Meer loon in crisistijd: geen utopie in de chemie

Een loonsverhoging in deze tijden? Het zal u misschien verbazen maar heel wat bedrijven, vooral in de chemiesector, hebben hun werknemers extra’s toegekend bovenop de loonnorm van 0,3 procent die de regering vorig jaar bij wet had vastgelegd.

Toen de regering de loonnorm voor 2012 vastspijkerde op 0,3 procent, gold die als niet te overschrijden grens. De norm moest ervoor zorgen dat loononderhandelingen niet in gespreide slagorde zouden gebeuren. Dat zou immers kunnen leiden tot een sneeuwbal van ongecontroleerde verhogingen.

Bij de sectoronderhandelingen bleven de sociale partners netjes binnen de lijnen. Maar wanneer daarna de cao’s op bedrijfsniveau werden onderhandeld, vielen er her en der loonsverhogingen te noteren die een eind boven de afgesproken 0,3 procent zaten. “Bayer, Evonik (het voormalige Degussa), Ineso, Monsanto. In bijna alle bedrijven op de Scheldelaan hebben we akkoorden boven de norm kunnen onderhandelen,” zegt Jan Martens,  vakbondssecretaris voor de Antwerpse chemiesector bij de BBTK.

Chemie = hoog salaris

Het is niet ongewoon dat werknemers van grote chemiebedrijven meer uit de brand slepen. Met 3.680 euro brutoloon zitten ze al ruim boven het landelijke gemiddelde van 3.027 euro. “In de chemie is de loonnorm altijd al ruim geïnterpreteerd. Bedrijven zoals deze hebben bovendien een grote syndicale slagkracht,” zegt Martens. Hij beklemtoont dat ze niet representatief zijn voor de hele sector. “Alles bij mekaar hebben we in slechts 120 van de 700 chemiebedrijven bijkomende cao’s afgesloten. Je mag Antwerpen en de Gentse kanaalzone niet vergelijken met kleinere bedrijven of met andere zones van chemiebedrijven.”

Als werkgevers meer loon toekenden, was dat niet noodzakelijk meer brutoloon. “De vergoedingen voor pensioensverzekeringen zijn flink verhoogd, soms zijn de barema’s opgetrokken.  De werkgevers toonden zich heel creatief om de norm zo ruim mogelijk in te vullen,” zegt Jan Martens. Die creativiteit is ook terug te vinden in andere sectoren. De voedingsindustrie kende haar werknemers vorig jaar een hogere fietsvergoeding toe en het paritair comité voor bedienden trok de tegemoetkoming voor het treinverkeer op.

Bedrijven als Bayer en Evonik grepen wel naar een, dure, klassieke loonsverhoging. Hun personeel krijgt, gespreid over twee jaar, 3 procent extra. “We hebben eerst geprobeerd om binnen de norm gesprekken te voeren. Bijvoorbeeld door alternatieve verloningsvormen op tafel te leggen. Maar dat heeft niet tot een akkoord geleid,” vertelt Bart Van Roie, afdelingshoofd personeelszaken bij Evonik.

Tijdens een tweede onderhandelingsronde werd dan een effectieve loonsverhoging afgesproken. “Er was sinds januari 2008 geen brutoloonsverhoging geweest, als we indexaanpassingen en individuele verhogingen niet meerekenen. Bovendien hadden we een bijzonder sterk 2010 achter de rug. Dat creëerde verwachtingen bij onze mensen en zorgde voor extra druk bij de onderhandelingen. Uiteindelijk zijn we tot een vergelijk gekomen waarin zowel werknemer als werkgever zich konden vinden,” zegt Van Roie.

Nauwelijks administratieve boetes

Een loonsverhoging binnen een bedrijf mag dan perfect legitiem zijn, op het overschrijden van de wettelijke norm staat een administratieve boete (van 250 tot 5.000 euro per overtreding en per betrokken werknemer, volgens de wet van 26 juli 1996). De afgelopen 15 jaar zijn er nauwelijks een handvol boetes uitgedeeld. Personeelswissels, functieveranderingen en alternatieve verloningsvormen maken het bijzonder moeilijk om aan te tonen dat de loonkosten in een bedrijf onrechtmatig gestegen zijn. “Overschrijdingen van de norm moeten volgens de wet van 1996 in de periode van het volgende interprofessioneel akkoord worden gecorrigeerd. Maar er bestaat geen mechanisme dat die regel afdwingt,” zegt Koen Laenens, directeur sociale zaken bij Essenscia, de sectorfederatie van de chemie.

De federaties weten dat de in de wet voorziene sancties dode letter blijven, maar ze rakelen de discussie graag weer op wanneer de druk van vakbonden toeneemt, zoals vorig jaar bij de loononderhandelingen. “Het klopt dat wij als eerste sector een akkoord binnen de loonnorm hadden. Dat heeft een onmiddellijke uitwerking gehad op veel bedrijven en kmo’s. De vakbonden stuurden daarna aan op toezeggingen in aparte cao’s. Een aantal bedrijven zag zich genoodzaakt om meer loon toe te kennen,” zegt Laenens.

Dat was overigens niet alleen in de chemiesector het geval. “Er zijn ook heel wat bedrijven in andere sectoren die extra voordelen hebben toegekend. Net zoals er veel chemiebedrijven zijn die zich perfect aan de 0,3 procent hebben gehouden.” Laenens benadrukt dat het om tijdelijke verhogingen gaat. “In de helft van de gevallen kennen de akkoorden ‘niet-recurrente bonussen’ toe: die liggen vast voor een bepaalde duur en kunnen dan al of niet worden verlengd.”

Het is niet alleen gewicht van de vakbonden of de krapte op de arbeidsmarkt die maakt dat chemiebedrijven makkelijker een loonsverhoging toestaan.  Evonik en Oxeno maakten in 2010 122 miljoen euro winst, Bayer zelfs 167 miljoen euro. “Het getuigt van de wil om werknemers te laten delen in de winst als die er is”, zegt Koen Laenens. “Wij zijn daar als federatie niet tegen. Loonkost mag niet langer een competitief nadeel zijn, maar het sluit winstparticipatie zeker niet uit.”

Besmettingsgevaar

Een op hol geslagen loonkost blijft de absolute nachtmerrie van de Belgische ondernemers. “Op een bepaald moment in juli was het risico reëel dat het overschrijden van de loonnorm zou overslaan naar andere sectoren. Maar wij hebben het been stijf gehouden,” zegt Pieter Timmermans, voorzitter van het VBO. Hij looft ex-minister van Werk Joëlle Milquet, die ermee gedreigd had twee cao’s in het Luikse nietig te verklaren omdat ze over de schreef gingen. “Daarna is het besmettingsgevaar weggeëbd. De distributiesector heeft bijvoorbeeld heel lang onderhandeld, maar de loonnorm is uiteindelijk door iedereen gerespecteerd.”

Echt flexibel is het systeem niet. Terwijl een recessie dreigt in Europa, moeten de bedrijven werken met akkoorden die in april 2011 zijn onderhandeld op basis van de goede resultaten van 2010. “Het akkoord geldt hoe dan ook voor twee jaar,” zegt Timmermans. “De automatische indexering stuurt de lonen. En die houdt enkel rekening met prijzen, niet met de economische toestand.”

Tekst: Wouter De Broeck