Foutmelding

  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.
  • There are no workflow states available. Please notify your site administrator.

Waarom jij minder/meer verdient dan je collega

Een speler van Westerlo verdiende in 2009 42.000 euro netto. Lionel Messi van Barcelona rondde vorig jaar af met 14.705.882 euro. Twee profvoetballers met een hemelsbreed verschil in hun portemonnee. Waarom verdient de een zoveel meer dan de ander?

We klopten aan bij Antoon Vandevelde, een professor van de K.U.Leuven die zijn hele leven balanceerde op het raakvlak tussen economie en filosofie. Hij was jaren actief in het Centrum voor Economie en Ethiek en is nu decaan van het prestigieuze Hoger Instituut voor Wijsbegeerte.

Waarom wordt het ene talent buitensporig betaald en het andere niet?

“Die praktijk begon in de showbusiness en in de sportwereld. Daar kan één persoon beslissen over winst of verlies. Iedereen komt naar een voetbalploeg kijken omdat er een topspeler in meedraait. Kijk ook naar de politiek. Bart De Wever maakt voor de N.VA het verschil tussen 8 of 15 procent stemmen. Steve Stevaert zorgde ervoor dat sp.a geen 15 maar 23 procent haalde.”

Er is dus een maatschappelijk draagvlak voor gigantische loonverschillen?

“De Amerikaanse econoom Robert Frank (Cornell University) legt dat mooi uit in zijn boek ‘The Winner-Take-All Society’. Zo’n grootverdiener beschikt over een sterke marktkracht. Een voorbeeld: in de autowereld zijn er enkele ontwerpers die in hun vingers hebben wat de klanten momenteel willen. Hun namen komen weinig in de krant, maar hun ontwerpen zijn doorslaggevend. Als een automodel 10 procent minder verkoopt, kan zich dat vertalen in de sluiting van een fabriek. Dus die ene fantastische ontwerper bezit een geweldige marktkracht.”

Zijn die loonverschillen wel ethisch?

“Daar zit iets onrechtvaardigs in omdat die ster meestal niet zoveel beter is. Hij is ietsje beter, maar dat maakt een enorm verschil. Een toprenner rijdt niet zoveel harder, maar genoeg om als eerste over de eindstreep te bollen. De bedrijfswereld heeft die logica overgenomen: een topmanager verdient direct veel meer dan een gewone manager. Persoonlijk vind ik dat je de markt moet laten spelen, maar corrigeer die toplonen met belastingen. Wel is het afromen van zo’n topverdiener in een geglobaliseerde wereld niet eenvoudig. Ze kunnen in een ander land uitbetaald worden.”

Volgens economen bestaat in ons land te weinig spanning tussen de hoge en lagere salarissen? Een directeur verdient hier 'maar' 5 tot 10x meer dan een gewone arbeider.

“Meer loonspanning maakt onze economie niet efficiënter. Dat zou betekenen dat mensen gemotiveerd worden door meer geld. Alle onderzoek wijst in de omgekeerde richting: met geld kan je slechts even motiveren. Want iemand die louter voor geld werkt, heeft altijd meer nodig. Een goede manager zorgt ervoor dat zijn medewerkers intrinsiek gemotiveerd zijn. De manager zelf moet ook uit zichzelf gedreven zijn. Anders krijgt hij nooit de nodige creativiteit en loyaliteit bij zijn mensen. Een baas krijgt wat hij geeft. Een organisatie die mensen met geld aantrekt, krijgt gegarandeerd de verkeerde medewerkers binnen. Omgekeerd ken ik de twee managers die al jaren met succes de beschutte werkplaats De Waak in Kuurne met 1.300 gehandicapten besturen. Zij moeten verschrikkelijk goed zijn, want het is een moeilijke sector. Toch verdienen zij peanuts in vergelijking met de 1,08 miljoen euro (plus 6 miljoen bonussen in 2009) voor Carlos Brito van AB InBev.

Jongeren die zich hard inzetten, vinden het onrechtvaardig dat ze minder verdienen dan hun oudere collega’s. Wat vind je van loonstijgingen op basis van anciënniteit?

“Dit is meer een psychologisch dan een ethisch probleem. Indien je mensen voor de keuze stelt ofwel drie maanden voor hetzelfde salaris te werken, ofwel voor een stijgend salaris, ofwel voor een dalend salaris, dan kiest iedereen steevast voor de tweede optie. Dat is een diepliggende voorkeur om vooruit te gaan in het leven. Mensen hebben een afkeer voor ‘verlies’. Daarom is een afnemend salaris op het einde van de carrière ook heel moeilijk te verteren. Maar de maatschappij verandert op dat vlak. Zo zijn de promoties aan de Leuvense universiteit nog zelden verbonden met de leeftijd. Geregeld worden er hoogleraren van 40 jaar benoemd, op basis van hun competentie en publicaties, dus hun verdienste. Dit is ethisch verdedigbaar.”

Lees het volledige artikel in Vacature Magazine.

Tekst: Erik Verreet - Foto: Michel Wiegandt

Reageer

Vind jij dat je genoeg verdient? Is er een te groot verschil tussen de grootste en de laagste lonen of juist niet? Kan je je vinden in de visie van Antoon Vandevelde?