Laurent Minguet, serial entrepreneur: "België is er niet slechter aan toe dan 30 jaar geleden"

Naam: Laurent Minguet

Leeftijd: 51 jaar

Diploma: Burgerlijk ingenieur natuurkunde

Loopbaan: Start in 1985 als development manager bij EVS, neemt het Luikse beeldserverbedrijf enkele jaren later samen met Pierre L’Hoest over. In 1998 trekt EVS naar de beurs, kort daarna wordt het bedrijf uitgeroepen tot Onderneming van het Jaar. Leidt vandaag een familiale investeringsmaatschappij en is vicevoorzitter van de “Cercle de Wallonie”.

Titel: Wordt in 2004 uitgeroepen tot Manager van het Jaar.

Laurent Minguet mag in Vlaanderen dan relatief onbekend zijn, aan de andere kant van de taalgrens heeft de Luikenaar zijn sporen al ruimschoots verdiend. Als ondernemer, maar net zo goed als visionair met een uitgesproken ecologische aanpak en optimistische kijk.


Stellen dat Minguet een bezig baasje is, is een understatement van formaat. Met EVS - het Luikse succesbedrijf dat hij mee op de wereldkaart zette - heeft hij nog amper voeling, maar hij ontpopte zich de voorbije jaren wel tot een ware “serial entrepreneur”. Van digitale bioscooptechnieken over warmte-efficiënte woningen tot duurzame bossen in Senegal: Minguet gaat de nieuwe uitdagingen niet bepaald uit de weg. “Ze hebben me ooit uitgeroepen tot Manager van het Jaar, maar ik ben veel meer ondernemer dan manager,” grinnikt hij. “Nieuwe oplossingen aandragen voor actuele problemen, daarin schuilt vandaag mijn grootste voldoening. En nee, we hoeven echt niet te wachten tot er nog betere technologieën opduiken: laat ons nu alvast beginnen met wat vandaag voorhanden is. Het lijdt geen twijfel dat de laptops binnen drie jaar nog een stuk krachtiger en gebruiksvriendelijker, maar dat belet niet dat we vandaag ook al een heel eind uit de voeten kunnen met wat nu in de winkel ligt. Dat geldt in mijn ogen voor zowat alle technologieën.”

Minguet weet niet enkel van aanpakken, hij is ook een geboren optimist. Neem nu de verschuiving van de economische macht naar het Verre Oosten. Terwijl nogal wat Westerse politici, bedrijfsleiders en vakbondslui die evolutie met lede ogen aanzien, neemt Minguet de zaken eerder filosofisch op. “Eerst hadden we Made in Japan, vervolgens was het Made in Korea, toen kwamen de Chinezen. Rode draad doorheen dit verhaal is dat hele landen zich uit de armoede wisten te tillen en op hun beurt een zekere mate van welvaart konden creëren. Nu, ik heb niet de indruk dat we er vandaag in België economisch gezien slechter aan toe zijn dan dertig jaar geleden, ondanks de sterke opkomst van die Aziatische economieën. Natuurlijk delen bepaalde sectoren in West-Europa soms in de klappen, maar om daaruit dan meteen af te leiden dat handenarbeid of eerder technische beroepen gedoemd zijn om hier te verdwijnen? Dat lijkt me enkele bruggen te ver: voor zover ik dat kan inschatten, lopen er in ons land geen duizenden werkloze bouwvakkers rond. En een goed opgeleide productiearbeider vangt in mijn bedrijven toch ook al vlug 2.000 euro netto per maand, wat hem toelaat een deftig leven te leiden. Natuurlijk zijn er heel wat mensen werkloos, maar waarom scholen we die dan niet veel sneller om? Misschien zit onze bijzonder comfortabele zekerheid daar voor iets tussen, iets waar geen enkele Chinees, Vietnamees of Koreaan nog maar van kan dromen. Een ander, niet onbelangrijk aspect in dit debat: meer welvaart leidt volgens mij op termijn ook tot minder onverdraagzaamheid en tot minder conflicten. In heel wat landen die er economisch nauwelijks op vooruit gaan, is het een beproefd recept van het regime om de bevolking te sussen met religieus of etnisch getint spierballenvertoon. Ook daarom geloof ik volop in de emanciperende kracht van economische vooruitgang.”

Al dat optimisme ten spijt is er de voorbije jaren in Europa nochtans een trend merkbaar waarbij almaar meer landen zich terugplooien op zichzelf, en waarbij de globalisering de gedroomde kop van jut geworden is? “Daar heb je zeker een punt, en ik vind dat betreurenswaardig. De voorbije crisis heeft ongetwijfeld wel wat schade aangericht, maar tegelijk mogen we de impact daarvan ook niet overdrijven. Onze bedrijven doen het vandaag opnieuw uitstekend en de meeste tweeverdieners kunnen de eindjes doorgaans goed aan elkaar knopen. Over welke crisis hebben we het dan nog? Ik zal niet ontkennen dat er zelfs in België nog wel wat arme mensen rondlopen, maar was dat vijftig jaar terug ook al niet het geval? Misschien moeten we vooral iets minder klagen en zagen: de kloof tussen arm en rijk is hier veel minder uitgesproken dan in de meeste groeilanden die we vandaag blijkbaar als extreem bedreigend ervaren.”

Doemscenario’s

Laurent Minguet is niet enkel als ondernemer van vele markten thuis. Vorig jaar  publiceerde hij ook het boek “Neuf milliards, le futur maintenant”, waarin hij vooruitblikt op de uitdagingen waarmee de almaar aandikkende wereldbevolking ons confronteert. “Ik geloof niet in doemscenario’s als zouden we binnen pakweg dertig jaar al die mensen niet meer kunnen voeden,” klinkt het. “De echte uitdaging ligt voor mij elders: hoe gaan we die 9 miljard mensen een inkomen geven dat hen toelaat zich te voeden zoals het hoort? Tot twintig jaar geleden kwam de Chinezen om van de honger omdat ze straatarm waren en zich eenvoudigweg geen voedsel konden aanschaffen. Anno 2011 verdient de doorsnee Chinees voldoende om zich dagelijks vlees en rijst te kunnen kopen. Honderd miljoen mensen extra betekent niet enkel honderd miljoen extra magen te vullen, het zijn ook honderd miljoen extra werkkrachten die op hun beurt voor innovatie, productie en welvaart kunnen zorgen. De explosieve bevolkingsgroei zorgt wel voor problemen in landen waar het zo snel gaat dat de bestaande economische structuren zich niet voldoende snel kunnen aanpassen, maar daar kan de globalisering dan weer een deel van de oplossing zijn. Enkele jaren terug heb ik in Senegal, een land met een bijzonder jonge bevolking, zelf een project voor duurzame bosbouw opgezet. Dat loopt behoorlijk, en ook in de rest van Afrika zie ik de toekomst niet zo pessimistisch tegemoet. Op voorwaarde dat men er in slaagt de hersenvlucht te stoppen en meer kapitaal aan te trekken. De sleutel daartoe is in mijn ogen vooral goed beleid, lees minder corruptie. In dat opzicht ben ik het overigens grondig oneens met al die mensen die kritiek leveren op de Chinezen omwille van hun aanpak in Afrika. Goed, ze gaan er massaal op zoek naar allerlei grondstoffen, maar in ruil bouwen ze wel broodnodige infrastructuur. Ik denk dat de doorsnee Afrikaans daar vandaag veel beter mee gebaat is dan met geld. De kans is immers niet onbestaande dat die centen binnen de kortste keren op een Zwitserse bankrekening belanden (grijnst).”

Grondstoffen, het hoge woord is er uit. Nogal wat geopolitieke strategen voorspellen al enkele jaren dat grondstoffen, en in eerste instantie water, de inzet zullen vormen van flink wat toekomstige conflicten. Minguet verwacht niet dat het zo een vaart zal lopen. “We kunnen vandaag al perfect drinkbaar water produceren op basis van zeewater en zonne-energie. Meer nog, het is spotgoedkoop, hooguit een euro per kubieke meter water. Dat is veel minder dan wat je vandaag in Brussel voor een kubieke meter water neertelt. Natuurlijk zijn er landen waar we bijvoorbeeld in de landbouw wat minder kwistig met water zullen moeten omspringen, maar op dat vlak moeten we gewoon meer rationele keuzes durven maken. Op het gevaar af als een eeuwige optimist te klinken: ik geloof nogal sterk in het creatieve vermogen van de mens en in zijn technologisch potentieel. Mochten bepaalde grondstoffen die onontbeerlijk zijn voor specifieke productieprocessen echt uitgeput raken, dan zijn we nu perfect in staat om dat via nieuwe technologieën op te lossen. De geschiedenis staat bol van de voorbeelden die dat aantonen. Als er iets is wat me vandaag al zorgen baart, dan zijn het oorlogen of terrorisme vanuit puur ideologische of religieuze motieven. Daarvoor zie ik geen technologische oplossing, het is dus een pak moeilijker te beheersen of op te lossen.”

Terug naar het coververhaal.