Hoeveel verdient minister Van Quickenborne?

Een minister verdient ruim 6 keer meer dan een gewone partijmedewerker. Is de loonkloof te groot? We vroegen het aan een groentje en een ancien uit de politiek.

De partijmedewerker: 1.600 euro netto per maand

asset/31108

Sinds hij een opleiding management voor de non-profit op zijn cv heeft, werkt Jef Hollebecq (24) al twee jaar voor Groen!. “Het is mijn tweede job bij de partij: ik hield me eerst bezig met de ondersteuning van een lokale afdeling, nu ben ik projectmedewerker. Dat houdt in dat ik meewerk aan de uitbouw van de partij. Ik ondersteun onder meer de lokale afdelingen en de ledenwerving."

"Ik verdien 1.600 euro netto. Ik ben daar tevreden mee. Ik heb onregelmatige uren, zeker nu er verkiezingen in het verschiet liggen, en soms vraag ik me af of ik meer tevreden zou zijn als ik meer zou verdienen. Maar als ik kijk naar leeftijdsgenoten, dan mag ik zeker niet klagen.”

Het verschil tussen zijn loon en dat van minister Van Quickenborne – die meer dan 6 keer zoveel verdient - is groot, beseft Jef Hollebecq. Te groot, want hij vindt dat ministers te veel verdienen. “Wat ik vooral erg vind, is dat ze onkosten kunnen indienen bovenop hun loon. Oké, ze hebben ook effectief onkosten te maken, maar ik denk dat het met een pak minder ook wel moet lukken. Dat ze meer verdienen, is natuurlijk wel normaal: ze kloppen veel meer uren dan een gewone partijmedewerker, ook al moet je het uurrooster van zo’n medewerker zeker niet onderschatten. Maar een minister heeft ook grote verantwoordelijkheid. Verschil moet er dus zeker zijn. Vincent Van Quickenborne heeft natuurlijk gelijk als hij zegt dat ministers nog een stuk minder verdienen dan heel wat ceo’s. Maar ik vind dat die ook veel te veel verdienen, dus zo’n goeie vergelijking is dat niet. ”

De minister: 10.726 euro netto per maand

asset/28775

Vincent Van Quickenborne (36) verdient als uittredend minister van Economie in de federale regering 10.726 euro per maand. “Van mij hoeft het ook niet zoveel te zijn. Met een gematigder loon zou ik mijn job met evenveel passie blijven doen. Geld is nu eenmaal niet mijn motivatie. Ik sta overigens elk jaar ongeveer 10.000 euro af aan de partij. En ik geloof evenmin dat je meer moet betalen als je betere mensen in de politiek wil: dat is een drogargument."

"Mijn collega’s en ik kunnen comfortabel leven van wat we krijgen. Met de noodzakelijke besparingen die op komst zijn, zou ik het geen slecht idee vinden dat ministers zelf het voorbeeld geven en het in de komende jaren met 5 of 10 procent minder loon doen (na dit gesprek lanceerde Open Vld dat als programmapunt, nvdr)."

"Of de kloof met een secretariaatsmedewerker niet te groot is? Bij ons in de partij is de verhouding 1 op 5. Ik vind dat redelijk, gezien de verantwoordelijkheid die ik heb. Ik heb als minister een zeer veeleisende en visibele job met een bijzondere verantwoordelijkheid. Als je dat vergelijkt met het loon dat je in andere sectoren kan verdienen, dan blijft dat binnen de perken. We verdienen absoluut niet slecht, maar ga het maar na: het zijn niet de politici die in ons land in de mooiste villa’s of kastelen wonen. Ik ben ook geen cumulard, ik combineer deze job niet met de advocatuur of bestuursmandaten in bedrijven.

"Verschil moet er sowieso zijn. Ik geloof niet dat je iedereen evenveel moet betalen. Ik vind dat je goeie mensen goed moet betalen en mensen die niet presteren, moet je sanctioneren. Mijn secretaresse werkt al zeven jaar bij mij, met heel veel passie en inzet, maar één van de grote verschillen met mij is dat mijn job pas stopt op zondagavond om 18 uur. En dat hij maandagochtend om 6.30 uur opnieuw begint. Niet dat onze prestaties afgemeten moeten worden aan het aantal uren dat we werken, want dat lukt sowieso niet. Je houdt het alleen maar vol als je het graag doet. Maar de grotere verantwoordelijkheid en de grotere inspanningen die je levert, rechtvaardigen de loonspanning.”

Tekst: Dominique Soenens - Foto: Isabel Pousset