Wat omvat de job van lijkschouwer precies?

Naam: Wim Develter
Leeftijd: 35
Functie: wetsarts (= specialist gerechtelijke geneeskunde, forensisch patholoog of lijkschouwer)
Woonplaats: Linden
Werkgever: UZ Leuven
In dienst sinds: 2008

In elke crimiserie duikt er wel een wetsdokter op. Iemand die het lijk onderzoekt en op die manier de doodsoorzaak probeert te achterhalen. In werkelijkheid houden specialisten gerechtelijke geneeskunde of forensische pathologen zoals ze ook genoemd worden zich maar een gedeelte van hun tijd met dat soort zaken bezig. Daarnaast onderzoeken ze ook – nog levende – slachtoffers van fysiek en seksueel geweld en bepalen ze de ernst van lichamelijke letsels bij schadeclaims.

Wie wetsdokter wil worden moet er heel wat voor over hebben. Niet alleen zijn er de jarenlange studies en gaat het om ‘vuil’ werk, je moet ook bereid zijn om ’s nachts wachtdiensten te doen en je sociaal leven ervoor op te offeren. Wetsarts Wim Develter vertelt wat de job precies inhoudt en met welke problemen het beroep te kampen heeft.

Allereerst: welk opleidingstraject moet iemand die lijkschouwer wil worden precies afleggen?

Wim Develter: “Eerst is er de zevenjarige basisopleiding tot arts. Daarna volgen er nog vijf specialisatiejaren waarvan anderhalf jaar klinische pathologie. Daarnaast moet je bijkomend de opleiding verzekeringsgeneeskunde volgen, om menselijke schadegevallen te kunnen beoordelen. De rest van de opleiding is specifiek forensische geneeskunde. Toen ik studeerde was forensische geneeskunde trouwens nog geen aparte specialisatie. Het is pas erkend sinds 2007.”

Wat omvat de job van wetsarts in concreto?

“Wij werken altijd in opdracht van justitie. We hebben wachtdienst en kunnen dan opgebeld worden door een procureur, een substituut of een onderzoeksrechter. Ons actieterrein zijn de gerechtelijke arrondissementen Leuven, Mechelen en Tongeren. Bij een verdacht overlijden gaan we ter plekke kijken om de omgeving en het lichaam te analyseren. We worden daarbij bijgestaan door het labo van de federale politie, dat onder meer foto’s en sporen neemt. Wij kleden het lichaam uit, beschrijven de verwondingen, nemen de temperatuur en bestuderen de lijkverschijnselen. Als er mogelijk kwaad opzet is geweest, dan komt er ook een autopsie. Zoniet nemen we nog enkele stalen en maken we achteraf een verslag op. Voor onze dienst ging het vorig jaar zo over meer dan 200 opdrachten.”

Wat doen jullie precies bij een autopsie?

“Het lichaam wordt daarvoor altijd eerst naar het mortuarium van het ziekenhuis overgebracht. Zo’n autopsie gebeurt volgens een vast stramien en met het grootste respect. Eerst herhalen we nog eens het uitwendig onderzoek, omdat we dat in het ziekenhuis in betere omstandigheden kunnen doen. Daarna snijden we het lichaam open van de kin tot de schaamstreek en beginnen we het systematisch te ontleden. We meten de dikte van het vetweefsel, maken het los van de spieren, snijden ook de spieren in op zoek naar diepe kneuzingen, maken de borst- en buikholte open en onderzoeken alle inwendige organen … We nemen ook stalen, bijvoorbeeld van het bloed, de urine en de maaginhoud. Op het einde is het lichaam helemaal leeggemaakt. We wegen dan de organen en nemen kleine weefselstukjes om onder de microscoop te kunnen bekijken. Daarna maakt iemand van het mortuariumpersoneel het lichaam opnieuw dicht. Alles samen duurt zo’n autopsie makkelijk twee uur, maar daarna is het werk nog lang niet gedaan. De verschillende labo’s moeten namelijk alle stalen onderzoeken en wij moeten een uitgebreid verslag schrijven en alles administratief in orde brengen.”

Maar het achterhalen van de doodsoorzaak van lijken is maar één luik van wat jullie doen?

“Juist, dat omvat slechts 40% van onze werk. Naast dat postmortemonderzoek doen we ook klinisch onderzoek en treden we op als deskundige voor het gerecht. Het klinisch gedeelte omvat onderzoek van slachtoffers van fysieke en seksuele agressie, zoals partnergeweld, verkrachtingen, vecht- of steekpartijen en kindermishandeling. We gaan bij hen na wat de ernst van de letsels is, hoe ze zijn opgelopen en wat de mogelijke gevolgen daarvan zijn. Ook rijgeschiktheidsonderzoeken horen bij dat luik. We onderzoeken dan of het medisch gezien nog verantwoord is om bepaalde mensen met de auto te laten rijden. Voor dat soort onderzoeken houden we raadplegingen op vaste momenten.”

Hoe ziet een ‘gewone’ werkdag er dan uit voor jullie?

“We hebben een wachtregeling, want onze dienst moet dag en nacht paraat staan. Wij doen de reguliere activiteiten zoals klinische onderzoeken, verslagen opstellen en administratie, maar als de telefoon gaat en het gerecht ons nodig heeft, dan springen wij onmiddellijk in de wagen om ter plekke te gaan. Een ‘gewone’ werkdag kennen we dus niet. We weten ’s morgens nooit hoe we de avond zullen halen.”

Hoe verdelen jullie het werk?

“De wachtweken worden verdeeld onder de artsen van de dienst en wie niet van wacht is, kan zich toeleggen op de klinische onderzoeken en op verslaggeving. Een groot probleem is wel dat onze dienst onderbemand is. We zijn in het UZ maar met vijf actieve wetsartsen, onder wie twee assistenten in opleiding. Sowieso is dit een beroep dat maar heel weinig mensen uitoefenen. In België zijn er ongeveer twintig wetsartsen die wachtdiensten doen, terwijl we om het werkbaar te houden eigenlijk met zestig zouden moeten zijn.”

Er is uiteraard de medische kennis, maar welke andere vaardigheden heb je daarnaast nog nodig voor dit beroep?

“De medische kennis die je nodig hebt is heel algemeen, te vergelijken met wat een huisarts moet weten. Gelukkig kan je in het UZ altijd een beroep doen op specialisten die je kunnen bijstaan voor bepaalde onderzoeken.  Je hebt wel specifiek ‘forensische’ kennis nodig, vooral inzake letselpatronen en sporenonderzoek. Behalve die kennis is ook het menselijke aspect heel belangrijk. We moeten zowel kunnen omgaan met slachtoffers als met nabestaanden, met de magistratuur en de politie en ook soms met daders of verdachten. Integriteit en empathie is daarbij van cruciaal belang. Daarnaast hebben we ook beroepsgeheim en mogen we geen informatie over het onderzoek lekken. Even ons hart luchten bij onze partner is dus niet mogelijk.”

Welke problemen ervaren jullie bij deze job?

“Het grootste probleem is onze specifieke situatie binnen het Belgische zorglandschap en de onderfinanciering. In tegenstelling tot de meeste medische diensten worden wij namelijk niet vergoed via prestaties die vastgelegd zijn in de RIZIV-nomenclatuur van de FOD Volksgezondheid, maar wel door Justitie. Zij stellen ons aan op naam en geven de opdrachten. Daarvoor hanteren ze vastgelegde tarieven die veel te laag zijn om de kosten ervan te dekken. De vergoeding om een lijk uitwendig te onderzoeken is bijvoorbeeld 73 euro, bloed afnemen kost 15 euro. Voor kwalitatief goed werk, wat zeer belangrijk is in het strafrechtelijk onderzoek, is dit ruimschoots onvoldoende. Mijn collega moest bijvoorbeeld gisterennacht op pad om een slachtoffer van een treinongeval te gaan onderzoeken. Ze kon daarvoor 470 euro bruto factureren, maar in totaal is ze daar wel zes en een half uur voor in de weer geweest. De tijd om het verslag op te stellen reken ik daarbij nog niet eens mee. Per uur is dat dus 72 euro. Bruto. En dat voor nachtwerk van een arts-specialist die twaalf jaar gestudeerd heeft, alle andere kosten buiten beschouwing gelaten.”

“We hebben de rekening eens gemaakt: in het afgelopen jaar heeft onze dienst in totaal 680.224 euro gefactureerd. Dat is nog niet genoeg om de helft van onze werkingskosten te dekken. Van dat geld moeten namelijk zowel de vijf wetsartsen als de ondersteunende functies betaald worden: één halftijdse en drie voltijdse secretariaatsmedewerkers, één wetenschappelijk medewerker en zes mortuariummedewerkers. Ook de transportkosten, infrastructuur, apparatuur en materialen zouden van dat budget moeten komen. Voor onze dienst, die geaccrediteerd is en werkt volgens een kwaliteitssysteem, is dat natuurlijk veel te weinig. Alsof dat nog niet erg genoeg is, zit er intussen ook al drie jaar vertraging op de betalingen van Justitie. Gelukkig zit onze dienst ingebed in het UZ Leuven dat ook andere activiteiten heeft waarmee het de tekorten kan opvangen. Wijzelf worden dus door het ziekenhuis betaald: we krijgen een gewoon bediendeloon op universitair niveau.”

Wat zegt het ziekenhuis van heel die situatie?

“We proberen de financiële situatie van ons forensisch centrum gezamenlijk aan te kaarten bij de verantwoordelijke overheidsorganen. Het UZ vindt het belangrijk om een kwaliteitsvol forensisch centrum te hebben, vooral omwille van de maatschappelijke relevantie en ook omdat dit voor een zeker prestige zorgt. Maar het is duidelijk dat de huidige situatie niet kan blijven duren. ”

Zijn er naast de financiële problemen nog andere belangrijke nadelen waar jullie mee geconfronteerd worden?

“Sowieso is dit een beroep dat door het vele nachtwerk een normaal sociaal leven bijzonder moeilijk maakt. Het zet ook veel druk op je gezin. Niet iedereen begrijpt dat je specifiek dit werk wil doen, terwijl je met een lichtjes andere job als dokter gemakkelijk het vijfvoudige kan verdienen. Het is dan ook niet onlogisch dat de instroom heel beperkt is.”

Waarom kies je dan toch voor zo’n job?

“Het is echt een roeping. Al van in het derde middelbaar wist ik dat ik dit wou doen. Als wetsarts geef je als het ware een stem aan de doden of aan zij die niet meer bij machte zijn om nog te kunnen spreken. Door de letsels van een slachtoffer te onderzoeken kan je achterhalen wat er logischerwijze gebeurd moet zijn. Daar haal ik ook mijn voldoening uit. En ik bied op een of andere manier ook steun aan nabestaanden. Als ik bijvoorbeeld aan de familie van iemand die zich heeft verhangen kan vertellen dat zo’n dood eigenlijk vrij pijnloos is en dat tussenbeide komen door de directe hersenschade toch zinloos is, dan kan ik op die manier hun leed al enigszins verzachten.”