Naar een loonstop voor topmanagers?

Nadat de publieke verontwaardiging de voorbije weken almaar sterker aanzwol, lijken nu ook de aandeelhouders van sommige beursgenoteerde bedrijven de exuberant hoge salarissen van hun ceo’s niet meer te pikken.

Maar hoe kijken jonge topmanagers in spe tegen dat loondebat aan? En in welke mate leidt al die verontwaardiging tot een echte trendbreuk?

Crisis zei je? De meeste topmanagers mogen er dagelijks de mond van vol hebben, hun bankrekening lijkt er toch niet meteen onder te lijden. Neem nu Martin Winterkorn, de ceo van Volkswagen. De man mocht vorig jaar 16,6 miljoen euro op zijn rekening bijschrijven, zomaar eventjes 43 procent meer dan zijn voorganger vijf jaar geleden verdiende. En de VW-topman was geen uitzondering bij onze Oosterburen: het gemiddelde jaarloon van een DAX-ceo (de DAX-30 zijn de 30 grootste beursgenoteerde Duitse bedrijven, nvdr) nam vorig jaar met 400.000 euro toe, tot 5 miljoen euro. Toch lijkt nu ook in Duitsland het besef te groeien dat het zo niet verder kan. Klaus-Peter Müller, de voorzitter van de raad van commissarissen van de Commerzbank, en voormalige chief financial officer van Daimler Manfred Gentz, schreef vorige maand een brief naar de top van de 30 Dax-bedrijven. Met als centrale boodschap: het is tijd om in te grijpen en zelf een einde te maken aan de ongebreidelde groei van topsalarissen.

Ook in ons land broeit er wat. Eind april keurden de aandeelhouders van Afga-Gevaert op de jaarlijkse algemene vergadering vlotjes alle agendapunten goed. Tot het voorstel op tafel kwam om de vergoedingsregels voor de toplui te wijzigen en meer dan een kwart van hun bezoldiging om te zetten in de vorm van een lucratieve cashbonus. De aandeelhouders gingen op de rem staan en het voorstel werd weggestemd. Een paar dagen eerder al hadden de aandeelhouders op de algemene vergadering van Citigroup het gewenste salaris van 11,4 miljoen euro van hun ceo naar de prullenbak verwezen en een paar dagen later wees een kwart van de aandeelhouders van Barclays de lonen van hun topmensen resoluut af. Dreigt er onder de aandeelhouders van grote beursgenoteerde bedrijven een opstand tegen de lonen van hun toplui? “De reactie van de aandeelhouders bij Agfa-Gevaert is een gevolg van de veel grotere transparantie die er nu over de vergoedingen van directieleden is”, zegt Philippe Lambrecht, secretaris-generaal van de werkgeversorganisatie VBO. “Ze bewijst dat de ‘corporate governance code’, de code voor deugdelijk bestuur die in 2010 ingevoerd werd, werkt: de aandeelhouders nemen hun verantwoordelijkheid en voeren het ethische debat over de correcte vergoeding voor hun topmanagers.” Essentieel binnen die code is de verplichting

voor beursgenoteerde bedrijven om een remuneratiecomité te installeren en een voor het publiek toegankelijk verslag op te stellen over de lonen, vertrekvergoedingen en aandelenopties van de ceo en zijn managementteam. Ceo Ignace Van Doorselaere van de lingeriegroep Van de Velde is een groot voorstander van het verplichte verloningscomité. “Het comité zorgt voor transparantie”, zegt hij. “Op elk niveau van onze onderneming willen we willekeur vermijden; dat geldt zeker voor het directiecomité. Beloningen of promoties voor directieleden worden door de raad van bestuur in de gaten gehouden via het remuneratiecomité. In theorie beslist de raad autonoom over de salarissen; in de praktijk volgt hij bijna altijd de aanbevelingen van het comité.”

Stilzwijgende afspraken

Professor Toon Vandevelde van het Leuvense Centrum voor Economie en Ethiek waarschuwt al jaren voor de kwalijke gevolgen van het opbod aan hallucinante salarissen onder topmanagers. Lang was hij een roepende in de woestijn, maar de recente publieke verontwaardiging over topsalarissen voor ceo’s geeft zijn kritiek nieuwe vleugels. “Een echte manager is iemand die zijn medewerkers intrinsiek kan motiveren en aanmoedigen”, zegt hij. “Hij slaagt erin zijn mensen het beste van zichzelf te laten geven omdat ze er met hart en ziel van overtuigd zijn voor een uitstekend bedrijf te werken. Wanneer die manager zelf alleen extrinsiek gemotiveerd is door zijn hoge beloning, komt hij niet echt geloofwaardig over. Een raad van bestuur die een ceo in dienst neemt die alleen maar door geld gedreven wordt, moet niet raar opkijken als blijkt dat alle andere medewerkers ook alleen maar oog voor hun loonzakje hebben. Te veel variabele beloningen mikken op de korte termijn, waardoor managers hun bedrijf op een verkeerde manier leiden en voor de snelle winst gaan. De verleiding wordt vaak te groot om de cijfers op te smukken; sommige managers stellen hun resultaten positiever voor dan ze in werkelijkheid zijn om toch maar die gegeerde bonus te kunnen opstrijken.”

Vandevelde heeft ook nogal wat bedenkingen bij de rol van de veelgeprezen remuneratiecomités. “Van externe bestuurders die gevraagd worden om tot zo’n comité toe te treden, wordt verwacht dat ze niet al te lastig zijn. Bij Dexia zaten een heleboel externe bestuurders: op geen enkel moment hebben zij de juiste kritische vragen gesteld. In het Engels bestaat daar een mooi begrip voor: ‘collusion’, ofwel ‘stilzwijgende afspraken onder vrienden’. Die ‘onafhankelijke bestuurders’ worden meestal uitgenodigd door de ceo. Ze zijn allang blij dat ze er mogen komen bijzitten. Wie toch zijn mond opendoet, weet dat hij geen tweede keer zal aanschuiven. De remuneratiecomités baden in het sfeertje van: ‘Ik vraag jou voor mijn comité als jij mij vraagt voor jouw comité.’”

Habbekrats

Zijn ceo’s van echte topbedrijven dan geen miljoen euro per jaar waard? Vandevelde: “De Amerikaanse econoom Robert Frank heeft daarover jaren geleden al het standaardwerk The Winner-Take-All Society geschreven. Fortuinen worden neergeteld voor die ene uitzonderlijke tv-presentator die zogezegd onmisbaar is voor de omroep, of die ene übergetalenteerde voetballer die een topploeg wel in haar rangen moét hebben. Vandaag is de logica van ‘the winner takes it all’ uitgebreid naar andere maatschappelijke domeinen. Alsof alleen superdure mensen een bedrijf kunnen runnen. In Kuurne staat de grootste beschutte werkplaats van België. Ze stelt 1600 gehandicapten tewerk en concurreert tegen het spotgoedkope werk uit gevangenissen, Oost-Europa of Azië. Toch slaagt ze erin om kwalitatief hoogstaand werk aan de beste bedrijven ter wereld te leveren. De managers die de werkplaats overeind houden, leveren een grotere prestatie dan Carlos Brito of Jean-Luc Dehaene. In vergelijking met die heren verdienen ze een habbekrats.”

Volgens professor Vandevelde zouden we de toplonen van ceo’s extra zwaar kunnen belasten, zodat ze op een aanvaardbaar niveau komen. “Vanaf een bepaalde grens wordt elke extra beloning totaal irrelevant. Bekaert bewijst dat het niet slim is om de grote baas gigantische bedragen te laten verdienen als zijn personeelsleden zwaar moeten inleveren of ontslagen worden. Bij veel mensen leeft nu het wrange gevoel dat onze samenleving gedomineerd wordt door poenpakkers. Dat beeld moet gecorrigeerd worden: mensen goed belonen is niet hetzelfde als ze waanzinnig belonen. De loonspanning in bedrijven als Bekaert is heel erg groot geworden. Is het verschil in prestaties tussen de ceo en een werknemer op de werkvloer ook zo groot geworden? Ik denk het niet: veel mensen nemen ’s avonds gratis werk naar huis en werken veel meer dan de 40 uur waarvoor ze betaald worden. Het is alleszins tijd dat er wordt ingegrepen. In de banksector is het sinds 2008 overduidelijk dat kortetermijnbonussen levensgevaarlijk zijn voor de economie en dat er dringend meer regulering moet komen.”

Looninflatie

Begin dit jaar voerde Xavier Baeten (UG) onderzoek naar de werking van remuneratiecomités bij 298 beursgenoteerde bedrijven in België, Nederland, Frankrijk en Duitsland. Hij kwam tot de verrassende conclusie dat de toplonen stegen in ondernemingen met een dergelijk comité. Zijn verklaring: de comités vergelijken de toplonen in hun bedrijf met die in hun sector wereldwijd. Soms liggen die lonen hoger , waar ze vervolgens rekening mee houden en zo de vergoedingen voor hun eigen ceo’s de hoogte instuwen. Hoe zinvol is een bij wet verplicht remuneratiecomité als daardoor de toplonen nog meer de pan uit swingen? “Looninflatie vind je bij alle beroepen”, reageert Philippe Lambrecht van het VBO. “Wie in een kmo werkt en 3000 euro per maand verdient, zal ook met zijn baas gaan onderhandelen als hij hoort dat een collega in een ander bedrijf voor hetzelfde werk 500 euro meer krijgt. De tien of twintig topmanagers in ons land met een inkomen boven het miljoen euro per jaar werken in een internationale omgeving waarin het loon veel hoger ligt. De verschillende remuneratiecomités brengen dat terecht in rekening bij het samenstellen van hun vergoedingspakketten. Het is dan ook belangrijk dat die comités bemand worden met mensen die niet alleen waarde hechten aan wat de aandeelhouders aanvaarbaar vinden, maar ook rekening houden met de ruimere context.”

Volgens Ignace Van Doorselaere weegt de mogelijke looninflatie bij ceo’s niet op tegen de voordelen van een transparant remuneratiecomité. “Ik vind het een zegen om in een bedrijf te werken waar kritisch gekeken wordt naar toplonen. Openheid zorgt onvermijdelijk voor een heel menselijke reactie: topmanagers die boven de norm betaald worden, zwijgen, en degenen die eronder zitten, steken hun vinger op. Het gevolg is dat de vergoeding voor de ‘minder betaalden’ wordt opgetrokken, waardoor het gemiddelde stijgt. De bedrijfscultuur bepaalt hoe daarmee wordt omgegaan. Geld is niet in elke onderneming alleenzaligmakend en voor veel mensen telt ook de sfeer en ambitie die in hun bedrijf heerst, het vertrouwen dat ze krijgen en de aandacht die er is voor de balans tussen werk en privé. Toch mag je de druk van beter betalende bedrijven niet onderschatten: headhunters bellen nu eenmaal goeie krachten op. Als die mensen dan het gevoel krijgen dat ze onder de marktprijs betaald worden, is de verleiding soms groot om weg te gaan. Een remuneratiecomité moet met die realiteit rekening houden, want goede mensen zijn schaars.”
Heeft ceo Van Doorselaere begrip voor de publieke verontwaardiging over sommige toplonen? “Ik begrijp dat, maar mensen snappen niet altijd het hele plaatje. Als een bedrijf niet competitief is omdat de kostenstructuur te hoog is, moet de ceo dat resoluut durven aanpakken. Soms gaat dat gepaard met ontslagen en is het alsof mensen gestraft worden die hard gewerkt hebben en niets verkeerd gedaan hebben. Het lijkt helemaal cynisch te worden als de ceo dan ook nog een bonus krijgt, terwijl dat alleen een beloning is omdat hij tijdig ingegrepen heeft en zo het bedrijf sterker heeft gemaakt.”

Loonstop

Christian Portmann (30), een Duitse sales- en marketingmanager die momenteel een voltijdse MBA-opleiding volgt bij Vlerick, ziet parallellen tussen het oplaaiende publieke debat in België en Duitsland. “Persoonlijk kan ik me volledig vinden in de publieke verontwaardiging rond exuberante toplonen die hier in België, maar net zo goed in Duitland, almaar vaker de kop opsteekt. In Duitsland bijvoorbeeld stegen de lonen van de ceo’s vorig jaar met gemiddeld 9 procent, terwijl de werkgelegenheid in heel wat grote bedrijven zwaar onder druk kwam te staan. De almaar groeiende kloof tussen de lonen van het topmanagement en de doorsnee werknemer valt gewoonweg niet meer te rechtvaardigen. Niet enkel politici en vakbonden, maar ook almaar meer Duitse bedrijfsbonzen pleiten hardop voor een loonstop op topniveau. Ik heb de indruk dat managers van mijn generatie met heel andere ogen naar deze problematiek kijken, al blijft het koffiedik kijken of die topmanagers in spe er ook nog zo over zullen denken eens ze zelf aan de knoppen zitten. Maar ik ben vrij optimistisch wat dat betreft: jonge mensen hebben vandaag ook meer oog voor de balans in hun leven, hun mentaliteit is veranderd. Als ik zelf moet kiezen, primeren de sfeer en zelfs de reputatie van het bedrijf ruimschoots op het financiële plaatje, en daarmee sta ik volgens mij niet alleen. Tegelijk moeten we ons niet overdreven veel illusies maken: het discours rond topsalarissen in de bedrijfswereld zal niet fundamenteel veranderen omdat de nieuwe lichting managers daar anders over denkt. Fundamentele veranderingen zullen in eerste instantie van binnenuit moeten komen, wat in Duitsland nu ook gebeurt. In dat opzicht zie ik relatief weinig verschillen tussen wat er vandaag in België en in mijn geboorteland gebeurt.”

Tekst: Jan Stevens, Filip Michiels, Erik Verreet & Dominique Soenens
Foto’s: Jonas Lampens & Geert Vanden Wijngaert

Lees verder

Messi & co danken je voor de bijdrage aan hun loon

Getuigenissen