Wanneer verliezen werklozen hun uitkering?

Wie zijn job verliest, moet zich eerst en vooral als werkloze inschrijven bij VDAB (Vlaanderen), Actiris (Brussel) of Forem (Wallonië). Deze gewestelijke diensten staan in voor de persoonlijke begeleiding van de werkloze, spelen eventueel geschikte vacatures door of bieden opleidingen aan.

Hoe volgen VDAB en RVA de werklozen op?


1. Na 15 of 21 maanden werkloosheid

De RVA nodigt de werklozen uit voor een eerste gesprek, dit gebeurt na 15 (-25 jarigen) of 21 maanden (vanaf 25 jaar) werkloosheid. De inspanningen om een nieuwe baan te vinden, worden geëvalueerd en beoordeeld.

Wanneer die evaluatie positief uitvalt, legt de RVA een afspraak vast voor een tweede gesprek, zestien maanden later. Werkzoekenden die na het eerste gesprek een onvoldoende krijgen van de RVA worden sowieso opnieuw doorverwezen naar de VDAB, en tegelijk krijgen ze ook een aantal tips om hun sollicitatiegedrag te verbeteren. Ze moeten ook een gedetailleerde overeenkomst ondertekenen, waarbij ze zich er toe verbinden hun zoekgedrag aan te passen, in de hoop snel opnieuw aan werk te raken.

2. Na 19 of 25 maanden werkloosheid

Werkzoekenden die bij de eerste evaluatie door de RVA een onvoldoende kregen, moeten zich bij hun facilitator aanmelden voor een tweede ontmoeting. Indien blijkt dat de eerste overeenkomst niet gerespecteerd werd, volgt een eerste echte sanctie. Dit kan gaan van het volledig schrappen van de werkloosheidsuitkering (samenwonenden of schoolverlaters) tot een vermindering van de uitkering tot het niveau van het leefloon (gezinshoofden of alleenstaanden).

Tegelijk wordt een nieuwe overeenkomst opgemaakt, met het oog op een derde gesprek vier maanden later. Wie tijdens dit tweede evaluatiegesprek wel goed scoort, moet zich pas een jaar later opnieuw aanbieden.

3. Na 23 of 29 maanden werkloosheid

Werkzoekenden die hun contract met de RVA goed hebben nageleefd, genieten opnieuw alle rechten en dienen zich pas een jaar later opnieuw aan te bieden voor een nieuw gesprek. Wie ook nu slecht scoort, wordt definitief uitgesloten van het recht op werkloosheidsuitkeringen.

Ook hier wordt een uitzondering gemaakt voor alleenstaanden en gezinshoofd: zij ontvangen nog zes maanden lang een soort overgangsbedrag, ter hoogte van het leefloon. Werkzoekenden die definitief hun werkloosheidsuitkering verliezen, belanden pas opnieuw in het systeem na minstens één jaar arbeid in een periode van achttien maanden.