7 vragen over jongeren en werk

Voor wie nu afstudeert zijn de vooruitzichten eerder somber. Wat brengt de toekomst voor jongeren die nu aan het begin staan van hun carrière? Zijn ze veroordeeld tot interimjobs en contracten van tijdelijke duur? We belichten 7 stellingen en gaan na of ze stroken met de realiteit.

1. De situatie van jongeren op de arbeidsmarkt is in België niet slechter dan elders

In Europa bedraagt de gemiddelde werkloosheidsheid bij jongeren (<25 jaar) 17,5 procent. In Vlaanderen is dat 12,5%, in Wallonië 31% en in Brussel 35%. Brussel en Wallonië behoren daarmee tot de tien regio's in Europa waar jongeren het moeilijskt aan werk geraken. Nederland doet het het best met een werkloosheidscijfer dat lager ligt dan 6 procent.

2. Met een diploma ben je tegenwoordig niets meer

Om werk te vinden, heb je beter een graduaat dan een doctoraat, hoor je wel eens. In 2007 bleken er vijf keer meer jongeren zonder diploma zonder werk te zitten dan jongeren met een masterdiploma. Bovendien blijven jongeren zonder diploma langer werkloos.

3. Tewerkstellingsplannen voor jongeren hebben een negatief effect

Vele jongeren komen vandaag zonder perspectieven op de arbeidsmarkt terecht. Degenen die werk vinden, moeten vaak zeer flexibel zijn en werken voor een laag loon. In 2004 was 45% van alle interimkrachten jonger dan 25, 64% was jonger dan 30. Dat is het resultaat van tewerkstelingsplannen die jongeren moesten helpen een "eerste ervaring" op te doen en waarmee werkgevers gestimuleerd werden om jongeren aan te werven met tijdelijk lagere loonkosten. Daardoor werd het loopbaantraject van jongeren vaak een opeenvolging van tijdelijke contracten, afgewisseld met periodes van werkloosheid.

4. Gediplomeerden zijn vaak overgekwalificeerd voor de job die ze uitvoeren

Volgens verschillende enquêtes biedt de economie te weinig arbeidsplaatsen voor alle mensen met een hoger diploma. Na drie jaar stemt het functieniveau (bediende, arbeider, kaderlid) over het algemeen wel overeen met het behaalde diploma. De functie of sector waarin men werkt komt echter niet altijd overeen met het diploma dat men behaalde.

5. Alleen kmo's rekruteren nog, bij grote bedrijven zijn er geen jobs meer

In feite zijn er in verhouding vooral jobs verloren gegaan in kmo's: er zijn daar op dit moment meer jobs verdwenen dan er gecreëerd werden in 1990. Vooral kmo's die afhankelijk waren van grote groepen zorgden voor veel jobs. Hun jobaanbod is dus in grote mate afhankelijk van de grote bedrijven.

6. Ons onderwijs is niet afgestemd op de arbeidsmarkt

Werkgevers hebben geregeld kritiek op de manier waarop het onderwijs mensen voorbereid op de arbeidsmarkt. De eisen die bedrijven aan kandidaten stellen evolueren echter zeer snel, terwijl men moet rekenen op een periode van 4 tot 10 jaar tussen het begin en het einde van een opleiding.

7. Doordat de vergrijzing komen er automatisch arbeidsplaatsen vrij voor jongeren

Door de vergrijzing zullen mensen massaal met pensioen gaan, zodat er plots zeer veel arbeidsplaatsen zullen vrijkomen voor de kleinere groep jongeren die op dat moment afstudeert. Deze redenering houdt echter geen rekening met het feit dat de situatie verschilt van sector tot sector. Zo zal men in sommige sectoren meer gaan automatiseren of de arbeid delokaliseren.

Bron: Références krant