De Ceuster Group (DCM) verzendt organische mest en ‘ziekteverklikkers’ voor planten naar Amerika

De Ceuster Groep groeit dankzij wetenschappelijk ondersteunde vernieuwingen. “Die innovaties drijven ons businessmodel”, stelt gedelegeerd bestuurder Tom De Ceuster (40). “Zo zijn we er bij DCM in geslaagd met de meest moderne productietechnieken een unieke organische meststoffengranule te maken, de ‘minigran’ genaamd. Eind verleden jaar leidde dat onder meer tot een exclusief contract om organische meststoffen naar de VS uit te voeren.” Vanuit de Kempen vertrekken enkele containers met zakken meststof naar Amerika. “Eens we voldoende omzet boeken, zullen we ginder een fabriek neerplanten. We tasten nu de Amerikaanse markt af.” Vandaag vertrekken ook veevoederpremixen en -concentraten uit een andere fabriek in Grobbendonk via het Albertkanaal naar het Midden-Oosten, Afrika, Zuid-Amerika en Zuid-Oost-Azië. 

DCM is ook bekend als tweede sponsor van de World Tour-wielerploeg met onder meer Björn Leukemans en Thomas de Gendt.

De drie divisies van de groep – plantenzorg, milieu- en dierenzorg – groeien allemal. “Maar in de ‘animal care’ gaat het momenteel het snelst”, vertelt Tom De Ceuster. Die afdeling produceert hoofdzakelijk veevoeders, maar sinds enkele jaren installeert ze ook kippenstallen.

Vanaf 2001 ging DCM meer de wetenschappelijke toer op. Tom De Ceuster zette toen de onderzoeks-vzw ‘Scientia Terrae’ op: “Na enkele jaren sloten we een kaderovereenkomst met de Lessius Hogeschool (K.U.Leuven) in Sint-Katelijne-Waver. Vandaag is ons laboratorium een zelfstandig pilootproject binnen de K.U.Leuven, waarbij een twintigtal hooggeschoolde onderzoekers fundamenteel onderzoek vertalen in bruikbare producten en diensten.”
Uit het laboratorium kwamen al enkele vernieuwingen. Ceo De Ceuster is vooral fier op de ‘DNA-multiscan’: “Deze biochip geeft binnen 36 uur aan of een plant of een stukje grond plantenziektes in zich draagt. Deze chip is nog altijd internationaal uniek. We verkochten er licenties voor aan diagnostische labo’s in Canada, Nederland en de VS.”

Zijn grote uitdaging nu? “We moeten onze snelle groei, vooral in het buitenland, blijven ‘structureren’. We hebben een goede groep medewerkers, die telkens dichtbij het beleid betrokken werden. Nu de organisatie groter wordt, moeten we ons anders organiseren. Bijvoorbeeld, ik kan niet meer met iedereen evaluatiegesprekken voeren. Dat valt niet bij iedereen goed. Ik hoop dat we onze oudere werknemers betrokken kunnen houden. Dat lijkt me een echte uitdaging.”

  • Omzet: 65 miljoen euro in 2006, bijna 150 miljoen euro in 2011
  • Groei: 365 werknemers (waarvan 220 in België)
  • Export: twee derde van de omzet in het buitenland, met Nederland, Frankrijk, Duitsland en Zwitserland als belangrijkste markten

<< Terug naar het dossier Antwerpen en Limburg