Hoeveel verdienen Kim en Justine met hun tennis?

Wellicht staan comebackkids Kim en Justine binnenkort weer oog in oog op de spannende finale van een Grand Slam. Hoeveel verdient de winnaar van zo’n tornooi? En blijft er een troostprijs over voor de verliezer?

Voor het geld hoefden Kim Clijsters en Justine Henin niet terug te beginnen tennissen. Tijdens haar ‘eerste carrière’ tenniste Clijsters al iets meer dan 11,5 miljoen euro euro aan prijzengeld bij elkaar; Henin ging daar vlotjes over met 15 miljoen. En daar moeten nog sponsorcontracten bijgeteld worden. Die zouden nog eens hetzelfde bedrag als het officiële prijzengeld vertegenwoordigen.

1,1 miljoen euro voor US Open

Clijsters en Henin kunnen dit jaar op de 4 Grand Slam-tornooien de kassa opnieuw stevig doen rinkelen. Kim Clijsters startte haar comeback in september 2009 trouwens al in volle glorie, met een kletterende overwinning op de US Open, de laatste Grand Slam van het tennisseizoen. Die leverde 1,1 miljoen euro op.

Deze maand staat de Australian Open, het eerste Grand Slam-tornooi van het seizoen, op het programma. De winnaar van de finale kan dan rekenen op 2 miljoen dollar, de verliezende finalist gaat naar huis met 1 miljoen. De totale prijzenpot voor de dames bedraagt ruim 7 miljoen dollar, evenveel als op Roland Garros. In Parijs gaat de winnaar lopen met 1 miljoen euro, de verliezer krijgt de helft. Op Wimbledon vangt de winnaar 960.000 euro. De totale prijzenpot voor de dames bedraagt er 9,5 miljoen dollar.

Prijzenpot Brisbane: 220.000 dollar

Zowel Clijsters als Henin speelden zopas het tornooi van Brisbane, als voorbereiding op de Australian Open. De totale prijzenpot bedroeg er 220.000 dollar. Brisbane is een van de kleinere tornooien. Op de grotere zoals die van Indian Wells, Miami, Madrid, Peking en Doha bedraagt het prijzengeld telkens 4,5 miljoen dollar. In Doha vangt de winnaar anderhalf miljoen dollar. Kim Clijsters heeft voor 2010 14 tornooien gepland. Bij Henin staan er naast de Grand Slams voorlopig 5 tornooien op het programma.

Tekst: Jonas Stevens