag gaat bij een bedrijf dat al langer een groepsverzekering aanbiedt.

“Doorgaans liggen de werkgeversbijdragen wel een stuk hoger dan de werknemersbijdragen”, preciseert Bart Vandermeiren. “Daarnaast zien we de laatste jaren ook almaar meer een trend waarbij enkel de werkgevers nog bijdragen aan de groepsverzekering.” De bijdragen voor een groepsverzekering zijn zowel voor de werkgever als voor de werknemer fiscaal aftrekbaar.

2. Voor wie?

Elke werkgever kan zijn werknemers een aanvullend pensioen via een groepsverzekering aanbieden. Die verzekeringen, en dus ook de gestorte bedragen, worden extern beheerd. Niet onbelangrijk, want zo blijven de opgespaarde bijdragen buiten schot bij een eventueel faillissement van de werkgever. In geen enkel bedrijf of sector is de groepsverzekering verplicht: het blijft in alle omstandigheden de keuze van de werkgever om de werknemers al dan niet een dergelijke verzekering aan te bieden. In praktijk wordt dit meestal wel op sectorniveau vastgelegd.

Het blijft ook de exclusieve bevoegdheid van de werkgever om de grootte van de maandelijks gestorte bedragen te bepalen. “Vaak stellen we vast dat die bij de opstart van de groepsverzekering eerder laag liggen, om daarna geleidelijk te stijgen,” stelt Bart Vandermeiren. “Jaarlijks ontvang je als werknemer ook een fiche met een exact overzicht van het tot dan toe gespaarde bedrag. Daarbij zie je ook wat dit je, tegen hetzelfde spaarritme, aan het einde van de rit zou moeten opleveren.”

3. Hoeveel brengt een groepsverzekering op?

Hoeveel een groepsverzekering je precies oplevert op het moment dat je van je welverdiende oude dag mag genieten, hangt uiteraard af van de bedragen die jij en je werkgevers opzij legden. Toch wijst de praktijk uit dat deze tweede pijler een aardig extra appeltje voor de dorst kan opleveren, dat niet zelden groter is dan wat je via individueel pensioensparen kan vergaren.

Het bedrag dat je maandelijks ontvangt eens je gepensioneerd bent (wettelijk + aanvullend pensioen), mag maximaal 80 procent van het laatste loon bedragen. De rest gaat naar de fiscus. Naarmate men later met pensioen gaat, zal ook het bedrag dat naar de fiscus wegvloeit, lichtjes afnemen.

Het gespaarde bedrag kan, op het moment van pensionering, zowel in de vorm van een eenmalig kapitaal als via maandelijkse renten worden uitgekeerd. In praktijk kiezen de meeste werknemers voor de eerste optie.

4. Wanneer kan ik de gestorte bijdragen opnemen?

De minimum leeftijdsgrens ligt vandaag op zestig jaar. Vroeger is enkel mogelijk in heel uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer je het al gestorte kapitaal of een deel daarvan wil gebruiken om een onroerend goed te financieren.

5. Wat bij ontslag of een nieuwe job?

Als werknemer moet je sowieso altijd geïnformeerd worden over het exacte bedrag dat je tot dan toe gespaard hebt. Op dat moment zijn er verschillende opties:

  • Je kan het gestorte bedrag gewoon laten staan waar het staat, maar in dat geval worden er uiteraard geen nieuwe stortingen meer gedaan.
  • Een tweede optie is een transfer naar een zogenaamde onthaalstructuur, als die mogelijkheid voorzien werd door de werkgever. In die onthaalstructuur kan je bijvoorbeeld andere waarborgen verzekeren met het gespaarde bedrag, bijvoorbeeld een overlijdensdekking als die al niet voorzien was. Hierdoor zal het uiteindelijke pensioenbedrag uiteraard iets lager liggen.
  • Een derde optie is het overbrengen van de al opgespaarde reserves naar de pensioeninstelling van de nieuwe werkgever. Dit is natuurlijk alleen maar mogelijk als die werkgever zelf ook een groepsverzekering aanbiedt. Als je nieuwe werkgever dit niet doet, kan je als individuele werknemer eventueel zelf bijdragen blijven storten voor je groepsverzekering. Dit is de zogenaamde individuele voortzetting. In dit geval kan je aan je nieuwe werkgever vragen om maandelijks een bepaald bedrag van je loon af te houden, en dit op je groepsverzekering laten storten.