Hoeveel verdienen Vlaamse ‘cabinetards’?

Er ging flink gesnoeid worden in het aantal ‘cabinetards’ of kabinetsmedewerkers van de Vlaamse ministers, zo werd plechtig beloofd bij de start van de regering Peeters II. Het Rekenhof heeft nu een rapport klaar waarin het nagaat of de regering deze belofte inderdaad is nagekomen. In één moeite door wordt ook de verloning van de kabinetsmedewerkers onder de loep genomen.

Afgeslankt

De minister-president en de twee vice-ministerpresidenten hebben elk recht op 41 voltijdse kabinetmedewerkers. De andere zes ministers hebben recht op 26 medewerkers. Daarnaast zijn er nog negen stafleden, die volgens de bevoegheidsverdeling aan de verschillende ministers worden toegewezen. In totaal brengt dit het aantal Vlaamse kabinetsmedewerkers op 288 voltijdse equivalenten. Onder Peeters I waren dit er nog 452.

Waar komen ze vandaan?

De ministers hebben een grote autonomie bij de werving en de selectie van hun medewerkers. Zij kunnen deze zowel zelf aanstellen als detacheren vanuit andere departementen of organisaties. Er is een verhouding van 57,8% aangeworven medewerkers ten opzichte van 42,2% gedetacheerden.

De meeste gedetacheerden (55,1%) komen uit openbare instellingen en uit het onderwijs, 39,7% komt uit de diensten van de Vlaamse overheid. Slechts een kleine minderheid (5,2%) komt uit de privésector.

In totaal zijn er 61% mannen en 39% vrouwen aan het werk in de Vlaamse kabinetten.

Geen versterking meer van consultants

Omdat het onderscheid tussen cabinetards enerzijds en experts en consultants anderzijds vroeger niet altijd even duidelijk was, mogen ministers sinds begin 2008 helemaal geen beroep meer doen op externe consultants voor het invullen van expertrollen.

Wel mogen ze personeel van de administratie inzetten voor facilitaire taken zoals schoonmaak, onthaal, catering of vervoer. Een begeleidende nota beperkt de facilitaire ondersteuning wel tot 8 voltijdse equivalenten per kabinet, exclusief schoonmaakpersoneel. Daarvoor kunnen ze een beroep doen op de dienst Schoonmaak van het Agentschap Facilitair Management.

Wat verdienen ze?

De ministers kunnen de salarissen van hun kabinetspersoneel vrij bepalen, binnen de perken van hun kabinetsbegroting. Het Rekenhof heeft in 2010 geen enkele overschrijding vastgesteld.

Voor de gedetacheerde medewerkers kunnen de ministers bovenop hun normale loon dat wordt uitbetaald door de entiteit waarbij ze in dienst waren voor hun detachering een salariscomplement voorzien. Zij moeten dit niet motiveren. Dit complement kan uitzonderlijk oplopen tot 50.000 euro bruto per jaar.

Ook voor de aangestelde personeelsleden bepalen de ministers de lonen volledig autonoom. Zij houden daarbij rekening met de functie, de leeftijd, de ervaring en de voorgaande bezoldiging van de medewerkers. De kabinetten proberen te streven naar een zekere uniformiteit in de verloning.

De hoogste en laagste, niet geïndexeerde brutojaarsalarissen bedroegen respectievelijk:

  • Voor ontvangstpersoneel, technici, chauffeurs …: van 13.350 tot 40.250 euro per jaar
  • Voor inhoudelijke en logistieke medewerkers: van 21.000 tot 52.200 euro per jaar
  • Voor stafleden: van 26.280 tot 100.949 euro per jaar

Personeel van de administratie dat wordt ingezet voor facilitaire taken kan een kabinetstoelage ontvangen.

Andere voordelen

Alleen de ministers en de kabinetschefs hebben recht op een eigen auto. Niet alle kabinetschefs maken gebruik van dat recht.

Chauffeurs krijgen een jaarlijkse forfaitaire vergoeding van 3.050 euro voor hun verblijfskosten.

Kabinetsleden die hun loon rechtstreeks van de kabinetskredieten ontvangen krijgen ook nog een gezinsbijslag, haard- of standplaatstoelage, maaltijdcheques, vakantiegeld, een eindejaarstoelage en een bijdrage in het woon-werkverkeer.

Voor gedetacheerde personeelsleden kan de entiteit die hun loon uitbetaalt alle toelagen en vergoedingen die inherent zijn aan de uitgeoefende functie terugvorderen.