"Er rust hier een taboe op het pensioendebat"

Jean-Claude Gaspard (51), aan de slag als boekhouder:

Jean-Claude Gaspard (51) werkt al twintig jaar op ‘geleende tijd’. Amper 31 jaar oud kreeg hij van de arbeidsgeneesheer te horen dat hij maar beter met vervroegd pensioen kon gaan. “Ik was lasser en sukkelde met mijn rug. Toen ik dat slechte nieuws te horen kreeg, was ik bovendien net aan het bouwen. Van een koude douche gesproken. Daarop ben ik massaal cursussen gaan volgen om me te herscholen: Frans, informatica en boekhouding. Vijf jaar lang ben ik daarmee zoet geweest, maar gelukkig kreeg ik intussen een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid.”

Twintig jaar later is Jean-Claude als boekhouder en administratieve kracht aan de slag bij Iweps, een soort onderzoeksinstituut dat mee gefinancierd wordt door het Waalse gewest. “Ik heb eerst korte tijd in de privésector gewerkt, maar toen ik de kans kreeg om voor het Waalse gewest aan de slag te gaan, heb ik geen seconde geaarzeld. Niet enkel omdat ik hier een contract van onbepaalde duur aangeboden kreeg, maar ook omdat je qua werkzekerheid bij de overheid toch nog altijd gebeiteld zit. Voor ik geveld werd door rugproblemen heb ik nog als arbeider in de privé gewerkt: ik weet dus wat een stabiele werkomgeving waar je rustig zit, waard is. Hier ben ik nu als gedetacheerde aan de slag, maar ik ben en blijf dus ambtenaar. Steile ambities koester ik niet meer, en ook mijn loon zal de komende jaren nog amper stijgen, maar dat stoort me niet. Ik heb het hier best naar mijn zin.”

Stellen dat er in de kantoren van Iweps, op een boogscheut van Namen en met uitzicht op de glooiende Maasvallei, veel stress in de lucht hangt zou enigszins overdreven zijn. Hier geen spoor van de grauwheid en de tristesse die in sommige andere Waalse regio’s haast tastbaar aanwezig zijn. “Ik ben hier geboren en getogen, en wil hier ook nooit meer weg, klinkt het. Het is goed leven in Namen. De stad leeft grotendeels van de ambtenaren en de studenten, en de regio is nog relatief welstellend. In Luik of Charleroi zou ik voor geen geld ter wereld willen wonen. Daar is de impact van de vakbonden ook nog een stuk groter, en zij zijn vandaag zeker niet bereid water in de wijn te doen. Die grote invloed is natuurlijk historisch gegroeid, maar het is een beetje jammer dat hun discours in al die jaren totaal niet veranderd is.”

Angst

Natuurlijk sta ik af en toe al eens stil bij mijn pensioen, ik ben tenslotte de vijftig gepasseerd. In theorie zou ik er op mijn 62ste mee kunnen kappen. Dan zal ik voldoende jaren gewerkt hebben om een volledig pensioen te genieten. Toch vermoed dat ik eerder tot mijn 65 zal doorwerken, dat is perfect mogelijk bij het Waalse gewest. Vorig jaar heb ik een jaartje deeltijds gewerkt: dat was leuk in de zomer, maar zodra het weer wat slechter werd, liep ik soms de muren op van verveling. Ik ben dus niet echt gehaast. Ik heb nog regelmatig contact met collega-arbeiders waar ik vroeger mee samenwerkte, en voor hen liggen de kaarten totaal anders. Zij kijken reikhalzend uit naar hun pensioen, en ergens begrijp ik dat ook. Enerzijds hebben ze jarenlang fysieke arbeid verricht, anderzijds werken ze in de privésector, waar het stressniveau toch stukken hoger ligt. Voor zover ik weet is het vandaag ook nog perfect mogelijk om vroeger met pensioen te gaan, al is het maar de vraag of je dan wel voldoende overhoudt om deftig van te leven. Persoonlijk vind ik dat arbeiders op hun zestigste met pensioen zouden moeten kunnen. Wie als bediende aan de slag is, kan wat mij betreft zeker tot zijn 65ste doorwerken.”

Of het pensioendebat echt leeft in Wallonië? “Niet bepaald. Ik heb de indruk dat daarop een soort van taboe rust, een beetje zoals dat met de lonen het geval is. Iedereen beseft natuurlijk wel dat er wellicht verandering op til is, maar bij de collega’s van het Waalse gewest veroorzaakt dat niet meteen grote onrust. Nu, nogmaals, voor arbeiders is het een ander paar mouwen. Voor hen kan het niet vlug genoeg gaan. En ook in de privésector kijkt men daar toch wel anders tegenaan, heb ik de indruk, omdat het werktempo en de stress daar gewoon veel hoger liggen. Het is geen toeval dat de openbare sector in Wallonië zo populair is, maar daar staat tegenover dat je er natuurlijk ook minder verdient dan in de privésector. Ik ben lid van een motorclub waarin nogal wat veertigers uit de privésector in zitten, en wanneer zij over hun werk praten voel je de stress en tastbare angst. Als zij hun baan verliezen in de huidige economische context, zijn ze vogels voor de kat. Natuurlijk is er de voorbije jaren hier wel een en ander ten goede veranderd, eerst dankzij de Europese subsidies en vervolgens met het Marshallplan, maar het is nog lang geen rozengeur en maneschijn.”

Terug naar het hoofdverhaal "Op zoek naar de ziel van de Waalse arbeidsmarkt".