Starters hoeven geen jaar meer te wachten op verlof

Wie in België voor het eerst of vanuit het buitenland aan de slag gaat, heeft in zijn eerste jaar als werknemer geen recht op vakantie. In de meeste Europese landen is dat anders geregeld. Een volledig werkjaar zonder vakantie doorbrengen is niet meer van deze tijd, dat gaf Europa in 2003 aan toen het een nieuwe richtlijn over arbeidstijd uitgevaardigde.

Ten laatste medio 2004 moest België zijn wetgeving aanpassen, vond Europa. Acht jaar en twee verwittigingen van Europa later komt er eindelijk wat schot in de zaak: vanaf dit jaar zullen werknemers die voltijds in dienst zijn twintig werkdagen betaald verlof per jaar krijgen. In de toekomst zullen ook werknemers die na een periode van werkloosheid weer aan de slag gaan, zij die overstappen van de overheid naar de privésector of werknemers die in het buitenland gewerkt hebben niet langer een verlofloos jaar moeten overbruggen. Vanaf de zomer zal het voor hen effectief mogelijk zijn om vakantie aan te vragen.

In de programmawet worden de krijtlijnen uitgezet voor wat officieel de ‘aanvullende vakantie aan het begin of bij de hervatting van een activiteit’ heet. Per periode van drie maanden voltijds werk krijgt de werknemer vijf betaalde vakantiedagen, op te nemen vanaf de laatste week van die eerste drie maanden. “Bedoeling is dat de drie maanden zouden beginnen lopen vanaf 1 april 2012, zodat eind juni eerste week zou kunnen genomen worden,” vertelt Eva De Wolf, woordvoerster van minister van Werk Monica De Coninck.  Dat is de bedoeling, want er moet eerst nog een Koninklijk Besluit uitgevaardigd worden voor de regeling in de praktijk van start kan gaan. “Dat zal waarschijnlijk in juni in het Belgisch Staatsblad verschijnen,” voorspelt De Wolf.

Voor de zogenoemde Europese vakantie kan aangeboord worden, moeten eerst de verlofdagen die op een ‘normale’ manier zijn opgebouwd opgebruikt zijn. Werknemers die bovendien aanspraak kunnen maken op het systeem van jeugd- of seniorvakantie moeten kiezen tussen het Europese systeem en het ‘eigen’ stelsel, maar zijn sowieso beter af met de Europese aanvullende vakantie. Deze wordt voor 100 procent betaald, terwijl wie geniet van jeugd- of seniorvakantie slechts op 65 procent van zijn brutoloon kan rekenen.

Samenvattend

  • Je kan beschikken over vakantiedagen in hetzelfde jaar als het jaar waarin de prestaties geleverd werden.
  • Je normale vakantiewerkdagen moeten opgebruikt zijn, voor je ‘Europese vakantiewerkdagen’ mag aanboren.
  • Om recht te hebben op ‘Europese vakantie’ moet je tewerkstellingsperiode minstens drie maanden duren. Per blok van drie maanden voltijds werk krijg je vijf dagen verlof, die je wel pas kan opnemen vanaf de laatste week van de eerste drie maanden arbeid.
  • De vergoeding voor deze ‘Europese vakantiedagen’ zal beschouwd worden als een voorschot op het enkelvoudige vakantiegeld. Hoe dit later zal verrekend worden moet nog uitgezocht worden en bepaald in een Koninklijk Besluit.

Wie zal er vooral van kunnen genieten?

  • Werknemers die aan de slag gaan na een periode van werkloosheid
  • Werknemers (starters) die niet gewerkt hebben in het jaar waarin ze hun studie beëindigd hebben
  • Werknemers die van job veranderen van de overheid naar de privésector
  • Werknemers die in het buitenland hebben gewerkt en (terug) aan de slag gaan in België
  • Werknemers met arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur
  • Zelfstandigen die een carrière als loontrekkende aanvatten
  • Wie aan de slag gaat na een lange ziekteperiode
  • Werknemers die na voltijdse loopbaanonderbreking terug aan de slag gaan