Hoeveel verdient een assistent van een Europarlementslid?

Het Europees parlement voorziet voor volgend jaar een verhoging van het budget voor assistenten van parlementsleden. Verdienen assistenten vandaag dan te weinig?

Meer budget om meer talentvolle medewerkers aantrekken

19.709 euro per maand. Dat is het maximumbedrag dat leden van het Europees Parlement dit jaar krijgen om hun kabinetsleden te betalen. Dat geld gaat zowel naar assistenten die werken in Brussel of Straatsburg en die onder de administratie van het parlement vallen als naar niet-permanente stafmedewerkers. Er is onlangs beslist om het totale maandbudget op te trekken met 1.500 euro per maand later dit jaar.

2 functiegroepen, 19 salarisniveaus

Vanuit loonperspectief vallen parlementaire assistenten uiteen in twee functiegroepen en in 19 salarisniveaus.

1. De eerste functiegroep houdt zich bezig met administratieve ondersteuning en secretariaatswerk
2. De tweede groep legt zich toe op ontwerpen en adviserende taken.

Strikt is dat niet afgebakend: medewerkers uit de eerste groep kunnen zich soms met taken uit de tweede groep bezig en omgekeerd.

Van 1.649 tot 7.594 euro bruto per maand

De salarisniveaus 1-13 zijn voorbestemd voor medewerkers die in de eerste functiegroep vallen, de salarisniveaus 7-13 voor degenen die deel uitmaken van de tweede functiegroep. Voor de graden 7-13 overlappen de salarisniveaus dus. De graden 14-19 zijn alleen toegankelijk voor assistenten met een universitair diploma of een gelijkwaardig niveau door professionele ervaring. De meerderheid van de assistenten heeft een loon dat zich in het midden van de loonschaal bevindt. Europarlementsleden kunnen daarnaast lokale assistenten hebben, maar die vallen onder de nationale wetgeving en hebben geen vaste salarisgraad.

Let wel, op deze brutomaandlonen betalen de assistenten nog sociale bijdragen en Europese belastingen, variërend van 8 tot 45%.

Salaris-niveau Brutomaandloon Salaris-niveau Brutomaandloon
1 1.649,12 euro 11 3.977,43 euro
2 1.921,23 euro 12 4.312,37 euro
3 2.083,02 euro 13 4.675,52 euro
4 2.258,43 euro 14 5.069,25 euro
5 2.448,62 euro 15 5.496,13 euro
6 2.654,81 euro 16 5.958,97 euro
7 2.878,37 euro 17 6.460,77 euro
8 3.120,77 euro 18 7.004,85 euro
9 3.383,57 euro 19 7.594,73
10 3.668,50 euro    

Bron: Het Europees Parlement