“No risk, no glory”

Naam: Piet Vanthemsche

Vroeger: veearts, ambtenaar, kabinetschef, consultant en hoofd van het Federaal Voedselagentschap

Nu: voorzitter Boerenbond

Van veearts over ambtenaar, kabinetschef, consultant en hoofd van het Voedselagentschap tot voorzitter van de Boerenbond. Piet Vanthemsche heeft zichzelf in zijn loopbaan al vijfmaal opnieuw uitgevonden. “Ik laat geen kansen liggen.”

Piet Vanthemsche stuurde enkele jaren geleden zijn familie kerstkaartjes met de lijfspreuk ‘No guts, no glory’ van de Amerikaanse generaal George Patton. Hij verwees naar zijn zoveelste loopbaansprong: “Als u verandert van job moet u zich altijd opnieuw uitvinden. Wie denkt dat dit vanzelf gaat, is gedoemd om te mislukken.”

“Eerst was ik veearts in Tielt. Ik verzorgde dieren bij de boeren”, steekt Piet Vanthemsche van wal. Na vijf jaar veeartsenpraktijk wou zijn vrouw Patsy een echte job: “Toen bleef de vrouw van een man met een vrij beroep thuis om de telefoon op te nemen. Na enkele gesprekken hebben we beslist dat ik naar de ambtenarij zou overstappen. Met een maandsalaris van 50.000 frank was dat een financiële aderlating.” Gelukkig werd Patsy op dat moment verpleegster in het UZGent. De volgende jaren kreeg het koppel drie kinderen.

"In 1986 begon ik op het ministerie van Landbouw. Het was een gigantische cultuurschok. Een ministerie zit vol regels en procedures. Je moet in dat systeem kruipen, kijken hoe het werkt en eenmaal je het beheerst, moet je proberen er optimaal in te functioneren. Dan word je een deejay: je kan op het juiste moment op het juiste knopje drukken. Iedere keer dat ik van job veranderde, heb ik dat moeten doen.”
Patsy bleef verpleegster. Ze gaf haar man de vrijheid om zijn carrière uit te bouwen, ook al had dat als gevolg dat de drie kinderen naar het internaat in Aalst moesten.

Levens gekraakt voor camera

In 1997 vroeg Karel Pinxten, minister van Landbouw en Middenstand, Piet Vanthemsche als kabinetschef: "Ik kende de politieke wereld niet. Het was weer een ander systeem." Heel lang duurde zijn verblijf in de Wetstraat niet. In 1999, bij de ondervragingen door de parlementaire onderzoekscommissie rond de dioxinecrisis stapte Piet Vanthemsche op: "In die commissie zag ik hoe ze ambtenaren die zich niet weerbaar opstelden, afslachtten. Daar zijn voor de camera levens gekraakt. Ik heb me heftig verzet. Ik voelde wel aan dat ik een groot risico liep om als topambtenaar in een hoekje weggepromoveerd te worden. Daarom heb ik tijdens een rechtstreekse uitzending op televisie mijn ontslag ingediend. Dat was ongehoord: een inspecteur-generaal had nog nooit zelf ontslag gegeven. Ze kenden er zelfs de procedure niet voor."

Zo stond hij plots opnieuw op zijn eigen benen. Piet Vanthemsche verkocht advies rond kwaliteitssystemen en voedselveiligheid.

“Als kabinetschef droeg iedereen alles aan. Nu moest ik zelf postzegels plakken, koffie zetten en Word leren! Ik kwam uit een beschermde omgeving met een secretaresse die mijn teksten verzorgde. Ik had nog nooit met een computer gewerkt. Heel boeiend, zeker als je 's avonds een tekst van veertig bladzijden verliest die 's morgens moet opgeleverd worden. Ik ben om middernacht opnieuw begonnen. Ik had nu een bedrijfje te runnen. Ik heb zelfs de Vlaamse regering geadviseerd over de regionalisering van de landbouw in 2001. Mijn vrouw vond het een waanzinnig risico. Onze drie kinderen waren toen tussen vijftien en achttien, maar het zaakje draaide en na drie jaar waren we met drie partners."

Wantrouwige boeren

In 2002 kwam er een plaats vrij aan de top van het Voedselagentschap. "Ik stond op een tweesprong: mijn bedrijf verder uitbouwen of de vacature aannemen? Ik heb die uitdaging aangenomen omdat ik concrete ideeën had voor het Voedselagentschap. Vanuit het puin moesten we zes diensten van 1.600 ambtenaren (plus 800 zelfstandige dienstverleners) samenvoegen en een nieuwe organisatie opbouwen. Mijn directieteam en ik hebben van nul iets compleet nieuws gemaakt dat nu in Europa als referentie geldt."

Vijf jaar later en twee jobs verder stond Piet Vanthemsche weer voor de keuze: baas worden van het Europese Voedselagentschap of de Boerenbond. "Bij de Boerenbond heb ik mezelf helemaal moeten heruitvinden. In mijn vorige jobs had ik het laatste woord. Ik had de reputatie nogal autoritair te zijn. De Boerenbond is een ledenbeweging; daar functioneert dat proces omgekeerd. Daarom heb ik in 2007 negen maanden in Vlaanderen rondgetoerd als ondervoorzitter. Als ik iets zei, werd ik onmiddellijk tegengesproken. Ik moest in debat gaan, leren meedenken en dan een conclusie formuleren. De boeren waren wantrouwig, want als baas van het Voedselagentschap stond ik vroeger langs de andere kant. Ik vertelde dat ik altijd mijn mening zou geven, ook als die anders was dan die van hen. Maar dat we dan naar een consensus zouden zoeken en dat ik die consensus zou verdedigen. Dat vonden ze goed. Ik ben nu vier jaar voorzitter en ik ben hun boegbeeld geworden.”

Hij toont de zeven dossiers op zijn bureau: “Ik hop van het ene naar het andere dossier. Ik moet elke dag over de meest diverse onderwerpen alles weten: ruimtelijke ordening, sociale zekerheid voor zelfstandigen, vegetarisme, … Ik ben ook voorzitter van de holding van de Boerenbond en zetel in de raad van bestuur van KBC. Ik heb een chauffeur. Ik lees veel in de auto en schrijf er stukjes. Thuis probeer ik me te ontspannen. In het weekeinde ben ik een andere mens, zeggen mijn gezinsleden.”

Kansen grijpen

“Wie zegt dat hij zijn carrière kan voorspellen, is onnozel. Ik laat geen kansen liggen. Zo was ik in 1994 directeur van de Veterinaire Dienst en organiseerde ik de ziektebestrijding. Dat liep goed. Toen kwam er een vacature voor directeur van het secretariaat-generaal van het ministerie. Dat was een brede functie. Ze vonden niemand. Toen heb ik hen erop gewezen dat ze het nog niet aan mij hadden gevraagd. ‘Maar jij bent een veearts’, was de reactie. Die functie was meestal voor landbouwingenieurs. Ik heb de functie gekregen, maar moest wel op zaterdagen de dossiers studeren om te begrijpen waar het ministerie mee bezig was: het investeringsfonds, het onderzoek, …

Dat is de rode draad door mijn loopbaan: telkens werd ik minder operationeel en boog ik me meer over de strategische dossiers.”

Piet Vanthemsche was niet altijd zeker dat een overstap zou lukken: “No risk, no fun. Toen ik bij de Boerenbond kwam, wist ik niet of ik dat aankon. Wie geen risico’s wil nemen, doet het beter niet. Hoewel ik zelfzeker overkom, ben ik dat lang niet altijd. Wie zichzelf weer wil uitvinden, moet zichzelf ook in vraag stellen. Maar een plan B hou ik niet achter de hand.”

Hij is nu vier jaar voorzitter. Een voorzitter van de Boerenbond krijgt een termijn van vijf jaar die eenmaal kan verlengd worden. En daarna? “Dat zullen we wel zien. Plannen doe ik niet.”

Terug naar het hoofdartikel "Hoe u uzelf kan heruitvinden"